Categoriearchief: leesvoer

Omgaan met diversiteit

Vorig jaar oktober heb ik een stukje geschreven over Omgaan met verschillen. Dat was naar aanleiding van een preek die bij ons in de gemeente gelezen werd, en waar ik nog steeds beroerd van ben, vooral omdat deze preek in onze gemeente als splijtzwam werkt. Aangezien ik geen zin had in nog een stukje met dezelfde titel heb ik nu een ander woord gekozen, met ongeveer dezelfde betekenis. Ik kwam op ‘diversiteit’ door het lezen van een àndere preek.

Wat me opvalt bij al die preken is dat er bijna op wordt gehámerd dat verschillen er mogen zijn, en dan worden doorgaans enkele verschillen ten tonele gevoerd waarover de Bijbel heel duidelijk zegt dat je daarover geen verschil van mening kunt hebben. De gebrokenheid van het leven wordt ook vaak aangedragen. Maar voor sommige mensen helpt dat niet, omdat wat zij willen maatschappelijk niet geaccepteerd wordt, soms omdat het gaat om ongelijke partijen, soms om andere redenen. Ik heb daarover nog nooit (dat zal te sterk zijn, ik herinner me het in ieder geval niet) iets gehoord in een preek…

Maar wat is er dan mis met die preken?

Ik begin met een vrij eenvoudig voorbeeld. In de preek die ik zojuist gelezen heb maakt de predikant een opmerking over meedoen met loterijen; dat dat 20 jaar geleden echt niet kon in de vrijgemaakte kerken, en dat je, als je een miljoen gewonnen had, maar zó onder de tucht kon komen te staan. Volgens hem gebeurt dat nu niet meer, en dat heeft te maken dat met dat we elkaar daarover niet (mogen?) oordelen.

Maar waarom kom je nu in zo’n geval niet meer onder de tucht dan? Dat zou wèl moeten! Lees maar eens: 49,9 miljoen! en Geld maakt niet gelukkig, gelukkig maken ze geld!. Er staan ruimschoots voldoende aanwijzingen in de Bijbel om jou duidelijk te maken dat je niet moet gokken. Als je dat dan toch structureel doet, en er ook na duidelijke waarschuwingen niet mee wilt ophouden, lees dan eens deze Spreuken:

Als je geen gehoor geeft aan de wet,
is zelfs je gebed de HEER een gruwel (28:9 NBV).

Wie vaak terechtgewezen wordt en toch hardnekkig blijft,
wordt plotseling geveld, zonder kans op redding (29:1 NBV).

Laat ik als volgend voorbeeld ‘relaties’ nemen; dat is een stuk ingewikkelder.

Volgens de Bijbel kan een seksuele relatie uitsluitend een relatie zijn tussen één man en één vrouw, in een huwelijk, levenslang. Zie bijvoorbeeld Genesis 2:24, Leviticus 18, in het bijzonder vers 5, Leviticus 19:2, Matteüs 19:1-12, Marcus 10:1-12, 1 Korintiërs 7, Hebreeën 13:4. Ik heb een hele tijd geleden ook al eens over dit onderwerp geschreven, zie ‘Het huwelijk in ere‘.

Het zal je opgevallen zijn bij het lezen van de hierboven genoemde teksten dat ze niet allemaal over relaties gaan, maar ook over bijvoorbeeld de heiligheid van God. Ik ga dat verder niet voor je invullen; dat kun je heel goed zelf; maar wil je het wel?

Zelf ben ik nu ruim drie jaar weduwnaar, maar in ieder geval heb ik wel een (seksuele) relatie gehàd. Voor sommige mensen is dat niet weggelegd, zie de hierboven genoemde teksten, maar niet iedereen is zoals Paulus (zie 1 Korintiërs 7:7). En dan kun je het héél moeilijk hebben! En daar kan ik dan ‘heel goedkoop’ een Bijbeltekst ‘tegenaan gooien’, maar die kun je zelf ook wel opzoeken, en wat schieten we ermee op als ik dat hier doe? Ik kan wel zeggen dat ik me druk maak om het heil van jouw ziel, maar waarom zou je me geloven?

