Alle berichten van René de Groot

Kapitalisme of socialisme?

De ‘oorlog’ tussen kapitalisme en socialisme (communisme) is gewonnen door het kapitalisme; daar is vrijwel iedereen het over eens.

In de socialistische en communistische systemen die er op de wereld nog zijn geldt het uit ‘Animal Farm’ bekende adagium: ‘All animals are equal, but some animals are more equal than others.’. En daarmee geven die systemen hun eigen ‘failliet’ aan.

Maar de overwinning van het kapitalisme eist nog steeds slachtoffers; kapitalisme is een wrede meester.

Er is een gezegde “De duivel schijt altijd op de grote hoop.”, of, zoals mijn moeder het in mijn jongere jaren formuleerde: “De duvel schiet op dikke bult’n.”. En dat is precies wat er gebeurt: de rijken worden steeds rijker, zie bijvoorbeeld het filmpje “Hoe de superrijken onze democratie ondermijnen“.

Waar komt het woord ‘slachtoffer’ eigenlijk vandaan? Kijk maar eens in Leviticus 7:16-17. Het was een offer aan God, waarvan je zelf mocht eten. God heeft het volk alles wat het heeft gegeven, en als de Israëlieten daar dan iets van aan God aanbieden, geeft God hun daarvan een deel terug om in Zijn tegenwoordigheid van te genieten.

Zo niet de slachtoffers van nu! Doorgaans valt er niets (terug) te krijgen.

Er zijn bijvoorbeeld slachtoffers in het verkeer (“Is uw snelheid en haast een kinderleven waard?”).

Bedenk voor jezelf, naast het hier genoemde voorbeeld, nog eens een aantal voorbeelden van slachtoffers zoals ze tegenwoordig voorkomen, en vraag je dan daarbij eens af in hoeveel van de voorbeelden die je gevonden hebt er sprake is van een ‘afgod’. Als je niet weet wat een afgod is, ga dan maar eens zoeken, en probeer te begrijpen wat de moderne betekenis van dat woord is. Ik zal een voorzet geven bij het voorbeeld van verkeer: de auto als ‘heilige koe’.

Je zat er natuurlijk al op te wachten: leert de Bijbel ons welk systeem het beste is?

Dat ga ik je niet letterlijk voorzeggen (met in dit geval de klemtoon op ‘voor’…), maar je kunt proberen mijn ‘tocht door de Bijbel’ (in grote stappen) voor wat betreft dit onderwerp te volgen.

Ik heb in eerdere berichten (bijvoorbeeld Armen) al eens verwezen naar wat Mozes namens God tegen de Israëlieten zei over het voorkomen (je kunt de klemtoon zowel op ‘voor’ als op ‘ko’ leggen…) van armen. Zie Deuteronomium 15:4-5 en vers 11.

In Ruth 2 zien we Boaz die heel goed zorgt voor Ruth.

We vinden het een en ander over genieten: Prediker 2:24, 5:17, 7:14, 9:9, Jesaja 65:22, Jeremia 31:5.

Job zorgde goed voor de armen, zie Job 29:16. God bekommert zich om de armen, zie Psalm 12:6, 69:34, 112 (in het bijzonder vers 9), 140:13.

Jezus had en heeft ook een mening over hoe we moeten omgaan met armen, zie bijvoorbeeld Lucas 16:19-31. (Hier zou je het woord ‘voorzeggen’ bij kunnen gebruiken met de klemtoon op ‘zeg’.)

En Hij had en heeft ook iets te zeggen over hoe we ons bezit moeten bezitten, zie Lucas 12:13-21, en dan heeft Hij het nog niet eens over de armen. Overigens wordt geldzucht door Paulus ‘een wortel van alle kwaad’ genoemd, zie 1 Timoteüs 6:10.

Nu, in deze coronatijd, zien we veel initiatieven om de wereld te verbeteren. Niet alleen op het gebied van ons klimaat, maar ook om de welvaart beter te verdelen. Heb je je weleens afgevraagd wat “vervul de aarde en onderwerp haar” (Genesis 1:28) betekent? Is er iets mis met dat ‘vervullen’? Dat hoeft niet! Het gaat erom, denk ik, hoe je dat ‘onderwerpen’ invult.

Zegt de Bijbel ook iets over verbeterinitiatieven? De Bijbel vindt slavernij toch goed?

Om met dat laatste te beginnen: de Bijbel geeft duidelijk richting aan, maar roept op om die richting niet met geweld af te dwingen (we moeten de overheden gehoorzamen, zie Romeinen 13). Paulus geeft bijvoorbeeld aan dat een slaaf de kans om vrij te worden niet moet laten lopen, zie 1 Korintiërs 7:21. En er staan zóveel aanwijzingen in de Bijbel dat je als meester goed voor je slaven moet zorgen dat je, als je dat als meester niet deed, en vond dat de Bijbel jouw recht op het bezitten van andere mensen verdedigde, toch wel een vorm van de toenmalige ‘nieuwe hermeneutiek’ moest aanhangen om dat voor jezelf te rechtvaardigen.

De Bijbel is ook heel duidelijk over hoe je moet omgaan met betalingsverplichtingen, zie bijvoorbeeld Leviticus 19:13, Deuteronomium 24:14, Spreuken 3:28. Dat de arbeider zijn loon waard is, wordt in het Nieuwe Testament meerdere keren bevestigd, zie bijvoorbeeld 1 Timoteüs 5:18.

Gewoon zomaar even een hedendaagse situatie. Jij bent verantwoordelijk voor de uitgaande betalingen bij een groot bedrijf. Er zijn een aantal zzp-ers die voor jullie bedrijf werken, en die maandelijks een factuur sturen met een betalingstermijn van 30 dagen. Van je baas mag je die pas betalen na minstens 60 dagen, terwijl jullie bedrijf ruimschoots voldoende ‘in kas’ (‘op de bank’) heeft. Wat doe je? En als je dat bedacht hebt, bedenk dan eens wat God in zo’n situatie van je vraagt.

Tenslotte vraag ik nog aandacht voor 2 Korintiërs 8:1-15, in het bijzonder de verzen 13-15.

Heb je je mening al gevormd over welk systeem het beste is? En welk systeem (het meest) Bijbels is?

