Alle berichten van René de Groot

Omgaan met verschillen

Beste voorganger (predikant of preeklezer) in de gereformeerde kerken vrijgemaakt,

Deze keer richt ik mij in een open bericht in het bijzonder tot u, i.p.v. tot iedere lezer persoonlijk. Normaliter gebruik ik geen ‘u’ in mijn berichten, maar deze keer doe ik dat wèl, vanwege de afstand die ik tot u voel. (Uiteraard geldt hier dat wie de schoen past, z’n hoed op moet zetten.)

Enige tijd geleden kreeg ik een preek over me heen over ‘omgaan met verschillen’. (Geen fijngevoelige formulering, hè? Lees nog maar even verder…)

In die preek werd o.a. over de discussie Man, Vrouw en Ambt (onder de afkorting ‘mvea’ zijn veel artikelen terug te vinden, b.v. via Google) gesproken. Volgens de maker van de preek moesten we niet moeilijk doen over de vrouw in het ambt, over enkele jaren zouden we er toch om kunnen lachen. Verder zei hij  dat verschillen kunnen leiden tot steeds meer verdeeldheid, en dat dat van de duivel komt; maar het verwijt (en dus ‘de zwarte piet’ – of gebruiken we die uitdrukking al niet meer?) ging richting degenen die tegen de vrouw in het ambt zijn.

Laat ik voor mezelf spreken: waarom ben ik daar op tegen? De regels die ik heb geleerd over omgang met de Bijbel zijn o.a. deze: 1 Timoteüs 3:16-17, 2 Petrus 1:20-21. Weet u niet wat daar staat? Klik dan op de betreffende link – er wordt dan een nieuw tabblad geopend en u kunt de teksten lezen. Met deze teksten in het achterhoofd lees ik b.v. 1 Timoteüs 3, en Titus 1:5-9. Dan kom ik tot de conclusie dat de leiding van de kerk bij mannen hoort te berusten. Tot nu toe zijn er nog geen Bijbelse argumenten gevonden waarmee de geldigheid van deze twee teksten voor nu ontkend kan worden. Daarover is genoeg informatie te vinden op internet, of in b.v. het blad Nader Bekeken.

Het is overigens nu niet mijn bedoeling om die discussie hier te voeren.

Waar het me nu om gaat is hoe serieus mijn standpunt wordt genomen. Ik beroep mij op Gods Woord, ik probeer God lief te hebben boven alles, en mijn naaste als mijzelf. Ik lees her en der in de Bijbel dat ik ‘liefde’ niet volgens mijn eigen normen mag invullen, zie b.v. 1 Johannes 5:2; daar staat het zelfs zó sterk geformuleerd dat duidelijk wordt dat ik mijn naaste niet werkelijk liefheb als ik God niet liefheb en Zijn geboden bewaar.

Dat heeft dus niks te maken met het liefhebben van ‘regeltjes’; dat heeft te maken met het liefhebben van God, en van mijn naaste.

Vindt u het dan zelf ook niet van gebrek aan liefde getuigen om deze liefde van mij tot God en mijn naaste (die ik niet graag van ‘het pad’ af zie raken) weg te zetten als duivelswerk? Ik krijg immers de schuld van de verdeeldheid? Waarom zou ik investeren in de relatie met mensen die zich op bepaalde punten toch niet naar Gods Woord willen richten? Ik probeer het wel – zie o.a. dit bericht dat u nu leest.

De synode heeft dat bepaald niet geprobeerd. Ik begrijp werkelijk niet hoe een meerderheid van afgevaardigden vanuit de kerken ten eerste besluit om de vrouw in het ambt toe te laten (maar die discussie ga ik hier niet voeren), en ten tweede dat besluit direct te laten ingaan! Het had van minimale wijsheid getuigd het eerste besluit door een volgende synode te laten toetsen (en dus het tweede achterwege te laten).

Ik hoop dat u nu begrijpt waarom ik hierboven schreef dat ik ‘een preek over me heen’ kreeg. Ik heb er een enorme hekel aan dat mensen hun eigen standpunt brengen als het Woord van God, misschien onbedoeld, maar toch.

