Hoe ging het in 2018, financieel?

In het stukje ‘Armen‘ van 1 januari van dit jaar – wat heb ik trouwens weinig geschreven, dit jaar… – schreef ik dat ik mij in 2018 wilde houden aan wat Ernst Leeftink voorstelt op zijn website, nl. 10 % geven van mijn netto inkomen, en dat ik ook wilde proberen rekening te houden met zijn indeling 2/3 voor kerkelijke doelen, 1/3 voor andere doelen.

Het is nu tijd voor het opmaken van de balans. Waarom nu, en niet dichterbij het einde van het jaar? Dat heeft te maken met wat in 1 Kronieken 29:2-5 staat. Koning David spreekt daar openlijk over hoeveel hij geeft voor de tempel die Salomo moet gaan bouwen. Zijn doel: anderen oproepen tot vrijgevigheid. En dat lukt, kijk maar in 1 Kronieken 29:6-9. Maar is dat dan niet in strijd met “Laat uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet.”? (Lees Matteüs 6:1-4). Uiteraard wist David niet dat zijn grote Zoon dit ooit nog eens zou zeggen, maar hij besefte wel het gevaar van praten over hoeveel je geeft: lees maar verder in 1 Kronieken 29, de verzen 10-18, in het bijzonder de laatste twee verzen (17-18). Oftewel, met andere woorden, om het héél duidelijk te stellen (maar ik wil het je niet opdringen (echt niet? 🙂 )): ik wil graag dat jij van de overvloed die je hebt (of misschien wel niet hebt, vergelijk Marcus 12:41-44) óók bijdraagt aan goede doelen. En dat kan ik beter nú vragen dan wanneer je net je bestelling voor je kerstdiner of voor je vuurwerk of zo gedaan hebt. Toch? 🙂

Ik weet niet of ik wel zo zuiver van hart ben als David bedoelt, maar als ik zie hoe weinig er over het algemeen gegeven wordt voor het onderhoud van de gemeente waarvan mensen lid zijn, en voor overige goede doelen, neem ik dat maar voor lief.

Die tien procent, daar ben ik bijna; ik heb al een voorschot genomen op wat ik nog verwacht binnen te krijgen. Als het goed is krijg ik deze week nog mijn salaris, en dan kan ik het definitief afronden.

En dan de verdeling. Als ik onze kerk, incl. de zendingscommissie, samen met De Verre Naasten als kerkelijke doelen definieer, kom ik uit op iets meer dan 50%. Maar als ik alle ‘christelijke’ doelen bij elkaar neem, is het bijna 90%. Wanneer is een doel een kerkelijk doel, en wanneer niet? Een ‘christelijk’ doel hoeft nog geen kerkelijk doel te zijn… Ik denk dat ik me daar verder maar niet druk over ga maken.

Is overvloed een zegen? Dat hangt er, denk ik, onder andere vanaf hoe je ermee omgaat. Geef je wat ‘terug’, voor de dienst van de Heer van de schepping, en voor het onderhoud van die schepping?

Ik wens je Gods zegen toe.

Reageren kan via e-mail; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 1 september 2019.
^
Homepage