De Bijbel wijst ons erop dat we God boven alles moeten liefhebben, en onze medemens als onszelf (binnen de grenzen van ‘God boven alles liefhebben’, zie 1 Johannes 5:2).

Dat ‘systeem’ gaat op de tegenwoordige wereld geen werkelijkheid worden, maar de Bijbel roept ons – gezien de genoemde geboden – wel op ernaar te streven dat het werkelijkheid wordt. En uiteindelijk zal het dan werkelijkheid worden, als Jezus terugkomt.

Reageren kan via e-mail; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 14 juni 2020.

^
Homepage

Lijden door corona – kan ik er wat aan doen?!

Het coronavirus is gekomen…

Veel mensen zijn eraan overleden. Veel anderen zijn ziek (geweest). Overheden doen er van alles aan om besmetting met het virus te voorkomen.

Ondertussen zijn er ook mensen die indirect lijden door corona. Werkers in de zorg. Alleenstaanden. Zzp-ers. Werknemers. Bedrijfseigenaren. … . Maar ook arme mensen. Zoek bijvoorbeeld maar eens op ‘Lagos Nigeria gevolgen corona’ (zoals hier) – hierbij een voorbeeld: ‘Honger dreigt voor miljoenen in Afrikaanse steden door coronalockdown‘. Nog een voorbeeld (engelstalig, doorgestuurd door een vriend): ‘When a Pandemic falls on the Poor‘.

Het is zo langzamerhand de vraag wat erger is… het directe of het indirecte lijden door het coronavirus.

Mensen zijn altijd het bangst voor wat ze denken dat directe dreigingen zijn; eventuele gevolgen voor de toekomst worden niet meegenomen. Is dat niet logisch? Als je je nu niet beschermt tegen een directe dreiging, is er toch sowieso geen toekomst meer? Dat lijkt heel plausibel, maar is die dreiging werkelijk zo reëel? Opinieschrijvers denken daar verschillend over. En dat is niet het onderwerp van dit stukje.

Mensen die in armoede leven hebben een grotere kans om honger te krijgen dan andere mensen. Dan komt – in mijn logica – verantwoordelijkheid in beeld. Ik ben beslist niet rijk – de bank is eigenaar van mijn huis en ik vraag me niet eens meer af hoe dom dat is (zie … wees tevreden met wat u hebt.). Moet ik dan voor die arme mensen zorgen, of mag ik dat overlaten aan de echt rijken met hun goede-doelen-stichtingen op hun eigen naam?

Lees Deuteronomium 15:4-5, en vers 7-8, en vers 11. Net als de Israelieten houden wij ons niet aan Gods geboden, dus zullen er altijd armen zijn. Maar God vindt dat wij, net als de Israelieten, dat niet als excuus mogen gebruiken, en ook dat is een gebod van God. Dus…

Hoe voelt dat nou als je zelf arm bent? Ik weet er niet zoveel meer van, maar toen ik jong was was er een periode waarin ik in oktober bij koud weer nog in de korte broek naar school ging. Waarom? Dan kwamen er geen gaten in mijn broek als ik viel. (Toen was het geen mode om gaten in je broek te hebben…) Maar het kan in ieder geval véél erger; je wilt niet dat dat je overkomt: lees wat God ons via Agur doorgegeven heeft in Spreuken 30:8-9.

Maar nu ben ik niet arm. Zoals gezegd, ook niet rijk, maar ik hoef niet alles voor mezelf te houden om in leven te blijven. Ik heb al eens een pleidooi gevoerd voor het weggeven van tien procent van je netto inkomen. Mocht je dat niet als vaste stelregel willen aannemen, doe het dan tijdelijk, tot corona ‘over’ is. Of doe (tijdelijk) méér!

De voedselbanken hebben geld nodig. De dichtstbijzijnde voor mij is Voedselbank Hardenberg Ommen. Maar je kunt ook zoeken op de site van de Voedselbanken – vul de gemeente waar je woont in, en dan krijg je meer informatie, meestal ook een website van de plaatselijke voedselbank, en daar kun je weer vinden hoe je geld kunt geven of op een andere manier kunt helpen.

Maar: heb ik die verantwoordelijkheid? Moet ik helpen? In ‘de eerste christelijke gemeente’ werd ‘alles’ gedeeld (zie Handelingen 2:45). Later verkochten rijke mensen hun bezittingen en deelden die uit (Handelingen 4:34-37).

Ja, maar dat was best wel dom! Later moest er juist voor hun gecollecteerd worden! Lees dit maar eens: Romeinen 15:25-27, 1 Korintiërs 16:1-3, 2 Korintiërs 8 en 9.

Vraag je eens af: was wat de rijke mensen destijds in Jeruzalem deden dom, of getuigde het van Godsvertrouwen?

Het is duidelijk welke keuze veel rijke mensen met hun eigen stichting nu maken: ze geven heel veel weg, maar hun rijkdom wordt niet minder.

Johannes de Doper had een heel radicale boodschap, zie Lucas 3:10-11. Jezus ook, zie Marcus 6:7-13.

Later moesten de discipelen een andere keuze maken: zie Lucas 22:35-36.

Volgens mij is de overeenkomst bij de verschillende instructies dat het moet dienen om het evangelie zonder belemmeringen te (kunnen) verkondigen.

Mag je dan niet genieten van je rijkdom? Zeker wel! Lees Prediker 9:9-10. Maar dat is niet het enige gebod van God

In z’n algemeenheid is zorg voor de armen, binnen of buiten je christelijke gemeenschap, een plicht; zie bijvoorbeeld Galaten 2:10.

Maar wat schiet ik er nou zèlf mee op? Lees Matteüs 6:19-21. Maar ik mag toch niet ‘geuren’ met mijn eigen vrijgevigheid (zie Matteüs 6:1-4)?! Nee, dat mag niet om mezelf op de borst te kloppen of om mezelf een schouderklopje te geven. Maar wèl om jou op te roepen om vrijgevig te zijn – zie 1 Kronieken 29, in het bijzonder vers 17 voor Davids bedoelingen. (Ik heb daar eerder al een stukje over geschreven: Hoe ging het in 2018, financieel?)

Alsjeblieft, geef!

Reageren kan via e-mail; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

^
Homepage

Extra tijd

Vandaag is het 29 februari. Een extra dag die dit jaar heeft ten opzichte van de meeste andere jaren., ook wel schrikkeldag genoemd.