In veel preken wordt het verwijzen naar de Bijbel min of meer als liefdeloos aangeduid. En wat er ook vaak in naar voren komt is dat we niet mogen oordelen, het oordeel is immers aan God! Maar binnen onze eigen kring moeten we dat nu juist wèl, zie bijvoorbeeld 1 Korintiërs 5:12-13. Maar waarom moet dat dan? Omdat je dat hoort te doen als je je broers en zussen liefhebt! En dat liefhebben toon je onder andere door je te houden aan Gods geboden, zie bijvoorbeeld 1 Johannes 5:2. Het is pas harteloos en liefdeloos als je je broer of zus (of …) maar een eind laat aanmodderen.

Ook wordt in preken het feit dat relaties anders dan het hierboven beschreven huwelijk, ‘relaties in liefde en trouw’, niet in de Bijbel voorkomen, een ‘blinde vlek’ genoemd. Moet in de Bijbel, naast alle verwijzingen naar het huwelijk, elke andere samenlevingsvorm dan expliciet worden afgewezen? Zo ongeveer de eerste gedachte die mij bekroop toen ik over die ‘blinde vlek’ hoorde was: “Hoe ongelooflijk arrogant en blind moet je wel niet zijn om op zo’n idee te komen?”. Maar dat is natuurlijk geen liefdevolle gedachte… Het lijkt er op dat ‘liefdevol’ niet meer ‘hard’ mag zijn.

Nou, ik daag je uit: zoek in de Bijbel maar eens op waar Jezus’ vermaningen ‘zacht’ zijn en waar ‘hard’, en kijk maar eens welke het meest voorkomen. Ik heb dat zelf nog niet concreet gedaan, ik heb alleen maar een ‘gevoel’ dat ‘hard’ het meest voorkomt. Je hebt dus een kans: zoek het eens uit!

Ik heb ook naar een preek geluisterd waarin Johannes 8:1-11 aan de orde kwam. Ondanks wat Jezus zegt in het laatste vers – “ga heen en zondig niet meer” – brak de betreffende predikant tòch een lans voor andere samenlevingsvormen dan het Bijbels huwelijk binnen de kerk; dus niet búiten de kerk, dat ‘gaat ons niks aan’ (1 Korintiërs 5:12-13). Het gaat me er niet om dat we ons moeten afzetten tegen mensen die anders zijn (in die zin dat ze niet alleen willen blijven of in een Bijbels huwelijk met iemand willen samenleven). In de meeste gevallen kun je er niet zoveel aan doen hoe je bent – maar sommige dingen kun je wèl kiezen, zie Ze moeten me maar nemen zoals ik ben en/of God heeft mij zo gemaakt -. waar het me om gaat is dat we ons moeten afzetten tegen het accepteren van de zonde; we leven in een gebroken wereld, dat wist èn weet Jezus ook. Toch heeft Hij de Bergrede (Matteüs 5-7) in de Bijbel laten opnemen.

Tot zover de voorbeelden.

Wat ik de laatste tijd ook vaak hoor of lees, is dat we op zoek moeten naar de kern. Over het algemeen komt dat neer op alles slopen waarover we het vroeger eens waren, een vage boodschap over Jezus (eigenlijk over jezelf) overhouden, en je eigen invulling geven aan Lucas 6:31. Maar die boodschap komt ook voor in Matteüs 7:12. En daar wordt verwezen naar de Wet en de Profeten… dus géén eigen invulling!

Verdeeldheid moet er zijn: zie Lucas 12:51-53. Dat is, dit wellicht ten overvloede, iets anders dan diversiteit.

Er is nog iets wat me de laatste tijd opvalt in preken. Vaak moet er iets ‘spectaculairs’ gezegd worden. In het afgelopen half jaar heb ik twee keer meegemaakt dat een predikant vloekte in een preek. Van één ervan weet ik dat hij er inmiddels spijt van heeft. In het blad ‘Naast’ las ik een column over een stukje Genesis in het Haags. Het taalgebruik is ronduit grof. Je maakt mij niet wijs dat de gewone Hagenees dit soort taal gebruikt als-t-ie z’n kinderen opvoedt. Ja, maar de Bijbel moet aantrekkelijk worden voor buitenstaanders, de Grieken een Griek etc..  Hoe zou je dan Efeziërs 4:29 vertalen? We gaan toch geen duivelse middelen gebruiken om de mens tot God te bekeren? Dat zou nog erger zijn dan Karel de Grote die de Saksen een ‘eenvoudige’ keuze bood: zie Karel de Grote wordt tot Keizer gekroond.

