Categoriearchief: leesvoer

Stel je de hemel eens voor

Dat is de titel van een boek van John Burke, vertaling van ‘Imagine Heaven‘. Ik heb het gekocht bij boekhandel Heijink (dé plaatselijke boekhandel van Hardenberg – en, mocht je wèl een plaatselijke boekhandel willen ondersteunen maar er niet persoonlijk heen kunnen of willen:  je kunt er ook via de website bestellen! En niet alleen de boeken die daar op staan, maar ook andere!).

Boek 'Stel je de hemel eens voor' van John Burke

Het gaat over bijna-doodervaringen (=> Wikipedia) van heel veel mensen, die door de auteur ‘tegen de Bijbel aan’ gehouden worden.

De Bijbel heeft bij hem het eerste en het laatste woord, en dat vond ik goed te merken bij het lezen. Gereformeerden, waaronder ik, spreken vaak niet zo gemakkelijk over bijna-doodervaringen, omdat we die vaak lastig in het kader van de Bijbel kunnen plaatsen. Dit boek kan dit probleem voor je oplossen, denk ik.

Het gaat over het hiernamaals, de hemel, maar minder over de nieuwe aarde. De mensen waarover in het boek wordt verteld, die een bijna-doodervaring hebben gehad, hebben niet op de nieuwe aarde kunnen kijken, maar wel in de hemel.

Als ik het goed begrepen heb, legt de auteur ook verband tussen de steniging van Paulus (Handelingen 14:19) en wat hij vertelt over ‘iemand die hij kent die tot in de derde hemel werd opgenomen’ (2 Korintiërs 12:2-4), waarmee dit laatste ook een bijna-doodervaring zou zijn.

Burke gaat ook in op de vraag of we elkaar dan zullen herkennen. Hij beantwoordt die vraag positief. Zie ook een eerder stukje van mij: Herkennen we elkaar later?.

Ondanks alle positieve adviezen van bekende christelijke Nederlanders vond ik het boek de moeite waard om te lezen, en ik ben zeker van plan het (minstens één keer) te herlezen.

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 19 mei 2019.
^
Homepage

Waarop baseer je je?

Vorige week heb ik onderweg in een winkel (de Spar te Ens) erg lekkere koeken aangetroffen, gekocht en er enkele van opgegeten – anders had ik natuurlijk niet geweten of ze lekker waren. De naam was iets met Schwarzwälder.

Bij Albert Heijn bleken ze ze afgelopen zaterdag niet te hebben.

Vanavond ben ik vanuit Bruchterveld een eind wezen fietsen, door (Oud) Bergentheim, Diffelen en Rheeze, en op ongeveer twee derde van de afstand ben ik de Spar in het Hazenbos (Heemse, Hardenberg) ingegaan om te kijken of men daar die koeken ook had. Dat was helaas niet het geval; zelfs een behulpzame medewerkster kon ze niet vinden. Toen heb ik bij Jumbo in Hardenberg gekeken; daar bleek men Schwarzwalderrondo’s te hebben, en volgens mij zijn dat dezelfde als die ik vorige week had – ik heb er nog geen een getest, dat komt bij leven en welzijn nog wel.

Maar wat is nu mijn punt? Bij de Spar in Ens kostten de koeken € 2,49, bij de Jumbo in Hardenberg waren ze 20 % duurder, namelijk € 2, 99. Hoezo 20 %? Waarom niet 16, 67%? Dat ligt eraan wat je als basis kiest. De prijs van de Spar, of de prijs van de Jumbo.

Maar misschien zijn het toch andere koeken; of dat het prijsverschil rechtvaardigt, weet ik (zoals min of meer gezegd) nog niet.

Met een verschillende basis krijg ik dus verschillende uitkomsten. Dat ligt nogal voor de hand, toch?

Maar wat als we het over dezelfde basis hebben; kunnen we dan tot een fundamenteel (sic!) andere visie komen? Jezus is de Hoeksteen, zie o.a. Psalm 118:22, Efeziërs 2:19-21. In het laatstgenoemde Bijbelgedeelte gaat het, behalve over de hoeksteen, ook over een fundament.

Wordt die hoeksteen, wordt dat fundament anders als je er vanuit een andere hoek tegenaan kijkt? Dat lijkt me niet. Hooguit zie je bepaalde zaken duidelijker die aan de kant waar jij kijkt beter zichtbaar zijn; maar jouw uitgangspunt doet niks toe of af aan de essentie van de hoeksteen, van het fundament.