U bereikt er uw doel ook absoluut niet mee; hooguit zullen degenen die zich er niet in hebben verdiept (omdat ze dat niet kunnen of niet willen) zich laten verleiden u te volgen door de mooi klinkende woorden, vooral als u er retorische vragen invlecht als “Wil je de ander liefhebben met de liefde van Christus?”; maar degenen die zich daadwerkelijk willen baseren op Gods Woord krijgen alleen maar méér het gevoel dat ze niet serieus genomen worden, en dat komt de eenheid, die u zegt te zoeken, niet bepaald ten goede.

Ik roep u op terug te keren tot Gods Woord. Ik weet dat dat voor de meeste van de voorgangers die ik met dit bericht aanschrijf aan dovemansoren gericht is, maar toch doe ik het; zie Ezechiël 33:1-20 voor een andere reden dan de liefde tot God en mijn naaste die ik hierboven al genoemd heb.

Misschien kunnen we elkaar over enige tijd wel met ‘je’ en ‘jij’ aanspreken, of het blijft ‘u’, maar dan uit beleefdheid en niet vanwege de afstand…

God zegene uw overwegingen.

 

God heeft een blijmoedige gever lief

Deze tekst (uit 2 Korintiërs 9:7) heb ik gekozen om het over collectes in de kerk te hebben – dus niet over de goede-doelen-collectes die thuis aan de deur komen. Wees niet bang, de tekst is niet alleen maar een ‘kapstok’.

Wees er overigens op bedacht dat ik af en toe een zijsprong maak, naar een naastgelegen onderwerp dat ik ook erg belangrijk vind.

In 2004 is Adriaan Soetevent gepromoveerd op het onderwerp “Economische beslissingen onder invloed van de drang om ‘erbij te horen’”. Hiervoor heeft hij onder andere onderzoek gedaan naar kerkcollectes in een gesloten zak en in een open mandje. De opbrengst met een open mandje blijkt tien procent hoger. (Nieuwspagina over dit onderzoek.)

Dit onderzoek is al van enige tijd geleden. Hoe zit het nu? Het valt mij op dat tegenwoordig steeds minder mensen het een probleem vinden om de collectezak (die gebruiken we bij ons in de kerk) door te geven zonder er iets in te stoppen. Vroeger zat daar voor die mensen, en tegenwoordig zit daar voor een heleboel andere mensen nog steeds, een soort psychologische dwang achter: je kunt een collectezak niet laten passeren zonder er iets in te stoppen. Daarom hebben we, denk ik, bij ons twee collectes per dienst per zondag, en soms, voor een bijzonder doel, wel eens een deurcollecte (dat is dan nummertje drie). (Wellicht ten overvloede: bij een deurcollecte komen ‘ze’ niet bij de deuren langs, maar staan ‘ze’ met een collectezak bij de uitgang van de kerk.)

Of ‘de psychologie’ nou wel zo’n goede basis is voor (het aantal) collecte(s)? Als je alleen naar de opbrengst kijkt misschien wel. Ik kom er hieronder nog op terug.

Waar komt het idee van collecteren in de kerk vandaan? Uit de Bijbel, zul je zeggen, maar ik weet zo niet precies waar. Zo verging het mij ook, dus ik heb enkele dingen opgezocht en uitgezocht.

Na een inleiding in 2 Korintiërs 8 komt Paulus in hoofdstuk 9 op het onderwerp “de collecte voor Jeruzalem”.

In zijn eerdere brief, in hoofdstuk 16:1-3, had hij de Korintiërs al voorbereid.

Hoe ga je met zo’n oproep van Paulus om? Daar wist men kennelijk toen wel weg mee, zie alle moeite die Paulus doet om de Korintiërs het een en ander duidelijk te maken, maar ook nu weet men dat wel, kijk maar eens hier; ik vind dit een typische manier om je verantwoordelijkheid te ontlopen (ook al is het zogenaamd ‘leuk’ bedoeld) dus als je geen zin hebt om het te lezen, laat het dan vooral. Mag je dan niet kritisch zijn? Natuurlijk wel! Als Paulus met een heel ‘circus’ van personeel et cetera naar Korinte zou komen, en dus zelf ruimschoots voldoende ‘te makken’ zou hebben om in z’n eentje iets voor Jeruzalem te doen, maar in plaats daarvan zelf een deel van de collecte zou opeisen, heb je wel enig recht van spreken. Vertaald naar nu: schijnheilig vind ik de mensen die voor een charitatieve instelling werken voor een salaris van meer dan € 100.000 en die bij jou komen bedelen of je toch alsjeblieft wat voor hun goede doel wilt geven. Bij dat soort lui denk ik: laat zèlf maar eens zien waarom je voor die instelling werkt. Maar gelukkig zijn er, als je dit soort lieden uitsluit, nog een heleboel instanties over waaraan je kunt geven.