Er wordt in preken wel eens iets gezegd over de werking van de Geest; tegenwoordig vaak zó, dat je denkt dat de Geest ons meer toestaat dan het Woord (maar dat kan helemaal niet, zoek maar na in dat Woord! en/of lees … allen eensgezind bijeen). Onderdeel van de vrucht van de Geest is zelfbeheersing (Galaten 5:22). Niet dat ik daar nou zo goed in ben, maar waarom hoor je daar zelden of nooit wat over in een preek? Misschien word ik er dan wel beter in! En over tevreden zijn met wat je hebt (Hebreeën 13:5)? Het lijkt momenteel binnen onze kerken steeds meer op de tijd van de Rechters: zie 21:25.

Er is een uitspraak van Omdenken die heel goed toepasbaar is op hoe we om moeten gaan met zonde: “Vallen is niet erg, blijven liggen wel.”. Dus: naar Jezus ermee! En hoe dan verder? Lees bijvoorbeeld 1 Johannes 2:3-6; sowieso is het een goed idee om de drie brieven van Johannes eens achter elkaar te lezen.

Is een gesprek over ‘de verschillen’ (nog) wel mogelijk? Ik twijfel er steeds meer aan. Ik wil best met mensen over de Bijbel praten. Maar wel onder voorwaarden; we nemen allemaal de Bijbel serieus en accepteren het gezag van Gods Woord (2 Timoteüs 3:16-17, 2 Petrus 1:20-21, Openbaring 22:18-19); als je aankomt met “Dat is jouw mening. ” en/of “Daar denk ik anders over.” dan wil ik daar Bijbelse argumenten bij zien en/of horen (denk aan Handelingen 17:11): Jezus heeft namelijk gezegd dat Hij de Weg, de Waarheid en het Leven is (Johannes 14:6). Wil je niet met Bijbelse argumenten komen, laten we het dan over koetjes en kalfjes hebben, dan houden we het tenminste gezellig.

Waarom moet het toch allemaal zo nodig kapot?!

… kom, Heer Jezus!

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 14 februari 2019.
^
Homepage

Wat is waarheid?

Dat is een citaat van Pontius Pilatus; je kunt het vinden in Johannes 18:38.

Het is denk ik de ‘vraag van het jaar’ (of zoiets – verzin maar iets beters, want ik verwacht niet dat het na 2018 afgelopen is) in de gereformeerde kerken vrijgemaakt. Merkwaardig, want Jezus heeft het antwoord al heel lang geleden gegeven.

Jezus zegt van Zichzelf: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.“; je kunt deze uitspraak vinden in Johannes 14:6.

Sommige mensen beweren dat er ‘méér Jezus’ moet komen. Daarmee wordt dan bedoeld: minder regels, meer liefde. Maar kijk eens in bijvoorbeeld 2 Johannes vers 6. En in 1 Johannes 5:2.

Jezus is het Woord van God, zie Johannes 1:1-18.

En het Woord van de Vader is de Waarheid, zie Johannes 17:17.

En dus ben ik van mening dat we vensters, brillen, lijsten en wat we verder maar op een verkeerde wijze tussen ons en Gods Woord in kunnen en willen zetten (om bijvoorbeeld onze eigen manier van leven goed te praten) af moeten schaffen. Want:

Heel de Schrift is door God ingegeven …“; zie verder 2 Timoteüs 3:16-17.

Er is geen enkele reden waarom we onze eigen bijziendheid (of wat voor afwijking we dan ook maar hebben) op een (mee)beslissende manier tussen ons en Gods Woord in zouden zetten.

Dit moet u allereerst weten, dat geen enkele profetie van de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat“; zie verder 2 Petrus 1:20-21.

Vertrouw op het Woord van God! Zie Jesaja 55:10-11.

En als je ècht van mensen houdt, onthoud je ze soms misschien de waarheid wel, maar de Waarheid toch niet?

genade, barmhartigheid, vrede zal met u zijn, van God de Vader en van de Heere Jezus Christus, de Zoon van de Vader, in waarheid en liefde.” (2 Johannes vers 3).

Dat is mijn wens voor jou voor 2019.

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 31 december 2018.
^
Homepage

Hoe ging het in 2018, financieel?

In het stukje ‘Armen‘ van 1 januari van dit jaar – wat heb ik trouwens weinig geschreven, dit jaar… – schreef ik dat ik mij in 2018 wilde houden aan wat Ernst Leeftink voorstelt op zijn website, nl. 10 % geven van mijn netto inkomen, en dat ik ook wilde proberen rekening te houden met zijn indeling 2/3 voor kerkelijke doelen, 1/3 voor andere doelen.