De Bijbel is het Woord van God. Lees maar eens Johannes 1:1-18. Dat is een basale waarheid.

Vertelt de Bijbel je voor elke situatie wat je moet doen? Nee, er staat bijvoorbeeld niet in of het verstandig is morgen wel of niet naar de tandarts te gaan als je nu kiespijn hebt. En er staat niet in of je een gewone fiets of een elektrische fiets zou moeten kopen. Had dat erin moeten staan, dan? Als ik sommige mensen soms hoor (of zie) redeneren…

De tandarts? Lees 1 Korintiërs 3:10-23. Als het over de tandarts gaat, zou je in het bijzonder op de verzen 16 en 17 kunnen letten; zuinig zijn op je van God gekregen lichaam.

Als je letterlijk een oplossing voor jouw probleem zoekt in de Bijbel, zul je die zelden of nooit vinden. Maar ik denk dat jij ook wel weet dat de Bijbel daar niet voor bedoeld is. God vertelt erin dat Hij alle mensen wil verlossen, zie Johannes 3:16-18. Is de rest dan niet of minder belangrijk? Volgens Jezus is dat beslist niet het geval; lees bijvoorbeeld Lucas 16:14-18. Maar als je dat per se wilt, kun je de Bijbel laten buikspreken. Satan kon dat ook, zie Lucas 4:9-12 (en/of Matteüs 4:5-7). De duivel citeert hier Psalm 91:11-12. In deze situatie, bij de laatste Adam (1 Korintiërs 15:45), is hij wel zo snugger dat hij Gods woorden niet verdraait (zoals bij de vrouw van de eerste Adam, zie Genesis 3:1); maar ondanks dat hij de Bijbel letterlijk citeert, heeft hij ongelijk. Waarom? Omdat hij Psalm 91:11-12 zó uitlegt dat Jezus Zich wel expres in gevaar mag begeven. Natuurlijk kennen wij de Bijbel niet zo goed als Jezus, die Zelf het Woord is. Maar we kunnen ons er wel steeds meer in verdiepen, en vragen om de werking van de Heilige Geest, zodat een en ander ons steeds duidelijker wordt. Net zoals dat bijvoorbeeld gebeurde met de Emmaüsgangers (Lucas 24:13-35).

Er staat nog meer in 1 Korintiërs 3:10-23. Lees nog maar even verder ná vers 17. Het draait volgens mij om “U bent van Christus, en Christus is van God.”.

Zo ‘allemachtig’ belangrijk is jouw uitgangspunt dus niet.

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 20 mei 2019.
^
Homepage

Alwéér een ramp

Een cycloon die een half land verwoest…

Een aardbeving met als gevolg honderden doden…

Een tsunami die duizenden dakloos maakt…

Een dictator die miljoenen mensen vermoordt…

Waarom gebeurt dit?!

“Zo’n God – die hoef ik niet!”

Laten we eens kijken wat Jezus er zelf van zegt. Lees maar eens Lucas 13:1-5. Jezus waarschuwt mij ervoor te denken dat de mensen die dit soort dingen overkomt meer schuld hebben dan ik zelf. Verder valt mij op dat Jezus twee keer zegt “… als u zich niet bekeert, zult u allen evenzo omkomen.”.

En: Jezus meent Zijn aanbod en Zijn dreigement serieus!

Lees ook 2 Petrus 3:9 (Het Boek), als je wilt weten waarom het zolang duurt.

Nog steeds “Ja, maar…”?

Dat gaat wel een keer over! En tegen de tijd dat het over gaat zul je waarschijnlijk graag willen dat je dat inzicht eerder had gehad…

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 20 mei 2019.

^
Homepage

Omgaan met diversiteit

Vorig jaar oktober heb ik een stukje geschreven over Omgaan met verschillen. Dat was naar aanleiding van een preek die bij ons in de gemeente gelezen werd, en waar ik nog steeds beroerd van ben, vooral omdat deze preek in onze gemeente als splijtzwam werkt. Aangezien ik geen zin had in nog een stukje met dezelfde titel heb ik nu een ander woord gekozen, met ongeveer dezelfde betekenis. Ik kwam op ‘diversiteit’ door het lezen van een àndere preek.