Wat doe je met extra tijd? Bij mij stond er helemaal niets gepland voor vandaag. Dat is vrij uniek voor mij.  Ik ben vanochtend wezen wandelen rond de Sahara. Daar heb ik een leuke ontmoeting gehad met een ree.

Een bekend voorbeeld uit de Bijbel van iemand die extra tijd kreeg is Hizkia, zie 2 Koningen 20:1-11, 2 Kronieken 32:24-33, Jesaja 38. Hij kreeg er vijftien jaar bij. In die tijd werd zijn zoon Manasse geboren, die na hem koning werd – op twaalfjarige leeftijd.

Er zijn nog wel meer voorbeelden van mensen die extra tijd kregen. Mensen zijn van gruwelijke ziekten genezen, mensen zijn uit de dood opgewekt. Vooral in het Nieuwe Testament kun je daar veel over lezen.

Maar wat doen wij met extra tijd?

God geeft degenen die zich nog niet bekeerd hebben de tijd om dat alsnog te doen, zie 2 Petrus 3:9.

Die tijd geeft Hij ook aan degenen die denken dat ze al wel bekeerd zijn…

Reageren kan via e-mail; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 29 februari 2020.
^
Homepage

Ikabod?

De vrouw van de priester Pinehas (Pinechas) noemde haar zoon Ikabod (Ichabod), toen de Filistijnen de ark van God buitgemaakt hadden. Dit kun je lezen in 1 Samuel 4.

Kort voor ze stief zei ze: “De eer is weggevoerd uit Israël.“.

De voor de hand liggende vraag is, denk ik: is dt nu het geval met de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt? Ik weet het (nog) niet. Ik verwacht, hoop en bid dat er nog gemeenten overblijven die de oude hermeneutiek volgen (waarbij – kort gezegd – God centraal staat, en niet mijn situatie). Dat het met het hele kerkverband weer goedkomt, dat geloof ik helaas niet.

Inmiddels heb ik mijn plaatselijke gemeente verlaten, want mijn gezondheid liet niet meer toe dat ik lid bleef. Hartproblemen, sterk verhoogde bloeddruk. En waardoor?

Het is al enige jaren geleden begonnen, maar de ‘etter’ kwam naar buiten toen er op 30 september 2018 bij ons een preek werd gelezen over Romeinen 15:7, die je op de pagina ‘Preken over omgaan met verschillen’ van de GKv kunt vinden. Als je Bijbelvast bent, raak je van de preek op zich niet ondersteboven, dus lees ‘m gerust. Ik was en ben wel ondersteboven vanwege het feit dat deze preek gemaakt is door een vrijgemaakte predikant en bij ons in de gemeente voorgelezen is, en dat dat (uiteindelijk) kennelijk gewoon moest kunnen.

Ik heb indertijd naar aanleiding van deze preek op deze site een stukje geschreven (zonder op details van de preek in te gaan) – Omgaan met verschillen – en tegen deze preek geprotesteerd bij mijn eigen kerkeraad. In eerste instantie gaf de kerkeraad mij gelijk, maar enkele mensen besloten toen de erediensten niet meer te bezoeken, en toen werd er een classiscommissie bij betrokken. Die bestond uit een communicatiedeskundige, een psycholoog en een predikant. Deze commissie weigerde, zelfs op uitdrukkelijk verzoek, te beginnen bij de oorzaak van de onenigheid, namelijk de door mij gewraakte preek.

Inmiddels heeft één van de bijbelgetrouwe ouderlingen vanwege zijn gezondheid ontheffing moeten vragen, en de andere z’n termijn zat erop. De gemeente is enige tijd zonder ouderlingen geweest, en nu zijn er twee vanuit de classis.

Voor een impressie van wat er verder gebeurd is, lees Zo heb ik het niet bedoeld!, Wat is waarheid?, Omgaan met diversiteit, Waarop baseer je je?, Goede bedoelingen en God, … kan vreemd( )gaan, Wat Nabot tegen Achab zei, … onderzochten dagelijks de Schriften om te zien of die dingen zo waren., Christelijke vrijheid beperkt gezag synode, God wil het!, Joas, koning van Juda, Tijdgebonden.

Waarom ben ik zo tegen op die preek? Ik citeer hier enkele stukjes (cursief), en geef er mijn mening bij. De cijfers in de citaten zijn van mij, en onder de citaten vind je mijn opmerkingen.

Misschien kunnen we ook nog een keer lachen om die rare verschillen van ons. Dat zou helemaal mooi zijn. Weet je nog, vroeger, toen discussieerden we over de vraag of zusters de Heer mogen dienen in het ambt. (1)

De verschillen vallen meteen op (2). Die springen altijd meteen in het oog. Je kunt op die verschillen inzoomen, zonder ooit tot overeenstemming te komen. Je kunt net zo lang inzoomen, totdat de boel breekt. Ik moet denken aan de lichtbak van een stroper. De koplampen van een auto op een donker weggetje in het bos. Hoe een dier gevangen wordt in het licht en hoe het verlamd raakt. Zo kun je je laten vangen door de verschillen die er zijn. Je komt er nooit meer uit.

Je kunt twee dingen doen: je kunt de buitengrenzen bewaken: de grens van wat nog net wel en wat net niet meer gereformeerd is (3). Of je kunt je concentreren op de kern (4) en je samen oefenen in leven vanuit de Bron. Je kunt steeds weer inzoomen op verschillen. Verschillen zullen er altijd zijn. Dan zijn er twee mogelijkheden (5). Verschillen kunnen leiden tot steeds meer verdeeldheid. Dat is de lichtbak van de stroper en ik weet wel wie die stroper is. We kunnen ook aan de andere kant beginnen. Investeren in de relatie met de Heer en de relatie met elkaar. Laten we met elkaar spreken over ons geloof in de Heer Jezus. Wie is hij eigenlijk voor jou?

Ik roep u en jou op om te doen wat de apostel zegt: Christus heeft jou genadig aanvaard, zo moeten we ook elkaar ruimhartig aanvaarden. Laten we niet met elkaar discussiëren over verschillen. Laten we daar in ieder geval niet beginnen. Laten we liever investeren in de band met elkaar. Wie is Christus voor jou broeder, zuster? Heb je hem echt lief? Wil je hem volgen door dik en dun (6)? Wil je de ander liefhebben met de liefde van Christus (7)? Amen.