Het is nu tijd voor het opmaken van de balans. Waarom nu, en niet dichterbij het einde van het jaar? Dat heeft te maken met wat in 1 Kronieken 29:2-5 staat. Koning David spreekt daar openlijk over hoeveel hij geeft voor de tempel die Salomo moet gaan bouwen. Zijn doel: anderen oproepen tot vrijgevigheid. En dat lukt, kijk maar in 1 Kronieken 29:6-9. Maar is dat dan niet in strijd met “Laat uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet.”? (Lees Matteüs 6:1-4). Uiteraard wist David niet dat zijn grote Zoon dit ooit nog eens zou zeggen, maar hij besefte wel het gevaar van praten over hoeveel je geeft: lees maar verder in 1 Kronieken 29, de verzen 10-18, in het bijzonder de laatste twee verzen (17-18). Oftewel, met andere woorden, om het héél duidelijk te stellen (maar ik wil het je niet opdringen (echt niet? 🙂 )): ik wil graag dat jij van de overvloed die je hebt (of misschien wel niet hebt, vergelijk Marcus 12:41-44) óók bijdraagt aan goede doelen. En dat kan ik beter nú vragen dan wanneer je net je bestelling voor je kerstdiner of voor je vuurwerk of zo gedaan hebt. Toch? 🙂

Ik weet niet of ik wel zo zuiver van hart ben als David bedoelt, maar als ik zie hoe weinig er over het algemeen gegeven wordt voor het onderhoud van de gemeente waarvan mensen lid zijn, en voor overige goede doelen, neem ik dat maar voor lief.

Die tien procent, daar ben ik bijna; ik heb al een voorschot genomen op wat ik nog verwacht binnen te krijgen. Als het goed is krijg ik deze week nog mijn salaris, en dan kan ik het definitief afronden.

En dan de verdeling. Als ik onze kerk, incl. de zendingscommissie, samen met De Verre Naasten als kerkelijke doelen definieer, kom ik uit op iets meer dan 50%. Maar als ik alle ‘christelijke’ doelen bij elkaar neem, is het bijna 90%. Wanneer is een doel een kerkelijk doel, en wanneer niet? Een ‘christelijk’ doel hoeft nog geen kerkelijk doel te zijn… Ik denk dat ik me daar verder maar niet druk over ga maken.

Is overvloed een zegen? Dat hangt er, denk ik, onder andere vanaf hoe je ermee omgaat. Geef je wat ‘terug’, voor de dienst van de Heer van de schepping, en voor het onderhoud van die schepping?

Ik wens je Gods zegen toe.

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.
Laatste wijziging: 14 februari 2019.
^
Homepage

Jullie moeten de voorschriften van de HEERE in acht nemen, opdat jullie niet sterven

De titel van dit stukje is een citaat uit Leviticus 8:35. In het hoofdstuk waar dit vers deel van uitmaakt gaat het over de wijding van Aäron en zijn zonen tot priester.

De mannen blijven een week bij de tent van samenkomst. Daarna moet Aäron daadwerkelijk als priester optreden: zie Leviticus 9.

Maar daarna gaat er iets gruwelijk mis.

Nadab en Abihu, de twee oudste zonen van Aäron brengen ‘vreemd vuur’ voor het aangezicht van de HEER (Leviticus 10:1-7). (Overigens vind ik ‘aangezicht’ (HSV) een minder vreemd woord dan ‘gelaat’ (NBV, zie aantekeningen bij de priesterzegen).) De beide mannen worden door het vuur dat uitgaat van het aangezicht van de HEER verteerd.

Wat een keiharde straf! Een stel van die jonge kerels – ze hadden in ieder geval nog geen kinderen, zie Numeri 3:4 en 1 Kronieken 24:2 – die in hun enthousiasme een fout maken?! Het is toch mooi, wat ze doen?

Ja, we kunnen zeggen dat ze het hadden kunnen weten. Zie bovenaan dit stukje.

God gaat hier naar ‘onze maatstaven’ erg ver om Zijn heiligheid duidelijk te laten blijken. Maar wie zijn wij om kritiek te hebben op God? Zie bijvoorbeeld Jesaja 29:16, Jeremia 18:6.

Waar ik verder nog aandacht voor wil vragen is dat over deze gebeurtenis niet geschreven staat dat God verboden had wat Nadab en Abihu deden; er staat dat Hij het niet geboden had!