Wat me opvalt bij al die preken is dat er bijna op wordt gehámerd dat verschillen er mogen zijn, en dan worden doorgaans enkele verschillen ten tonele gevoerd waarover de Bijbel heel duidelijk zegt dat je daarover geen verschil van mening kunt hebben. De gebrokenheid van het leven wordt ook vaak aangedragen. Maar voor sommige mensen helpt dat niet, omdat wat zij willen maatschappelijk niet geaccepteerd wordt, soms omdat het gaat om ongelijke partijen, soms om andere redenen. Ik heb daarover nog nooit (dat zal te sterk zijn, ik herinner me het in ieder geval niet) iets gehoord in een preek…

Maar wat is er dan mis met die preken?

Ik begin met een vrij eenvoudig voorbeeld. In de preek die ik zojuist gelezen heb maakt de predikant een opmerking over meedoen met loterijen; dat dat 20 jaar geleden echt niet kon in de vrijgemaakte kerken, en dat je, als je een miljoen gewonnen had, maar zó onder de tucht kon komen te staan. Volgens hem gebeurt dat nu niet meer, en dat heeft te maken met dat we elkaar daarover niet (mogen?) oordelen.

Maar waarom kom je nu in zo’n geval niet meer onder de tucht dan? Dat zou wèl moeten! Lees maar eens: 49,9 miljoen! en Geld maakt niet gelukkig, gelukkig maken ze geld!. Er staan ruimschoots voldoende aanwijzingen in de Bijbel om jou duidelijk te maken dat je niet moet gokken. Als je dat dan toch structureel doet, en er ook na duidelijke waarschuwingen niet mee wilt ophouden, lees dan eens deze Spreuken:

Als je geen gehoor geeft aan de wet,
is zelfs je gebed de HEER een gruwel (28:9 NBV).

Wie vaak terechtgewezen wordt en toch hardnekkig blijft,
wordt plotseling geveld, zonder kans op redding (29:1 NBV).

Laat ik als volgend voorbeeld ‘relaties’ nemen; dat is een stuk ingewikkelder.

Volgens de Bijbel kan een seksuele relatie uitsluitend een relatie zijn tussen één man en één vrouw, in een huwelijk, levenslang. Zie bijvoorbeeld Genesis 2:24, Leviticus 18, in het bijzonder vers 5, Leviticus 19:2, Matteüs 19:1-12, Marcus 10:1-12, 1 Korintiërs 7, Hebreeën 13:4. Ik heb een hele tijd geleden ook al eens over dit onderwerp geschreven, zie ‘Het huwelijk in ere‘.

Het zal je opgevallen zijn bij het lezen van de hierboven genoemde teksten dat ze niet allemaal over relaties gaan, maar ook over bijvoorbeeld de heiligheid van God. Ik ga dat verder niet voor je invullen; dat kun je heel goed zelf; maar wil je het wel?

Zelf ben ik nu ruim drie jaar weduwnaar, maar in ieder geval heb ik wel een (seksuele) relatie gehàd. Voor sommige mensen is dat niet weggelegd, zie de hierboven genoemde teksten, maar niet iedereen is zoals Paulus (zie 1 Korintiërs 7:7). En dan kun je het héél moeilijk hebben! En daar kan ik dan ‘heel goedkoop’ een Bijbeltekst ‘tegenaan gooien’, maar die kun je zelf ook wel opzoeken, en wat schieten we ermee op als ik dat hier doe? Ik kan wel zeggen dat ik me druk maak om het heil van jouw ziel, maar waarom zou je me geloven?

In veel preken wordt het verwijzen naar de Bijbel min of meer als liefdeloos aangeduid. En wat er ook vaak in naar voren komt is dat we niet mogen oordelen, het oordeel is immers aan God! Maar binnen onze eigen kring moeten we dat nu juist wèl, zie bijvoorbeeld 1 Korintiërs 5:12-13. Maar waarom moet dat dan? Omdat je dat hoort te doen als je je broers en zussen liefhebt! En dat liefhebben toon je onder andere door je te houden aan Gods geboden, zie bijvoorbeeld 1 Johannes 5:2. Het is pas harteloos en liefdeloos als je je broer of zus (of …) maar een eind laat aanmodderen.

Ook wordt in preken het feit dat relaties anders dan het hierboven beschreven huwelijk, ‘relaties in liefde en trouw’, niet in de Bijbel voorkomen, een ‘blinde vlek’ genoemd. Moet in de Bijbel, naast alle verwijzingen naar het huwelijk, elke andere samenlevingsvorm dan expliciet worden afgewezen? Zo ongeveer de eerste gedachte die mij bekroop toen ik over die ‘blinde vlek’ hoorde was: “Hoe ongelooflijk arrogant en blind moet je wel niet zijn om op zo’n idee te komen?”. Maar dat is natuurlijk geen liefdevolle gedachte… Het lijkt er op dat ‘liefdevol’ niet meer ‘hard’ mag zijn.