(1) Lachen om verschillen waarover in de Bijbel duidelijke aanwijzingen staan? Dat doe je niet, dat suggereer je niet eens over je broers en zussen die de betreffende teksten wèl serieus nemen.

(2) Wie heeft die verschillen veroorzaakt, en waarom? Geeft de Bijbel aanleiding om die verschillen te maken?

(3) Wel of niet gereformeerd? Dat vind ik minder belangrijk dan wel of niet bijbels, en dàt is het soort verschillen waarvan ik vind dat die niet op één hoop gegooid kunnen en mogen worden. ‘Welk soort muzikale begeleiding in de kerk’ of ‘vrouw in het ambt’ maakt nogal wat uit. Zie ook (5).

(4) Er is op die manier geen kern. De hele Bijbel is Gods Woord. Zie ook Deuteronomium 4:2, 12:32, Psalm 119:105, Spreuken 30:6, 2 Timoteüs 3:16-17, 2 Petrus 1:20-21 en Openbaring 22:18-19. Meer Jezus? Zie Johannes 1:1-18 (het Woord is vlees geworden), 14:15, 15:14.

(5) Hier wordt, net als bij (3) en (4), een valse tegenstelling opgezet: er zijn verschillen die er toe doen, namelijk die waarover de Bijbel uitspraken doet (zie 2 Petrus 1:20-21). Degenen die zich bezorgd maken over of de Bijbel wel in z’n geheel gehandhaafd blijft, en die dat uit liefde tot God en hun naasten doen, worden weggezet als door de duivel verblinden. Of dacht je soms dat dat niet bedoeld wordt met “ik weet wel die die stroper is”? Je bezorgd maken over verschillen waarover in de Bijbel iets staat kan niet als tegenstelling worden gebruikt voor “investeren in de relatie met de Heer en met elkaar”. De keuze is niet voor de liefde, en dan is de waarheid niet zo belangrijk; de keuze is ook niet voor de waarheid, en dan is de liefde niet zo belangrijk. Jezus heeft gezegd dat Hij de Weg, de Waarheid en het Leven is, en God is liefde. Dat kun je niet uit elkaar halen. En dat iemand zó met z’n geloofsgenoten omgaat… als je je aan Gods regels wilt houden heeft hij z’n oordeel dus al klaar. Over ‘niet oordelen’ gesproken!

(6) Uiteraard willen we dat! Maar wat zegt Jezus zelf? Zie de teksten uit Johannes die ik onder (4) heb genoemd.

(7) Natuurlijk! Dat wil toch iedereen die regelmatig in de kerk komt?! Maar je kunt dat niet tegenover elkaar zetten. Zie de teksten uit Johannes die ik onder (4) heb genoemd.

Zo’n preek?

Daar kun je, zeker als je er even wat beter naar luistert of naar kijkt, toch niet mee aankomen bij je broers en zussen?

En inmiddels vindt mijn ex-kerkeraad (met andere ouderlingen dan eerder, namelijk die vanuit de classis) dat zo’n mening moet kunnen: “Verschillende zienswijzen mogen er onder gemeenteleden zijn.”. Natuurlijk mag dat! Maar dat is geen antwoord op mijn vraag; waarom wordt niet serieus, met argumenten vanuit de Bijbel, op mijn bezwaren ingegaan?

Zowel kerkeraad als veel gemeenteleden weigeren inhoudelijk op mijn bezwaren tegen deze preek in te gaan. Terwijl ik vaak genoeg heb aangegeven dat ik opensta voor argumenten vanuit Gods Woord…

Af en toe denk ik aan Jeremia, toen het volk tegen hem zei dat ze geen boodschap aan hem hadden, zie Jeremia 44, in het bijzonder vers 17.

Voorlopig ben ik zonder gemeente. Een gevaarlijke situatie, dat realiseer ik mij. Volgens het Nieuwe Testament heeft een christen een gemeente nodig. Ik ben van plan af te wachten tot de GKv landelijk scheuren, en me dan aan te sluiten bij een gemeente die Gods Woord op de ‘oude manier’ serieus neemt. Maar iemand heeft ooit eens gezegd: “Wil je God laten lachen, vertel Hem dan wat je morgen van plan bent …”, dus het zou ook heel anders kunnen gaan.

Dit zou overigens allemaal niet nodig zijn als onze ‘herders’ wat meer doorgepakt hadden. Want waarom zou je revisie afwachten van een besluit dat intrinsiek geen revisie kan verdragen? Ik citeer een stukje uit Omgaan met verschillen: “Ik begrijp werkelijk niet hoe een meerderheid van afgevaardigden vanuit de kerken ten eerste besluit om de vrouw in het ambt toe te laten (maar die discussie ga ik hier niet voeren), en ten tweede dat besluit direct te laten ingaan! Het had van minimale wijsheid getuigd het eerste besluit door een volgende synode te laten toetsen (en dus het tweede achterwege te laten).“.

Ik begrijp dat je door zo’n besluit in eerste instantie overdonderd wordt. Maar inmiddels zijn we ruim twee jaar verder. Ik had wat meer actie verwacht van onze herders. Maar wat hoor ik? De één zegt dat hij niet weggaat zolang hij het Woord nog mag verkondigen – maar die houding past niet binnen de GKv, daarvoor kun je beter bij een ander kerkverband terecht -, de ander dat hij niet weggaat zolang zijn kerkeraad nog achter hem staat – en dat is ook een houding die niet binen de GKv past…

Bang voor polemiek? Of is het iets anders? Het Woord staat op de tocht, en als herder moet je je ‘schapen’ de goede kant op leiden! Ga dat -eindelijk- eens doen! Als je blijft beweren dat die andere herders het ook goed bedoelen, hebben veel van je ‘schapen’ op een gegeven moment geen benul meer wie ze moeten volgen. Als jij nou eens achter Jezus aangaat (zie Leiders), dan komt het met die ‘schapen’ misschien wel weer goed.