Wij zijn nog weleens makkelijk, zo van “De Bijbel verbiedt het niet, dus moet het kunnen.”. Misschien een goed idee om daar wat voorzichtiger mee te zijn? Tegenwoordig vallen er, voor zover mij bekend, geen directe doden meer bij het ongehoorzaam zijn aan de geboden van God. Maar het zou wel kunnen dat je je eigen eeuwige leven, en/of dat van je kinderen, klein- en achterkleinkinderen in de waagschaal stelt.

God wil graag gediend worden, maar dan wel op de manier die Hij heeft bepaald. En dat kan (tegenwoordig, maar – en doe vooral niet onnozel – vroeger ook al) dwars tegen maatschappelijke tendenzen ingaan.

Bedenk goed dat God liefhebben betekent Hem gehoorzamen. Zie bijvoorbeeld 1 Johannes 2.

Wij koppelen liefde meer met vrijheid, niet met gehoorzaamheid. Maar vraag je eens af wat dat voor vrijheid is? De christelijke vrijheid geeft je ruimte in zaken waarover God geen geboden heeft gegeven.  En ook daarbij moet je goed bedenken dat wat jij wilt misschien wel tegen Gods Woord ingaat. Bestudeer je Bijbel goed! Misschien is het wel verstandig om op zoek te gaan naar iets dat jouw standpunt niet ondersteunt.

Als afsluiting een (hopelijk) confronterende vraag: wil jij deze God wel als jouw God?

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 13 februari 2018.
^
Homepage

Armen

Overigens hoeft er onder u geen arme te zijn, want de HEERE zal u overvloedig zegenen in het land dat de HEERE, uw God, u als erfelijk bezit geeft om dat in bezit te nemen, als u tenminste de stem van de HEERE, uw God, nauwgezet gehoorzaamt, door al deze geboden die ik u heden gebied, nauwlettend in acht te nemen.

Dit staat in Deuteronomium 15:4-5.

En dan, een stukje verderop, in Deuteronomium 15:11, staat er dit:

Want  armen zullen binnen uw land nooit ontbreken. Daarom gebied ik u: U moet uw hand wijd opendoen voor uw broeder, de onderdrukte en de arme in uw land.

Alweer een tegenstelling in de Bijbel? Daar zijn er nogal wat van… (zie bijvoorbeeld Hebben wij eigenlijk wel iets in te brengen?).

En, aansluitend bij de titel van het stukje waarnaar ik hierboven verwijs: we hebben hier kennelijk wèl iets in te brengen. We kunnen onze hand wijd opendoen voor onze medemensen!

Er is al vaker een pleidooi gevoerd voor het geven van tien procent van je inkomsten aan goede doelen; een mooi voorbeeld van zo’n pleidooi heb ik gevonden op de website van Ernst Leeftink. Lees het maar eens! Mocht je daar nu geen tijd voor hebben, doe het dan later… Een citaat uit zijn blog:

Aan het geefgedrag van een christen kun je afmeten hoe het gesteld is met de dankbaarheid tegenover God en het vertrouwen op God.

Ik vind het een goed stuk om over na te denken, en zelf ben ik het ook gaan doen het afgelopen jaar (die 10 procent, de verdeling 1/3 – 2/3 heb ik niet gecontroleerd, maar daar ga ik ook rekening mee proberen te houden, bij leven en welzijn); en ik heb er verder ook niks aan toe te voegen…

Voordat ik je het beste ga wensen voor dit nieuwe jaar 2018 wil ik nog wijzen op het feit dat er een verschil is tussen rijkdom en zegen. Dat ligt voor de meeste mensen nogal voor de hand, maar toch… Zie bijvoorbeeld Spreuken 30:7-9 of lees Agur.

Wat is zegen dan wel? Naar mijn idee in ieder geval dit: onder ons zijn de eeuwige armen van God (zie Deuteronomium 33:27).

Ik wens je Gods zegen voor 2018!

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 1 januari 2018.
^
Homepage

Vijandschap

Mooi onderwerp met Kerst, toch?

En toch is dat waarom Jezus is gekomen. Lees Genesis 3:15, en Openbaring 12. Hij vermorzelt de kop van de vijand; dat heeft Hij al gedaan, maar vandaag denken we eraan dat Hij er als een klein kind aan begonnen is.

En ooit zal de vijandschap er helemaal niet meer zijn, als Hij voor de tweede keer komt. Dan zullen we altijd bij Hem zijn.