Voor het vervolg ga ik ervan uit dat je een blijmoedige gever bent. Ben je dat niet, dan was lezen tot hieraan toe sowieso al jammer van je tijd.

Waarvoor worden de gaven die Paulus bedoelt gevraagd? Niet voor de eigen gemeente. En wat doen wij? “De eerste collecte is voor de kerk, en de tweede collecte …

Voor het onderhoud van kerkgebouw, pastorie, bijgebouwen, voor het salaris (‘traktement’) van de predikant, et cetera, zouden we niet de collectes moeten gebruiken. Daar hebben we het mooie systeem van de Vaste Vrijwillige Bijdrage (VVB) voor.

Voor wie niet weet wat Vaste Vrijwillige Bijdrage is, heb ik even gekeken of er iets over op Wikipedia staat. Tot nu toe niet, ondanks mijn eigen financiële bijdrage aan die nuttige instantie … 🙂 Dus daarom een korte uitleg: ‘Vast’ staat voor het op regelmatige basis (periodiek) betalen van een gedurende bepaalde tijd onveranderlijk bedrag (mocht je dat bedrag, om wat voor reden dan ook, moeten verlagen, laat het dan even aan de boekhoud(st)er van je kerk weten!), ‘Vrijwillig’ staat voor dat je zèlf de grootte van de ‘Bijdrage’ bepaalt. Dat laatste is niet (helemaal) waar, want als je ruim genoeg (van God gekregen) hebt en je draagt niet naar vermogen bij aan je gemeente, heb je op z’n minst gebrek aan betrokkenheid. Tegenwoordig hebben veel mensen de mond vol over liefde, maar, als je, zoals ik al aangaf, genoeg hebt, kun je hiermee concreet laten zien of die liefde ook inhoud heeft. Denk maar eens aan de uitspraak van Jezus, dat we niet God èn Mammon kunnen dienen (Matteüs 6:24, Lucas 16:13). Je bent zèlf verantwoordelijk voor hoeveel je geeft, daarbij is het niet de bedoeling dat je naar een ander wijst die (ook) weinig of niks geeft. Als je wèl genoeg hebt, maar niet genoeg geeft, ben je bovendien financieel ook nog eens een blok aan het been van je gemeente (past deze manier van formuleren bij 1 Korintiërs 12:12-31?), omdat er wèl zogenaamde quota (zie bijvoorbeeld GKV Financiën en beheer) moeten worden afgedragen. En, ook al zou ik dat misschien niet zo moeten voelen, ik vind het een probleem om dat voor wanbetalers te moeten doen. Ik heb er absoluut geen probleem mee om dat voor mensen te doen die niet zo veel hebben. Maar ik denk dat met een blijmoedige gever iemand bedoeld wordt die ongeacht wat andere mensen doen en naar wie zijn bijdrage uiteindelijk toegaat gewoon geeft.

Maar als er met die Vaste Vrijwillige Bijdrage niet genoeg binnenkomt? Nou, daar hebben de meeste gemeenten een Commissie van Beheer (CvB) voor. Die gaat bij de mensen langs (dat gebeurt meestal niet, maar dat zou dus wel moeten) om ze aan te sporen hun kerkelijke bijdrage te betalen. Levert dat onvoldoende reactie op, dan kunnen de CvB-leden de diakenen vragen eens bij het betreffende adres langs te gaan en te polsen of er financiële nood is (als die dat al niet gedaan hebben); blijkt dat dan niet zo te zijn, en wordt er nog steeds niet voldoende gegeven, dan zou(den) (de) ouderling(en) eens langs kunnen gaan om te zien of er misschien een probleem met de betrokkenheid (liefde!) is (zie ook Armen). In veel kerken laat men de diakenen ‘achter de VVB aan zitten’. Principieel deugt dat niet, vind ik. Diakenen zijn er om de mensen te troosten en te helpen, en om ze aan te sporen andere mensen te troosten en te helpen, en zij moeten dus niet achter de bijdragen voor onderhoud van predikant, gebouw et cetera aan hoeven. Waarom gebeurt het dan zo? Ik denk dat de managers onder de ouderlingen en de CvB-leden het niet willen doen (misschien omdat ze dan eerst wat zelfonderzoek zouden moeten doen voor wat betreft hun geefgedrag?), en de praktische mensen in die groepen het niet zo goed kunnen, en ja, de managers onder de ouderlingen kunnen wèl beslissen dat de diakenen het moeten doen… De zoveelste reden waarom je wèl leiders, maar geen managers onder je ouderlingen moet (willen) hebben. “De belangrijkste taak van een leider is vertrouwen wekken. Het vermogen om dit te doen onderscheidt de manager van de leider.” (Stephen M.R. Covey, ‘De snelheid van vertrouwen’).