Nou, ik daag je uit: zoek in de Bijbel maar eens op waar Jezus’ vermaningen ‘zacht’ zijn en waar ‘hard’, en kijk maar eens welke het meest voorkomen. Ik heb dat zelf nog niet concreet gedaan, ik heb alleen maar een ‘gevoel’ dat ‘hard’ het meest voorkomt. Je hebt dus een kans: zoek het eens uit!

Ik heb ook naar een preek geluisterd waarin Johannes 8:1-11 aan de orde kwam. Ondanks wat Jezus zegt in het laatste vers – “ga heen en zondig niet meer” – brak de betreffende predikant tòch een lans voor andere samenlevingsvormen dan het Bijbels huwelijk binnen de kerk; dus niet búiten de kerk, dat ‘gaat ons niks aan’ (1 Korintiërs 5:12-13). Het gaat me er niet om dat we ons moeten afzetten tegen mensen die anders zijn (in die zin dat ze niet alleen willen blijven of in een Bijbels huwelijk met iemand willen samenleven). In de meeste gevallen kun je er niet zoveel aan doen hoe je bent – maar sommige dingen kun je wèl kiezen, zie Ze moeten me maar nemen zoals ik ben en/of God heeft mij zo gemaakt -. waar het me om gaat is dat we ons moeten afzetten tegen het accepteren van de zonde; we leven in een gebroken wereld, dat wist èn weet Jezus ook. Toch heeft Hij de Bergrede (Matteüs 5-7) in de Bijbel laten opnemen.

Tot zover de voorbeelden.

Wat ik de laatste tijd ook vaak hoor of lees, is dat we op zoek moeten naar de kern. Over het algemeen komt dat neer op alles slopen waarover we het vroeger eens waren, een vage boodschap over Jezus (eigenlijk over jezelf) overhouden, en je eigen invulling geven aan Lucas 6:31. Maar die boodschap komt ook voor in Matteüs 7:12. En daar wordt verwezen naar de Wet en de Profeten… dus géén eigen invulling!

Verdeeldheid moet er zijn: zie Lucas 12:51-53. Dat is, dit wellicht ten overvloede, iets anders dan diversiteit.

Er is nog iets wat me de laatste tijd opvalt in preken. Vaak moet er iets ‘spectaculairs’ gezegd worden. In het afgelopen half jaar heb ik twee keer meegemaakt dat een predikant vloekte in een preek. Van één ervan weet ik dat hij er inmiddels spijt van heeft. In het blad ‘Naast’ las ik een column over een stukje Genesis in het Haags. Het taalgebruik is ronduit grof. Je maakt mij niet wijs dat de gewone Hagenees dit soort taal gebruikt als-t-ie z’n kinderen opvoedt. Ja, maar de Bijbel moet aantrekkelijk worden voor buitenstaanders, de Grieken een Griek etc..  Hoe zou je dan Efeziërs 4:29 vertalen? We gaan toch geen duivelse middelen gebruiken om de mens tot God te bekeren? Dat zou nog erger zijn dan Karel de Grote die de Saksen een ‘eenvoudige’ keuze bood: zie Karel de Grote wordt tot Keizer gekroond.

Er wordt in preken wel eens iets gezegd over de werking van de Geest; tegenwoordig vaak zó, dat je denkt dat de Geest ons meer toestaat dan het Woord (maar dat kan helemaal niet, zoek maar na in dat Woord! en/of lees … allen eensgezind bijeen). Onderdeel van de vrucht van de Geest is zelfbeheersing (Galaten 5:22). Niet dat ik daar nou zo goed in ben, maar waarom hoor je daar zelden of nooit wat over in een preek? Misschien word ik er dan wel beter in! En over tevreden zijn met wat je hebt (Hebreeën 13:5)? Het lijkt momenteel binnen onze kerken steeds meer op de tijd van de Rechters: zie 21:25.

Er is een uitspraak van Omdenken die heel goed toepasbaar is op hoe we om moeten gaan met zonde: “Vallen is niet erg, blijven liggen wel.”. Dus: naar Jezus ermee! En hoe dan verder? Lees bijvoorbeeld 1 Johannes 2:3-6; sowieso is het een goed idee om de drie brieven van Johannes eens achter elkaar te lezen.