Gaat dat nog lang duren, dan? Dat weet ik niet, maar God wacht niet onnodig, zie bijvoorbeeld Stille nacht?

Ik wens je een gezegend Kerstfeest!

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 24 december 2017.
^
Homepage

Als je baas God niet dient

Een bekend voorbeeld is Jozef, de zoon van Jakob, die slaaf was van Potifar, later ‘onderbaas’ in de gevangenis, en vanaf ongeveer z’n dertigste onderkoning van Egypte. Hij was in de gevangenis terechtgekomen omdat hij niet wilde doen wat de vrouw van z’n baas hem vroeg. Daar had ze over gelogen tegen Potifar, haar man, maar ja, wat zou jij doen als je in Potifars schoenen stond? Dan zou je toch ook je vrouw geloven? Al was het alleen maar vanwege wat andere mensen ervan zouden denken…

Obadja, de hofmeester van Achab, had het ook niet gemakkelijk. Lees maar 1 Koningen 18:3-16. Maar hij deed wat God van hem vroeg. Maar dat vertelde hij niet aan z’n baas. Ik denk niet dat dat verkeerd is, zie De waarheid spreken is altijd verstandig; liegen is altijd dom.

Naäman bekeerde zich nadat hij genezen was van zijn melaatsheid, en hij vraagt bij voorbaat vergeving voor iets waarvan hij weet dat het een slechte indruk maakt, namelijk dat hij zich naast zijn koning neerbuigt voor Rimmon. Als je niet zou weten dat Naäman bij God hoort, zou je kunnen denken dat hij (ook) een afgod dient. Maar Elisa laat hem in vrede gaan. Is dit schijnheilig van Naäman? Hij had het toch tegen z’n baas kunnen zeggen? Een citaat uit de Bijbelverklaring van Henry: “Er moet met pas bekeerden teder en voorzichtig gehandeld worden.“. Henry verklaart Elisa’s “Ga in vrede” zó, dat Elisa verwacht dat Naäman zijn leven nog wel zal beteren.

In z’n algemeenheid geldt dat je God meer gehoorzaam moet zijn dan mensen: Handelingen 4:19, 5:29.

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 17 december 2017.
^
Homepage

De belijdenis

Welke? We hebben er zes…

Ik wil het nu niet hebben over een specifieke belijdenis, het gaat mij om de functie van een belijdenis. In de Bijbel (Herziene StatenVertaling) wordt het woord ‘belijdenis’ in het Oude Testament gebruikt voor het erkennen van zonde (vindplaatsen); in het Nieuwe Testament (vindplaatsen) heeft het woord een andere betekenis; meestal gaat het dan om de erkenning van Jezus Christus als Heer.

De belijdenissen die wij hebben, de Apostolische Geloofsbelijdenis, de Geloofsbelijdenis van Athanasius, en de Geloofsbelijdenis van Nicea, en verder de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels, beogen ook dat laatstgenoemde doel, maar doen dat op een andere manier dan in het Nieuwe Testament.

Er wordt kort samengevat weergegeven wat het geloof in Jezus inhoudt, en dwalingen uit de tijd van het ontstaan van de betreffende belijdenis worden bestreden.

Vaak beschouwen mensen de belijdenissen als een samenvatting van het Woord van God. Dat is niet terecht. Bij het bestrijden van dwalingen wordt de aandacht vooral gericht op die gedeelten van de Bijbel waar aangetoond wordt dat zo’n dwaling werkelijk in strijd is met de Schrift. Vaak wordt ook uitgesproken wat we dan wèl geloven, maar ook dat is doorgaans gekoppeld aan de tijd van schrijven. Zo staat in bijvoorbeeld de Heidelbergse Catechismus maar één korte Zondag over het werk van de Heilige Geest; tegenwoordig is daar veel meer aandacht voor dan toen; dat zou consequenties hebben als er nu een nieuwe belijdenis geschreven zou (moeten) worden.

Een belijdenis geeft voor een deel een positieve weergave van wat we geloven, en voor een deel worden er dwalingen in bestreden, al worden die niet altijd met zoveel woorden genoemd. Een belijdenis mag dus qua gezag niet gelijkgesteld worden met het Woord van God, en bevat/omvat ook niet de volledige leer van de Bijbel.

Als je dat in de gaten houdt bij het gebruik van de belijdenissen, kun je er enorm veel aan hebben. Alleen al dat je niet in dezelfde valkuilen trapt als vroegere ‘ketters’ …

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 17 december 2017.
^
Homepage

Vuile handen?