Maar ja, de psychologie… er komt nou eenmaal minder binnen als je niet voor de kerk (je eigen gemeente, dus) collecteert en alle kerkelijke bijdragen via de VVB verwacht.

Ik vraag me wel eens af of de reden waarom je iets doet een negatieve invloed op het resultaat kan hebben. Een voorbeeld. Onze overheid heeft jaren geleden een heffing ingesteld voor zogenaamde datadragers (zie Protest tegen nieuwe kopieerheffing op datadragers). Waarom? Omdat er zoveel illegaal gedownload wordt, en de betreffende industrie daardoor tekort komt (alsof daar überhaupt kans op is). Met andere woorden: koop je een nieuwe computer, dan betaal je meteen voor de diefstal die de overheid verwacht dat je gaat plegen. Veel mensen vinden dan ook dat ze, nu ze die heffing betaald hebben, ook wel een filmpje mogen downloaden. En, eerlijk gezegd, vind ik dat een logische gevolgtrekking. Maar dat vindt de industrie uiteraard niet. Op tweakers.net vond ik (ook) dit bericht van 21 december 2017 over schikkingsvoorstellen die aan illegale downloaders gestuurd gaan worden: Dutch Filmworks gaat downloaders schikkingsvoorstel sturen van 150 euro. Denkt de overheid er nu over die heffing te gaan afschaffen? Voor zover mij bekend niet. Voelen mensen zich nu genomen? Ik voelde me dat de hele tijd al, omdat ik wèl die heffing betaal, maar geen illegale films of software of wat dan ook download (wat ik wil zien kan ik via Netflix kijken, en waarmee ik wil werken, koop ik).

Terug naar de collecte. Wat is er mis met om psychologische redenen twee collectes houden? Nou, het heeft geen Bijbelse grond. Maar je mag de wetenschap toch gebruiken? Absoluut. Maar als je m’n punt niet voelt, denk ik dat je al héél ver beïnvloed bent door ‘deze maatschappij’ (vind je misschien ook al dat meedoen met een loterij goed is omdat de opbrengst naar een goed doel gaat?). Want waarom hou je ook alweer een collecte? Om anderen dan je eigen gemeente te helpen. Dus waarom zou je niet wat meer werk steken in het verhogen van de VVB in plaats van een extra collecte te houden? Ik heb zelf al een hele tijd een (psychologische) weerzin tegen collectes voor ‘eigen’ kerkelijke doelen. Uit ‘fatsoen’ mik ik er nog steeds wel wat in (als ondersteuning voor het beleid van de kerkeraad, niet omdat ik de zak niet zonder bijdrage voorbij durf laten gaan), maar voor mij geldt dat ik mijn èchte bijdrage voor predikant, gebouwen et cetera via de VVB doe. En als de ‘kerkelijke’ collectes stoppen, kan ik m’n maandelijkse bijdrage met 5 euro verhogen (da’s nog meer ook, in een maand met maar 4 zondagen 🙂 ). En misschien moet ik met mezelf afspreken dat ik, als de kerkeraad zijn beleid niet aanpast wat dit betreft, die verhoging van mijn VVB maar gewoon moet doen, en dan ga stoppen met bijdragen aan ‘eigen’ kerkelijke collectes.