Reageren kan via e-mail; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 20 november 2019.
^
Homepage

Tijdgebonden

“Groet elkaar met een heilige kus.” Dat, of iets wat er heel sterk op lijkt, kun je vinden in Romeinen 16:16, 1 Korintiërs 16:20, 2 Korintiërs 13:12, en 1 Tessalonicenzen 5:26. En Petrus schrijft iets vergelijkbaars in 1 Petrus 5:14. Hij heeft het over ‘een kus van de liefde’.

Laatst was ik bij een lezing, waar deze uitspraak aan het begin werd aangehaald. Ik had de indruk dat de spreker deze uitspraak enigszins belachelijk maakte (“Siberië”, “vol op de mond”). Later in zijn lezing maakte hij dat meer dan goed, vond ik, maar toch.

Je kunt uiteraard niet in een heel kort bestek uitleggen waarom wij nu elkaar geen heilige kus meer geven, maar je hoeft het daarom nog niet in het belachelijke te trekken. Een korte uitleg met een eventuele verwijzing was mijns inziens beter geweest.

Ik zet zelf de streep tussen wel en niet tijdgebonden bij de argumentatie van de schrijver (van het betreffende bijbelboek). Een paar voorbeelden van teksten/argumenten die ik niet als tijdgebonden zie.

Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva. En niet Adam is misleid, maar de vrouw is, toen zij misleid werd, tot overtreding gekomen.

1 Timoteüs 2:13-14

Paulus verwijst hier naar de scheppingsorde, en naar de volgorde van de zondeval. Daar valt niets tegen in te brengen. Tenzij je denkt dat Adam en Eva niet werkelijk bestaan hebben, maar dan heb je een probleem met nog heel wat meer bijbelgedeeltes (bijvoorbeeld Romeinen 5:12-21, Judas 1:14).

Daarom moet de vrouw een teken van gezag op het hoofd hebben, omwille van de engelen.

1 Korintiërs 11:10

Hier wijst Paulus op de engelen. Voor een verklaring van dit vers, zie bijvoorbeeld “Een macht op het hoofd“. Ook hier valt niets tegen in te brengen. Ik kom er hieronder nog op terug.

En “Groet elkaar met een heilige kus.” dan?

En “Ik wil dan dat de mannen op alle plaatsen bidden met opheffing van heilige handen, zonder toorn en meningsverschil.” (1 Timoteüs 2:8)?

Waarom zouden we dat niet letterlijk opvatten?

Lees eens “DE HEILIGE KUS – TIJDGEBONDEN?“, en “Uiterlijke gebedshouding“, en “Mannen geen ruzie; vrouwen rustig“.

Ik ben niet eigenwijs. Mijn manier is gewoon beter!Zie je het verschil tussen de verschillende voorschriften? Waarom je het ene wèl moet volgen zoals het er staat, en het andere niet letterlijk? Dan heb ik waardering voor je, er zijn namelijk heel wat predikanten die het niet zien. Die zelfs de spot drijven met dat we bijvoorbeeld “met opheffing van heilige handen” niet letterlijk opvatten, en wat Paulus beargumenteert met 1 Timoteüs 2:13-14 wel. Daarmee menen ze dan de zaak van vrouwen die graag in het ambt van predikant of ouderling willen ‘dienen’, te dienen (…). En helaas trappen veel mensen erin, we zijn over het algemeen geen navolgers van de Bereërs (Handelingen 17:11); wat de voorganger zegt wordt vaak klakkeloos aangenomen, vooral als het aangenaam in het gehoor ligt.

Ik zou nog terugkomen op 1 Korintiërs 11:10. Ik denk dat het verstandig is dat je een groter gedeelte leest: de verzen 2-16. In veel gemeenten hebben de vrouwen bij het bidden in de kerk geen hoofddeksel meer op. En dat, terwijl de argumentatie “omwille van de engelen”, niet op tijdgebondenheid wijst. Dus… waarom draaien we onze verkeerde gewoonten niet terug?

ik vraag me zelfs af of we in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt de huidige ellende (rond vrouwen die in het ambt van predikant of ouderling willen) zouden hebben, als we dit gebod van Paulus gehoorzaamd hadden.

Mocht je behoefte voelen om, net als de hierboven ter hoogte van het plaatje genoemde predikanten, te spotten met het serieus nemen van het Woord van God, weet dan dat ik niet schuldig ben aan jouw misbruik van de Schrift; ik heb je namelijk gewaarschuwd. Zie bijvoorbeeld Ezechiël 3:19. En besef dat niet alleen ik, maar ook voorgangers rekenschap moeten afleggen, zie bijvoorbeeld Hebreeën 13:17. Ben je voorganger? Leid dan je gemeente achter Jezus aan! (Zie ook Joas, koning van Juda.)

Reageren kan via e-mail; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 9 november 2019.

^
Homepage

Joas, koning van Juda

Over Joas, koning van Juda, kun je lezen in 2 Koningen 11 en 12, en in 2 Kronieken 22:10-12 en de hoofdstukken 23 en 24.

Als zijn vader Achazja (Ahazia) sterft, roeit zijn oma Atalja (Athalia) heel het nageslacht van Achazja uit, met uitzondering van Joas zelf. Hij wordt namelijk verstopt door zijn tante Jehoseba (Joseba). Als hij 7 jaar is, wordt hij tot koning uitgeroepen. De hogepriester Jojada sluit een verbond tussen de HEER, de koning en het volk, en ook tussen de koning en het volk (2 Koningen 11:17).

Maar er was toch al een verbond? Ja, maar omdat het volk en het huis van David de HEER een tijd lang niet gediend hadden, werd dit verbond (op)nieuw gesloten. Dit komt vaker voor in de Bijbel…

Joas leidt het volk van Juda geruime tijd goed, omdat hij luistert naar de hogepriester Jojada. Nadat Jojada gestorven is, gaat het anders (2 Kronieken 24 vanaf vers 17). Het komt zelfs zover dat Joas Zacharia, zoon van Jojada, laat vermoorden, omdat hij optreedt tegen de afgoderij. En Zacharia vraagt niet om het zijn moordenaars te vergeven, integendeel! Zie 2 Kronieken 24:22. Had hij dat wel moeten doen, dan? Het lijkt er sterk op van niet, zie Lucas 11:51.

Joas blijkt dus geen ruggegraat te hebben. Lichamelijk heeft hij die wel, maar geestelijk niet. Hij werd overeind gehouden door een uitwendig skelet: de leiding van Jojada.