Je moet vuile handen durven maken. Ook als christen. Dat hoor je van alle kanten. Iemand moet het immers doen, anders komt er niks van de grond.

Geen duimbreed is er op deze wereld waarvan Christus niet zegt: Het is Mijn.

Dr. Abraham Kuyper heeft dat gezegd in zijn openingsrede van de VU. (Bron: A. Kuyper populair in buitenland.)

Op de een of andere manier is ‘vuile handen maken’  voortgekomen uit deze opmerking van Dr. Kuyper, zo lijkt het. Vaak zie ik het in verband gebracht worden met politiek bedrijven.

Maar ik vind nergens in de Bijbel dat je vuile handen moet maken. David koos er bijvoorbeeld niet voor, hoewel hij door Samuel tot koning van Israël gezalfd was: tot twee keer toe spaarde hij Sauls leven, hoewel hem goede argumenten aan de hand werden gedaan om hem (Saul dus) te doden (1 Samuel 24:1-8, 26:3-12).

Je zou Jehu kunnen noemen, ‘de zoon van Nimsi’; hij kreeg zijn opdracht om het ‘huis van Achab’ uit te roeien toch van God zelf? Als je tijd hebt, lees dan eens wat (prof. dr.) G. Kwakkel in Nader Bekeken schreef (maart 2005) bij Hosea 1:4. Dan zul je hem (Jehu dus) in dit verband niet zo gauw meer noemen, denk ik.

Kun je ergens in de Bijbel aanwijzen dat iemand ‘vuile handen’ gemaakt heeft, zonder uitdrukkelijke opdracht van God, waarbij hij of zij later door God geprezen werd voor zijn of haar daden?

Dat verneem ik dan graag van je.

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 16 december 2017.
^
Homepage

Vanaf het begin

Heel lang geleden had ik een andere website, met daarop een overzicht van de leeftijden van de eerste mensen tot aan de zondvloed. Er is me al vaker gevraagd zoiets een keer opnieuw te maken en te publiceren. Hierbij dan…

Opmerkingen vooraf: ik heb geen rekening gehouden met afrondingen; als er staat dat iemand een bepaalde leeftijd in jaren had, kunnen daar misschien nog wel 11 maanden bijgeteld moeten worden (zo gaan wij nu met leeftijden om); èn deze keer ben ik niet gestopt bij de zondvloed.

Fouten gevonden? Zie onderaan dit stukje hoe je me dit kunt laten weten. Maar kijk eerst of ik er een opmerking over heb gemaakt, en je die voldoende verklarend vindt.