Het toppunt van ‘belachelijkheid’ vind ik wel dat bij ons in de kerk gecollecteerd wordt voor hulpbehoevende kerken, terwijl wij er zèlf een zijn. Dat zou, in het Bijbelse voorbeeld, betekenen dat Jeruzalem niet alleen ‘voor de kerk’ zou collecteren, maar ook nog eens ‘voor hulpbehoevende kerken’, waarbij dat laatste bedrag dan eventueel gedeeld moet worden met andere hulpbehoevende kerken (misschien met Macedonië, omdat die boven vermogen gegeven hebben? Zie 2 Korintiërs 8:3). Dat er een regeling is voor hulpbehoevende kerken vind ik fijn, zo kunnen we elkaar tot steun zijn. Maar deze manier van uitvoering vind ik nogal teleurstellend. Meer ‘boekhouderig’ dan Bijbels. “Zo kun je die andere hulpbehoevende kerk ook helpen.” Ja …

Ik denk dat collecteren vanuit zo’n verkeerde motivatie (“het levert meer op”) zich op een gegeven moment tegen je gaat keren. Dan wil men ook niks meer geven voor een doel dat wèl geschikt is om voor te collecteren, bijvoorbeeld voor ondersteuning na een ramp.

Volgens mij is het heel belangrijk om de Bijbelse motivatie voor het houden van (een) collecte(s) aan te houden. God heeft een blijmoedige gever lief. Laten we die blijdschap niet bij die gever weghalen door hem ‘psychologisch’ aan te moedigen tot geven.

En als die blijdschap er niet (meer) is? Kijken of we die er (terug) in kunnen krijgen, natuurlijk!

De kerk is geen club. Dat ben ik met onze predikant eens. Maar bij een club heb je wèl de verantwoordelijkheid je contributie te betalen. Bij de meeste clubs is er een regeling voor als je dat niet kunt. Nou, dat hebben we bij de kerk precies net zo! Maar als je het vertikt om te betalen, terwijl je niet in zo’n regeling zit, dan word je bij een club op een gegeven moment geroyeerd. In de kerk niet! Ook niet na langere tijd. En dat is toch vreemd, gezien wat ik hierboven al schreef over de onmogelijkheid om God en Mammon tegelijk te dienen. Geldzucht is namelijk ‘een wortel van alle kwaad’, zie 1 Timoteüs 6:10. Dus misschien moeten we daar eens wat meer op toezien…

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 13 februari 2018.
^
Homepage

Jullie moeten de voorschriften van de HEERE in acht nemen, opdat jullie niet sterven

De titel van dit stukje is een citaat uit Leviticus 8:35. In het hoofdstuk waar dit vers deel van uitmaakt gaat het over de wijding van Aäron en zijn zonen tot priester.

De mannen blijven een week bij de tent van samenkomst. Daarna moet Aäron daadwerkelijk als priester optreden: zie Leviticus 9.

Maar daarna gaat er iets gruwelijk mis.

Nadab en Abihu, de twee oudste zonen van Aäron brengen ‘vreemd vuur’ voor het aangezicht van de HEER (Leviticus 10:1-7). (Overigens vind ik ‘aangezicht’ (HSV) een minder vreemd woord dan ‘gelaat’ (NBV, zie aantekeningen bij de priesterzegen).) De beide mannen worden door het vuur dat uitgaat van het aangezicht van de HEER verteerd.

Wat een keiharde straf! Een stel van die jonge kerels – ze hadden in ieder geval nog geen kinderen, zie Numeri 3:4 en 1 Kronieken 24:2 – die in hun enthousiasme een fout maken?! Het is toch mooi, wat ze doen?

Ja, we kunnen zeggen dat ze het hadden kunnen weten. Zie bovenaan dit stukje.

God gaat hier naar ‘onze maatstaven’ erg ver om Zijn heiligheid duidelijk te laten blijken. Maar wie zijn wij om kritiek te hebben op God? Zie bijvoorbeeld Jesaja 29:16, Jeremia 18:6.

Waar ik verder nog aandacht voor wil vragen is dat over deze gebeurtenis niet geschreven staat dat God verboden had wat Nadab en Abihu deden; er staat dat Hij het niet geboden had!

Wij zijn nog weleens makkelijk, zo van “De Bijbel verbiedt het niet, dus moet het kunnen.”. Misschien een goed idee om daar wat voorzichtiger mee te zijn? Tegenwoordig vallen er, voor zover mij bekend, geen directe doden meer bij het ongehoorzaam zijn aan de geboden van God. Maar het zou wel kunnen dat je je eigen eeuwige leven, en/of dat van je kinderen, klein- en achterkleinkinderen in de waagschaal stelt.

God wil graag gediend worden, maar dan wel op de manier die Hij heeft bepaald. En dat kan (tegenwoordig, maar – en doe vooral niet onnozel – vroeger ook al) dwars tegen maatschappelijke tendenzen ingaan.

Bedenk goed dat God liefhebben betekent Hem gehoorzamen. Zie bijvoorbeeld 1 Johannes 2.