Je ziet dat ook weleens bij predikanten. Zolang er ouderlingen in de kerkeraad zitten die trouw zijn aan het Woord van God, gaat het prima; maar komen er andere ouderlingen, die het ‘wat minder nauw nemen’ met het Woord van God, dan draait zo’n predikant om als een blad aan een boom. Jongelui hoorde ik enkele jaren geleden weleens de uitdrukking ‘laffe herder’ gebruiken als ze van elkaar vonden dat er wel wat meer lef getoond mocht worden. Een heel toepasselijke uitdrukking voor de situatie waar ik het hier over heb, vind ik.

Op Wikipedia kun je lezen over wat een exoskelet (uitwendig skelet) is. Op het moment dat ik dit schrijf gaat het aan het eind van dat stukje ook over een harnas. Jesaja schrijft daarover, zie Jesaja 59:17. Paulus schrijft er ook over, zie Efeziërs 6:14-17 en 1 Tessalonicenzen 5:8.

We hebben als christenen allemaal last van gebrek aan ruggegraat. We hebben een wapenrusting nodig om dat probleem op te heffen, zie Efeziërs 6:11-13. Met de wapenrusting van God aan blijven we wèl overeind; God houdt ons dan overeind.

Als ‘gewone’ christenen last hebben van gebrek aan ruggegraat is dat erg; maar het wordt een stuk erger als voorgangers dat hebben. Vooral als men, soms met vrome praatjes, en/of om de lieve vrede, weigert de wapenrusting van God aan te trekken. De kans is namelijk heel groot dat zo’n voorganger mensen van Christus weg leidt in plaats van naar Hem toe. Zulke voorgangers worden overigens gewaarschuwd in Hebreeën 13:17. Maar die tekst staat er toch niet voor voorgangers? Echt niet? Lees 2 Timoteüs 3:16-17.

Herders, wees gewaarschuwd! Wees geen huurlingen (zie Johannes 10:12-13).

Kijk niet hoeveel mensen jou, als herder, volgen, maar leid je kudde naar Jezus! Zie bijvoorbeeld Leiders.

Reageren kan via e-mail; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 26 oktober 2019.
^
Homepage

Op de eerste dag van de week

Als ik in de Herziene StatenVertaling zoek op deze term (dat moet op internet in delen, b.v. “dag” en “week” of “eerste dag” en in de resultaten zelf zoeken (b.v. met Ctrl F)) vind ik die, ná de Opstanding, maar twee keer, in Handelingen 20:7 en 1 Korintiërs 16:2. Is dat niet een beetje een zwakke basis voor het feit dat wij nu op zondag onze erediensten houden in plaats van op zaterdag?

Zo kun je er over denken. Sommige mensen schrijven er een heel boek over. Maar er is meer, zie bijvoorbeeld Openbaring 1:10, waarin Johannes er vanuitgaat dat iedereen weet wat hij met ‘de dag van de Heer’ bedoelt. (Voor het geval je dat niet duidelijk is, zie Johannes 20.)

Ik heb het er eerder al eens over gehad of er regels zijn voor hoe je met de zondag moet omgaan (zie Er blijft dus nog een sabbatsrust over voor het volk van God).

In het Oude Testament vindt God het houden van de sabbat erg belangrijk. Ik lees momenteel ’s avonds voor het slapengaan in de Complete Jewish Bible (vertaald door David H. Stern); enkele dagen geleden was ik bij het laatste gedeelte van Jesaja. Ook daar gaat het vaak over het belang van het houden van de sabbat. Lees maar eens Jesaja 56:1-8, en Jesaja 58, in het bijzonder vanaf vers 13:

Indien u uw voet van de sabbat terughoudt,
ermee ophoudt om op Mijn heilige dag te doen wat u zelf wilt;
indien u de sabbat een verlustiging noemt,
opdat de HEERE geheiligd wordt
– die geëerd moet worden –
indien u die eert door niet uw eigen wegen te volgen,
niet uw eigen wensen zoekt of daarover een woord spreekt,
dan zult u vreugde scheppen in de HEERE,
Ik zal u doen rijden op de hoogten van de aarde
en Ik zal u voeden met het erfelijk bezit van uw vader Jakob,
want de mond van de HEERE heeft gesproken.

Als je dit zo leest, dan hoor je toch naar de samenkomsten van je gemeente te gaan? En niet te beweren dat je ’s zondags God ook wel ‘in de natuur’ kunt dienen? Bedenk: de ‘dag om God te eren’ is niet vervallen met de komst van Christus! En ik ‘vrees’ dat je ook niet wegkomt met een beroep op Romeinen 14:6.

Maar ja… als je eenmaal besloten hebt om te doen wat je zèlf wilt, is de weg terug niet makkelijk. Vraag maar aan Adam en Eva. O nee, dat kan niet… lees dan maar Genesis 3. En hoe heeft God er ook alweer voor gezorgd dat terugkeer tot Hem tòch mogelijk werd? Inderdaad. En waar moet je wezen om daar alles over te vernemen?

Heb je je wel eens afgevraagd wat voor voorbeeld je (je) (klein)kinderen geeft als je zonder goede reden de erediensten verzuimt? En als je in je vakantie ook ‘vakantie’ neemt van de dienst aan God? Vast wel. Maar toen ben je snel gestopt met erover nadenken. Zet dat proces maar gauw weer aan!

Reageren kan via e-mail; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 1 september 2019.

^
Homepage

God wil het!

Deze ‘kreet’ wordt meestal geassocieerd met de Kruistochten, zie Wikipedia.

Tegenwoordig achten wij onszelf daar wel boven verheven. Toch?

En toch(!) is zeggen dat God iets wil, terwijl je dat (alleen) zèlf wilt en niet eens weet of God het wel wil, iets van alle tijden, en daar hoort ‘tegenwoordig’ bij.

Maar er gebeurt toch niks buiten Gods wil om? Dus…

Voel je ‘m al? Nog niet? Lees dan Genesis 4:1-16. Nog niet? Dan moet je het maar eens aan iemand vragen. Er zijn vast mensen die begrijpen waarom ik dit zo geschreven heb.