Jaar Naam en/of Gebeurtenis
0 schepping van Adam en Eva, zondeval
130 geboorte van Set
235 geboorte van Enos
325 geboorte van Kenan
395 geboorte van Mahalalel
460 geboorte van Jered
622 geboorte van Henoch
687 geboorte van Metuselach
874 geboorte van Lamech
930 overlijden van Adam (930)
987 wegname van Henoch (365)
1042 overlijden van Set (912)
1056 geboorte van Noach
1140 overlijden van Enos (905)
1235 overlijden van Kenan (910)
1290 overlijden van Mahalalel (895)
1422 overlijden van Jered (962)
1559 geboorte van Sem, Jafet en Cham
1651 overlijden van Lamech (777)
1656 overlijden van Metuselach (969), zondvloed
1659 geboorte van Arpachsad
1694 geboorte van Selach
1724 geboorte van Eber
1758 geboorte van Peleg, spraakverwarring
1788 geboorte van Reü
1820 geboorte van Serug
1850 geboorte van Nachor
1879 geboorte van Terach
1949 geboorte van Abram, Nachor en Haran
1959 geboorte van Sarai
1997 overlijden van Peleg (239)
1998 overlijden van Nachor (148)
2006 overlijden van Noach (950)
2024 vertrek van Abram, Sarai en Lot uit Charan
2027 overlijden van Reü (239)
2035 geboorte van Ismaël
2048 Gods verbond met Abraham, instelling van de besnijdenis, verwoesting van Sodom en Gomorra
2049 geboorte van Isaak
2050 overlijden van Serug (230)
2084 overlijden van Terach (205)
2086 overlijden van Sara (127), koop van de grot van Machpela
2089 huwelijk van Isaak en Rebekka
2097 overlijden van Arpachsad (438)
2109 geboorte van Esau en Jakob
2124 overlijden van Abraham (175)
2127 overlijden van Selach (433)
2149 huwelijk van Esau met Jehudit en Basemat (Ada en Oholibama)
2159 overlijden van Sem (600)
2172 overlijden van Ismaël (137)
2186 vertrek van Jakob naar Paddan-Aram, huwelijk van Esau met Machalat (Basemat)
2188 overlijden van Eber (464)
2193 huwelijk van Jakob met Lea en Rachel
2200 geboorte van Jozef
2206 geboorte van Benjamin, overlijden van Rachel, terugkeer van Jakob naar Kanaän
2229 overlijden van Isaak (180)
2230 Jozef onderkoning, huwelijk van Jozef met Asnat, begin van de 7 jaren van overvloed
2237 einde van de 7 jaren van overvloed, begin van de 7 magere jaren
2239 Jakob bij de farao
2244 einde van de 7 magere jaren
2256 overlijden van Jakob (147)
2310 overlijden van Jozef (110)
Opmerkingen, vragen, toelichting
  • Ik ben er vanuit gegaan dat de zondeval al kort na de schepping van de mens heeft plaatsgevonden.
  • Eva kreeg haar naam na de zondeval (Genesis 3:20).
  • Is Metuselach voor of tijdens de zondvloed overleden?
  • De zondvloed duurde ongeveer een jaar, zie Genesis 7:11 en 8:14.
  • Sem, Cham en Jafet waren hoogstwaarschijnlijk geen drieling: zie Genesis 9:24 voor het feit dat Cham de jongste was; zie Genesis 10:21 voor het feit dat Sem de oudste was (de HSV lijkt te suggereren dat Jafet de oudste is, maar veel andere vertalingen juist niet) ; zie Genesis 11:10 voor het feit dat Sem later geboren werd dan toen Noach 500 was (en dus Jafet en Cham ook).
  • ‘In de dagen van Peleg’: ‘Peleg’ kan vertaald worden met ‘verdeling’ (zie de noot bij Genesis 10:25 HSV). Daarom heb ik de spraakverwarring bij zijn geboortejaar gezet.
  • De namen van de vrouwen van Esau verschillen in Genesis 26:34 en 28:9, respectievelijk 36:2-3.
  • Het was mij in eerste instantie niet helemaal duidelijk op welke leeftijd Jakob naar Paddan-Aram is gegaan. Dat Isaak ‘oud geworden was en zijn ogen zo zwak waren dat hij niet meer kon zien’ zegt niet zoveel (zie ook Genesis 18:11-12), en Jakob was 20 jaar in Paddan-Aram (Genesis 31:41) voordat hij en zijn broer Esau hun vader Isaak begroeven (die op 180-jarige leeftijd overleden was), dus toen Jakob vertrok heeft Isaak zich misschien wel oud gevoeld, maar hij heeft daarna dus nog wel enige tijd geleefd. Maar wellicht valt er wel meer te zeggen. Jozef was 30 jaar oud toen hij voor de farao stond (Genesis 41:46); daarop volgden 7 jaren van overvloed; toen daarna, tijdens de magere jaren, de honger sterk werd in Kanaän gingen 10 van Jakobs zonen graan halen in Egypte (Genesis 42:1-3); op een gegeven moment ging Jakob zelf ook naar Egypte, en toen waren de magere jaren nog niet voorbij, er zouden er nog 5 komen (Genesis 45:6); het is dus aannemelijk dat Jozef toen 39 jaar oud was; uit Genesis 30:25 en verder valt te concluderen dat Jakob aan zijn 6 jaar werken voor vee begon toen Jozef ‘net’ geboren was; we hebben al gezien dat Jakob 130 jaar oud was toen hij voor de farao stond, en dat Jozef toen ongeveer 39 jaar oud was; Jakob zal dan 91 jaar oud zijn geweest toen Jozef geboren werd; 14 jaar daarvoor was hij naar Paddan-Aram gegaan; na 7 jaar voor Laban gewerkt te hebben trouwde hij met Lea en Rachel; zijn leeftijd bij zijn vertrek uit Kanaän kan dus gesteld worden op 77 jaar, en zijn leeftijd toen hij trouwde op 84 jaar; toen Jakob 77 jaar was, was Isaak 137 jaar.
  • Bijzonder om te zien dat Noach de spraakverwarring nog heeft meegemaakt (en daarna nog een hele tijd geleefd heeft), en dat Sem pas ná Abraham is overleden.

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.
Laatste wijziging: 29 november 2017.
^
Homepage