Wij koppelen liefde meer met vrijheid, niet met gehoorzaamheid. Maar vraag je eens af wat dat voor vrijheid is? De christelijke vrijheid geeft je ruimte in zaken waarover God geen geboden heeft gegeven.  En ook daarbij moet je goed bedenken dat wat jij wilt misschien wel tegen Gods Woord ingaat. Bestudeer je Bijbel goed! Misschien is het wel verstandig om op zoek te gaan naar iets dat jouw standpunt niet ondersteunt.

Als afsluiting een (hopelijk) confronterende vraag: wil jij deze God wel als jouw God?

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 13 februari 2018.
^
Homepage

Armen

Overigens hoeft er onder u geen arme te zijn, want de HEERE zal u overvloedig zegenen in het land dat de HEERE, uw God, u als erfelijk bezit geeft om dat in bezit te nemen, als u tenminste de stem van de HEERE, uw God, nauwgezet gehoorzaamt, door al deze geboden die ik u heden gebied, nauwlettend in acht te nemen.

Dit staat in Deuteronomium 15:4-5.

En dan, een stukje verderop, in Deuteronomium 15:11, staat er dit:

Want  armen zullen binnen uw land nooit ontbreken. Daarom gebied ik u: U moet uw hand wijd opendoen voor uw broeder, de onderdrukte en de arme in uw land.

Alweer een tegenstelling in de Bijbel? Daar zijn er nogal wat van… (zie bijvoorbeeld Hebben wij eigenlijk wel iets in te brengen?).

En, aansluitend bij de titel van het stukje waarnaar ik hierboven verwijs: we hebben hier kennelijk wèl iets in te brengen. We kunnen onze hand wijd opendoen voor onze medemensen!

Er is al vaker een pleidooi gevoerd voor het geven van tien procent van je inkomsten aan goede doelen; een mooi voorbeeld van zo’n pleidooi heb ik gevonden op de website van Ernst Leeftink. Lees het maar eens! Mocht je daar nu geen tijd voor hebben, doe het dan later… Een citaat uit zijn blog:

Aan het geefgedrag van een christen kun je afmeten hoe het gesteld is met de dankbaarheid tegenover God en het vertrouwen op God.

Ik vind het een goed stuk om over na te denken, en zelf ben ik het ook gaan doen het afgelopen jaar (die 10 procent, de verdeling 1/3 – 2/3 heb ik niet gecontroleerd, maar daar ga ik ook rekening mee proberen te houden, bij leven en welzijn); en ik heb er verder ook niks aan toe te voegen…

Voordat ik je het beste ga wensen voor dit nieuwe jaar 2018 wil ik nog wijzen op het feit dat er een verschil is tussen rijkdom en zegen. Dat ligt voor de meeste mensen nogal voor de hand, maar toch… Zie bijvoorbeeld Spreuken 30:7-9 of lees Agur.

Wat is zegen dan wel? Naar mijn idee in ieder geval dit: onder ons zijn de eeuwige armen van God (zie Deuteronomium 33:27).

Ik wens je Gods zegen voor 2018!

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 1 januari 2018.
^
Homepage

Vijandschap

Mooi onderwerp met Kerst, toch?

En toch is dat waarom Jezus is gekomen. Lees Genesis 3:15, en Openbaring 12. Hij vermorzelt de kop van de vijand; dat heeft Hij al gedaan, maar vandaag denken we eraan dat Hij er als een klein kind aan begonnen is.

En ooit zal de vijandschap er helemaal niet meer zijn, als Hij voor de tweede keer komt. Dan zullen we altijd bij Hem zijn.

Gaat dat nog lang duren, dan? Dat weet ik niet, maar God wacht niet onnodig, zie bijvoorbeeld Stille nacht?

Ik wens je een gezegend Kerstfeest!

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 24 december 2017.
^
Homepage

Paulus en de Amazones en meer…

Op de website Bezinning Man, Vrouw en Ambt zijn enkele artikelen van prof. dr. Jakob van Bruggen te lezen. Deze artikelen zijn eerder verschenen in De Reformatie. Het eerste artikel heet Paulus en de Amazones (vandaar de titel van dit stukje), het tweede Spreken en Zwijgen van Vrouwen in de Gemeente, en het derde Kerkleden (M/V) of Mannen en Vrouwen in de Kerk?