In Numeri 16 gaat het over de opstand van Korach, Datan en Abiram. Zij denken Gods wil inzake het leiderschap over Zijn volk te kennen. Zie eventueel ook mijn stukjes … en alle mensen die Korach toebehoorden … en De aarde opende haar mond en verzwolg hen …

Als je Numeri 22-24 leest krijg je de indruk dat Bileam zich houdt aan wat God wil. Dat zegt hij immers meerdere keren? Zie bijvoorbeeld Numeri 22:18, 38, 23:12. Maar het feit dat hij, bij het herhaald verzoek van Balak om te komen, vraagt of de gezanten willen blijven overnachten, zodat hij kan vernemen wat de HEER hem te zeggen heeft (Numeri 22:19), geeft al wel te denken. Bij de eerste keer wist hij toch al dat de HEER niet wilde dat hij Israël zou vervloeken? En uit onder andere Numeri 31:16 weten we dat Bileam Balak nog een ‘tactisch’ advies heeft gegeven voordat hij weer naar huis ging. Voor hoe dat advies uitpakte: zie Numeri 25.

Overigens denk ik dat veel christenen Gods reactie op het overspel en de afgoderij van het volk buitensporig vinden; als jij daar ook bij hoort, denk er dan nog eens goed over na; en mocht je er dan nog steeds zo over denken, lees dan eens Jesaja 29:16, en Romeinen 9, in het bijzonder de verzen 20 en 21.

Terug naar Bileam. Zegt dit gedrag van Bileam ons (ook) iets over ons bidden? Lees eens 1 Johannes 3:22 en 5:14. Aandringen mag – zie bijvoorbeeld Matteüs 7:7-8, Efeziërs 6:18, Filippenzen 4:6, Kolossenzen 1:9, 1 Tessalonicenzen 3:10, 5:17 – maar dus wel onder voorwaarden. Gezien wat in Efeziërs 6:18, staat? – “in de Geest”; dat vind je ook terug in bijvoorbeeld Judas:20. Als het nog niet duidelijk is, lees dan bijvoorbeeld We hebben ervoor gebeden.

Maar tot nu toe hebben we nog niet gelezen dat iemand z’n eigen mening verdedigde met ‘God wil het’…

Het is ook wel voorgekomen dat God niet geraadpleegd werd, terwijl het verstandiger was geweest als men dat wel had gedaan, zie bijvoorbeeld Jozua 9 en 2 Samuel 21:1-14. Maar in dat laatste gedeelte wordt God toch geraadpleegd, al is het pas na 3 jaar hongersnood? Inderdaad, maar David legt zijn ‘oplossing’ niet eerst aan God voor.

In 1 Samuel 24:5 zeggen Davids mannen tegen hem dat het Gods wil is dat hij Saul doodt. David wijst dit af, zie vers 7. Iets vergelijkbaars gebeurt in 1 Samuel 26:8; ook hier wijst David het af.

Later, als David zelf koning is, wil hij de ark van God naar Jeruzalem overbrengen; dat is op zich niet tegen Gods wil… Lees 2 Samuel 6 voor het hele verhaal. Maar David had moeten navragen bij de priesters hoe dat ook alweer moest, de ark vervoeren. Als je dat zelf ook niet meer weet, zoek dat dan maar even op.

Waarom je dat zou moeten opzoeken? Daar heb je nu toch niks meer aan? Nee, want de ark is er, voor zover wij weten, niet meer. Maar je kunt wel lezen dat als God ergens iets over heeft gezegd, je je daaraan moet houden. En dat is nog steeds zo; het kan geen kwaad jezelf daar af en toe aan te herinneren. Zelfs de liefde kent regels van God, zie bijvoorbeeld 1 Johannes 5:2-3.

In Handelingen 2 kun je lezen over de uitstorting van de Heilige Geest. Wat dat met het onderwerp te maken heeft? Dat kun je vast wel raden.

Veel mensen zeggen -tegenwoordig-  dat de Geest iets wil, of dat de Geest ze iets ingegeven heeft. Neem van mij aan, en ik heb het uit de Bijbel, dat de Geest je niets zal ingeven dat in strijd is met het Woord (dat is Christus, zie Johannes 1:1-14); God is niet in Zichzelf verdeeld. Dus, om het concreet te maken voor wat in deze tijd nogal veel speelt: voel je roeping tot iets waarvan je weet dat dat volgens de Bijbel niet kan, of waarvoor je de Bijbel in onwaarschijnlijke bochten moet wringen, vraag je dan eens af van welke geest die roeping komt.

Is God dan niet in staat met een kromme stok een rechte slag uit te delen? Natuurlijk wel, maar waarom zou jij er bewust voor kiezen zo’n kromme stok te willen zijn?

En bedenk welk effect het op ‘onze kinderen’ heeft, als wij bepaalde delen van Gods Woord zonder Bijbelse reden aan de kant schuiven. Suggereer ik nu een hiërachie in Bijbelteksten? Ik suggereer niks, ik geef alleen aan dat het ‘gewoon’ zo is; lees maar eens Waarop baseer je je?.

Jezus wilde de wil van God doen, en heeft dat gedaan; zie bijvoorbeeld Johannes 7:14-18.

Hij heeft Zijn leven voor de wereld gegeven (Johannes 3:16). Wij krijgen het resultaat daarvan gratis aangeboden (zie deze Visjeposter). Laten we zó leven dat Jezus’ offer niet voor niks is geweest.

Reageren kan via e-mail; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 1 september 2019.

^
Homepage

Vergeld niemand kwaad met kwaad

Waarom niet eigenlijk? Het is enorm effectief! Kijk maar eens in Genesis 4:23.

Lamech koos helemaal voor zichzelf: zie Genesis 4:19-24. Zijn vrijheid stelde grenzen voor die van een ander, om bij het vorige stukje aan te sluiten; die ander had daar maar mee te ‘dealen’.

God wil niet dat wij persoonlijk kwaad met kwaad vergelden; wat de overheid doet valt onder andere regels: zie bijvoorbeeld Exodus 21 vanaf vers 18 en Romeinen 13:1-7.

Waarom wil God eigenlijk niet dat wij persoonlijk de rekening vereffenen met degenen dit ons kwaad doen? Ik kan wel een praktische reden bedenken: ‘bijkomende schade’; als ik zó gruwelijk de pest aan iemand heb dat ik hem om die reden vermoord, doe ik zijn gezin, familie, vrienden, buren, kennissen, et cetera verdriet; en er is grote kans dat ik iemand zó boos maak, dat die mij iets wil aandoen; en voor je het weet heb je dan een vendetta.