Verder heeft ds. Rufus Pos er brieven aan zijn kinderen gepubliceerd, die je kunt (mee)lezen.

Het Reformatorisch Dagblad heeft een artikel aan het online komen van de website Bezinning Man, Vrouw en Ambt gewijd, het Nederlands Dagblad niet…

Op de website van Woord en Wereld kunnen alle in Nader Bekeken artikelen over man, vrouw en ambt worden gedownload.

(Als ICT-er/automatiseerder ben ik ervan overtuigd dat ik beter kan verwijzen naar iets goeds dan te proberen het zelf beter te doen…)

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 23 december 2017.
^
Homepage

Als je baas God niet dient

Een bekend voorbeeld is Jozef, de zoon van Jakob, die slaaf was van Potifar, later ‘onderbaas’ in de gevangenis, en vanaf ongeveer z’n dertigste onderkoning van Egypte. Hij was in de gevangenis terechtgekomen omdat hij niet wilde doen wat de vrouw van z’n baas hem vroeg. Daar had ze over gelogen tegen Potifar, haar man, maar ja, wat zou jij doen als je in Potifars schoenen stond? Dan zou je toch ook je vrouw geloven? Al was het alleen maar vanwege wat andere mensen ervan zouden denken…

Obadja, de hofmeester van Achab, had het ook niet gemakkelijk. Lees maar 1 Koningen 18:3-16. Maar hij deed wat God van hem vroeg. Maar dat vertelde hij niet aan z’n baas. Ik denk niet dat dat verkeerd is, zie De waarheid spreken is altijd verstandig; liegen is altijd dom.

Naäman bekeerde zich nadat hij genezen was van zijn melaatsheid, en hij vraagt bij voorbaat vergeving voor iets waarvan hij weet dat het een slechte indruk maakt, namelijk dat hij zich naast zijn koning neerbuigt voor Rimmon. Als je niet zou weten dat Naäman bij God hoort, zou je kunnen denken dat hij (ook) een afgod dient. Maar Elisa laat hem in vrede gaan. Is dit schijnheilig van Naäman? Hij had het toch tegen z’n baas kunnen zeggen? Een citaat uit de Bijbelverklaring van Henry: “Er moet met pas bekeerden teder en voorzichtig gehandeld worden.“. Henry verklaart Elisa’s “Ga in vrede” zó, dat Elisa verwacht dat Naäman zijn leven nog wel zal beteren.

In z’n algemeenheid geldt dat je God meer gehoorzaam moet zijn dan mensen: Handelingen 4:19, 5:29.

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 17 december 2017.
^
Homepage

Love still reigns

Dominee, wij moeten weer eens praten. Kan ik een afspraak maken?

Dat is al even geleden, dat die man langs geweest is… iets van een jaar of zo.

Dat mag, maar u kunt ook meteen even meekomen. Ik heb nu wel tijd.

Dat zei ik volgens mij de vorige keer ook. Ach, goede gewoonten…

Even later, in mijn studeerkamer…

Vorig jaar hebben we het gehad over dat bevriende stel, dat mij hielp één van mijn problemen een beetje te verlichten.

Dat herinner ik me nog. Zoiets had ik nog niet eerder gehoord.” Mijn gedachten gaan terug naar vorig jaar, en naar aan de ene kant de verlegenheid die ik toen voelde, en aan de andere kant … o ja, maar ik heb daar nooit iets mee gedaan; ik weet nog steeds niet of ik daar blij mee moet zijn, of niet…

Ik heb nu een betere oplossing.

Ik ben benieuwd…

Ik woon nu samen met twee vrouwen, een moeder en een dochter. Met wat in het boek Amos staat heeft dat dus niks uit te staan.

Er schiet mij iets door de gedachten over het wel erg letterlijk, misschien wel té letterlijk, nemen van teksten, maar ik heb een beter bezwaar.

Dat is op zich wel waar, maar hoe kijkt u tegen wat daarover in Leviticus 18 staat?

Dominee, dat staat toch in een gedeelte dat met afgodendienst te maken heeft?! Dat zijn we helemaal niet van plan! We houden ons aan de wet van de liefde.

Ik heb hier moeite mee, maar dat ligt misschien aan het feit dat ik niet met vergelijkbare problemen zit als u. Dus als u denkt dat dit een goede oplossing is, moet u het maar zo doen. Er staat niet voor niets ‘Laat ieder zijn eigen overtuiging volgen.’.