God geeft ‘gewoon’ aan dat Hij niet wil hebben dat wij eigen rechter spelen, zie Romeinen 12:17-21. God zal het kwaad wreken; er wordt in vers 19, waar het over wraak gaat, geciteerd uit Deuteronomium 32:35, evenals in Hebreeën 10:30. In vers 17 wordt verwezen naar Spreuken 20:22, Matteüs 5:39, 1 Korintiërs 6:7 en 1 Tessalonicenzen 5:15; in die laatste tekst staat zelfs dat we elkaar moeten weerhouden van het vergelden van kwaad met kwaad.

De wraak aan God overlaten vind ik zelf niet altijd even gemakkelijk, zie bijvoorbeeld mijn stukje over Jona. Iemand anders erop aanspreken is dan ook niet gemakkelijk, tenzij ik aangeef dat ik er zelf ook grote moeite mee heb – dan staan we in ieder geval naast elkaar (en niet tegenover elkaar).

God heeft met iedereen op deze aarde nog geduld, zie 2 Petrus3:9. Hij wil dat iedereen tot bekering komt. En dat kan mijn ‘vijand’ natuurlijk niet als ik hem vermoord heb…

Maar ook als het over minder erge dingen dan moord en doodslag gaat, geldt deze regel van God. We doen elkaar in de kerk ook van alles aan; op deze website kun je daar wel ‘sporen’ van vinden. Hoe gaan we daarmee om? Soms gebeuren dingen in een opwelling, vooral als (vermeende) aantasting van het Woord van God in het geding is; is het goed dat je (geestelijke) broer of zus na te dragen? Is het goed om, als je het om een persoonlijke reden (dus niet vanwege de leer) niet eens bent met je kerkeraad, weg te blijven uit de erediensten? Op zich kan ik er wel begrip voor opbrengen. De laatste twee keer dat wij in onze gemeente Avondmaal hebben ‘gevierd’ heb ik getwijfeld of ik wel zou gaan, en naar ik gehoord heb was ik de enige niet. Uiteindelijk ben ik wel gegaan, maar ik zal niemand veroordelen die van de tafel weggebleven is; wie kan zien wat er in het hart van een mens omgaat (Spreuken 14:10)?  Wegblijven uit de erediensten vindt God niet goed: zie Hebreeën 10:25. Doe je dat toch, dan moet je daar dus een goede reden voor hebben; één die je ook aan Jezus zou kunnen vertellen. Als ik het zo zeg, legt dat een claim, dat besef ik; maar dat is ook mijn bedoeling; we horen bij elkaar!

“… overwin het kwade door het goede.”

Romeinen 12:21.

Zo’n kort stukje, daar in Romeinen 12:17-21, maar zóveel aanwijzingen voor het omgaan met conflicten.

We krijgen nu nog de kans van God om zèlf, met Zijn hulp (bidden om de Geest), onze conflicten op te lossen. Op een dag komt Hij zelf, en dan is Zijn geduld op… (zie bijvoorbeeld Macht).

Reageren kan via e-mail; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 1 september 2019.

^
Homepage

Tot vrijheid geroepen

Tot vrijheid geroepen. Is dat een paradox?

Kort geleden hoorde ik bij ons in de kerk een preek over Galaten 5, en dan in het bijzonder over het eerste deel van vers 13 (NBV): “Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn.”.

De predikant legde uit wat die vrijheid betekent, namelijk dat we vrij zijn van de wet. En dan niet in de zin dat we nu alles maar kunnen doen en laten waar we zin in hebben.

Is dat niet flauw? Dan zijn er dus grenzen aan die vrijheid. Inderdaad, maar als je even verderkijkt, is dat ook wel logisch. Lees bijvoorbeeld 1 Korintiërs 8:9, 1 Petrus 2:16, Judas:4. Dus is ‘tot vrijheid geroepen’ inderdaad een paradox, een schijnbare tegenstelling.

Jouw vrijheid eindigt waar die van een ander begint.” Zo worden vaak de grenzen van vrijheid aangegeven. Maar dat bedoelde, denk ik, de predikant niet. Volgens mij zijn wij geroepen om samen vrij te zijn. Daarom en daarop worden toch de ‘broeders en zusters’ door Paulus aangesproken? De hele wet wordt vervuld in dat we onze naaste liefhebben als onszelf, zie Galaten 5:14. Als we elkaar bijten, mogen we wel oppassen dat we geen kannibalen worden, zie vers 15.

De predikant liet ons kijken naar het rijtje in de verzen 19 t/m 21. Daar herkent je ongelovige buurman zichzelf echt niet in, zei hij. Ook binnen de kerk vind je die dingen. Zo grof? Niet per se; jezelf zoeken, egoïstisch zijn, je tegen elkaar afzetten, weglopen in plaats van doen wat je moet doen, hoort er ook bij; het gaat om de houding. De predikant verwees naar de redenering van de duivel, waar we als mensheid in het begin al ingetrapt zijn, zie Genesis 3:1-5. Het zonder God willen doen…

In de verzen 22 en 23 van Galaten 5 vinden we waar we (nog) in moeten groeien.

De zaken die daar genoemd worden vind je overigens ook buiten de kerk.

Wie denkt dat de scheidslijn tussen goed en kwaad parallel loopt aan die tussen christenen en niet-christenen, is of naïef of christen, en waarschijnlijk allebei.

(Rikkert Zuiderveld, De slimme Rikkert)

Vrucht van de Geest. Gaan we dan zitten wachten op wat de Geest doet? Nee, dat is volgens de predikant niet de bedoeling.

Het is, denk ik, weer typisch zoiets merkwaardigs uit de Bijbel: wij worden opgeroepen iets te doen, en de Geest de ruimte te geven, en de Geest werkt het in ons.

Dàt, en dat we niet meer worden afgerekend op ons (niet) houden van de wet, is dat geen genade?

Laten we daarom onze God liefhebben, en onze medemens (elkaar!) als onszelf. Als we God op de eerste plaats ‘zetten’, kunnen we samen vrij zijn.

Reageren kan via e-mail; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 1 september 2019.

^
Homepage