Dank u voor uw steun. Dan ga ik maar weer eens.

De liefde is toch een wonderlijk iets. En waar we met die nieuwe hermeneutiek uit gaan komen? Ik ben wel benieuwd of deze man nog andere ‘oplossingen’ bedenkt.

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 17 december 2017.
rode inkt
^
Homepage

De belijdenis

Welke? We hebben er zes…

Ik wil het nu niet hebben over een specifieke belijdenis, het gaat mij om de functie van een belijdenis. In de Bijbel (Herziene StatenVertaling) wordt het woord ‘belijdenis’ in het Oude Testament gebruikt voor het erkennen van zonde (vindplaatsen); in het Nieuwe Testament (vindplaatsen) heeft het woord een andere betekenis; meestal gaat het dan om de erkenning van Jezus Christus als Heer.

De belijdenissen die wij hebben, de Apostolische Geloofsbelijdenis, de Geloofsbelijdenis van Athanasius, en de Geloofsbelijdenis van Nicea, en verder de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels, beogen ook dat laatstgenoemde doel, maar doen dat op een andere manier dan in het Nieuwe Testament.

Er wordt kort samengevat weergegeven wat het geloof in Jezus inhoudt, en dwalingen uit de tijd van het ontstaan van de betreffende belijdenis worden bestreden.

Vaak beschouwen mensen de belijdenissen als een samenvatting van het Woord van God. Dat is niet terecht. Bij het bestrijden van dwalingen wordt de aandacht vooral gericht op die gedeelten van de Bijbel waar aangetoond wordt dat zo’n dwaling werkelijk in strijd is met de Schrift. Vaak wordt ook uitgesproken wat we dan wèl geloven, maar ook dat is doorgaans gekoppeld aan de tijd van schrijven. Zo staat in bijvoorbeeld de Heidelbergse Catechismus maar één korte Zondag over het werk van de Heilige Geest; tegenwoordig is daar veel meer aandacht voor dan toen; dat zou consequenties hebben als er nu een nieuwe belijdenis geschreven zou (moeten) worden.

Een belijdenis geeft voor een deel een positieve weergave van wat we geloven, en voor een deel worden er dwalingen in bestreden, al worden die niet altijd met zoveel woorden genoemd. Een belijdenis mag dus qua gezag niet gelijkgesteld worden met het Woord van God, en bevat/omvat ook niet de volledige leer van de Bijbel.

Als je dat in de gaten houdt bij het gebruik van de belijdenissen, kun je er enorm veel aan hebben. Alleen al dat je niet in dezelfde valkuilen trapt als vroegere ‘ketters’ …

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 17 december 2017.
^
Homepage

Vuile handen?

Je moet vuile handen durven maken. Ook als christen. Dat hoor je van alle kanten. Iemand moet het immers doen, anders komt er niks van de grond.

Geen duimbreed is er op deze wereld waarvan Christus niet zegt: Het is Mijn.

Dr. Abraham Kuyper heeft dat gezegd in zijn openingsrede van de VU. (Bron: A. Kuyper populair in buitenland.)

Op de een of andere manier is ‘vuile handen maken’  voortgekomen uit deze opmerking van Dr. Kuyper, zo lijkt het. Vaak zie ik het in verband gebracht worden met politiek bedrijven.

Maar ik vind nergens in de Bijbel dat je vuile handen moet maken. David koos er bijvoorbeeld niet voor, hoewel hij door Samuel tot koning van Israël gezalfd was: tot twee keer toe spaarde hij Sauls leven, hoewel hem goede argumenten aan de hand werden gedaan om hem (Saul dus) te doden (1 Samuel 24:1-8, 26:3-12).

Je zou Jehu kunnen noemen, ‘de zoon van Nimsi’; hij kreeg zijn opdracht om het ‘huis van Achab’ uit te roeien toch van God zelf? Als je tijd hebt, lees dan eens wat (prof. dr.) G. Kwakkel in Nader Bekeken schreef (maart 2005) bij Hosea 1:4. Dan zul je hem (Jehu dus) in dit verband niet zo gauw meer noemen, denk ik.

Kun je ergens in de Bijbel aanwijzen dat iemand ‘vuile handen’ gemaakt heeft, zonder uitdrukkelijke opdracht van God, waarbij hij of zij later door God geprezen werd voor zijn of haar daden?

Dat verneem ik dan graag van je.

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 16 december 2017.
^
Homepage