Is een gesprek over ‘de verschillen’ (nog) wel mogelijk? Ik twijfel er steeds meer aan. Ik wil best met mensen over de Bijbel praten. Maar wel onder voorwaarden; we nemen allemaal de Bijbel serieus en accepteren het gezag van Gods Woord (2 Timoteüs 3:16-17, 2 Petrus 1:20-21, Openbaring 22:18-19); als je aankomt met “Dat is jouw mening. ” en/of “Daar denk ik anders over.” dan wil ik daar Bijbelse argumenten bij zien en/of horen (denk aan Handelingen 17:11): Jezus heeft namelijk gezegd dat Hij de Weg, de Waarheid en het Leven is (Johannes 14:6). Wil je niet met Bijbelse argumenten komen, laten we het dan over koetjes en kalfjes hebben, dan houden we het tenminste gezellig.

Waarom moet het toch allemaal zo nodig kapot?!

… kom, Heer Jezus!

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 18 mei 2019.
^
Homepage

Wat is waarheid?

Dat is een citaat van Pontius Pilatus; je kunt het vinden in Johannes 18:38.

Het is denk ik de ‘vraag van het jaar’ (of zoiets – verzin maar iets beters, want ik verwacht niet dat het na 2018 afgelopen is) in de gereformeerde kerken vrijgemaakt. Merkwaardig, want Jezus heeft het antwoord al heel lang geleden gegeven.

Jezus zegt van Zichzelf: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.“; je kunt deze uitspraak vinden in Johannes 14:6.

Sommige mensen beweren dat er ‘méér Jezus’ moet komen. Daarmee wordt dan bedoeld: minder regels, meer liefde. Maar kijk eens in bijvoorbeeld 2 Johannes vers 6. En in 1 Johannes 5:2.

Jezus is het Woord van God, zie Johannes 1:1-18.

En het Woord van de Vader is de Waarheid, zie Johannes 17:17.

En dus ben ik van mening dat we vensters, brillen, lijsten en wat we verder maar op een verkeerde wijze tussen ons en Gods Woord in kunnen en willen zetten (om bijvoorbeeld onze eigen manier van leven goed te praten) af moeten schaffen. Want:

Heel de Schrift is door God ingegeven …“; zie verder 2 Timoteüs 3:16-17.

Er is geen enkele reden waarom we onze eigen bijziendheid (of wat voor afwijking we dan ook maar hebben) op een (mee)beslissende manier tussen ons en Gods Woord in zouden zetten.

Dit moet u allereerst weten, dat geen enkele profetie van de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat“; zie verder 2 Petrus 1:20-21.

Vertrouw op het Woord van God! Zie Jesaja 55:10-11.

En als je ècht van mensen houdt, onthoud je ze soms misschien de waarheid wel, maar de Waarheid toch niet?

genade, barmhartigheid, vrede zal met u zijn, van God de Vader en van de Heere Jezus Christus, de Zoon van de Vader, in waarheid en liefde.” (2 Johannes vers 3).

Dat is mijn wens voor jou voor 2019.

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 31 december 2018.
^
Homepage

Hoe ging het in 2018, financieel?

In het stukje ‘Armen‘ van 1 januari van dit jaar – wat heb ik trouwens weinig geschreven, dit jaar… – schreef ik dat ik mij in 2018 wilde houden aan wat Ernst Leeftink voorstelt op zijn website, nl. 10 % geven van mijn netto inkomen, en dat ik ook wilde proberen rekening te houden met zijn indeling 2/3 voor kerkelijke doelen, 1/3 voor andere doelen.

Het is nu tijd voor het opmaken van de balans. Waarom nu, en niet dichterbij het einde van het jaar? Dat heeft te maken met wat in 1 Kronieken 29:2-5 staat. Koning David spreekt daar openlijk over hoeveel hij geeft voor de tempel die Salomo moet gaan bouwen. Zijn doel: anderen oproepen tot vrijgevigheid. En dat lukt, kijk maar in 1 Kronieken 29:6-9. Maar is dat dan niet in strijd met “Laat uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet.”? (Lees Matteüs 6:1-4). Uiteraard wist David niet dat zijn grote Zoon dit ooit nog eens zou zeggen, maar hij besefte wel het gevaar van praten over hoeveel je geeft: lees maar verder in 1 Kronieken 29, de verzen 10-18, in het bijzonder de laatste twee verzen (17-18). Oftewel, met andere woorden, om het héél duidelijk te stellen (maar ik wil het je niet opdringen (echt niet? 🙂 )): ik wil graag dat jij van de overvloed die je hebt (of misschien wel niet hebt, vergelijk Marcus 12:41-44) óók bijdraagt aan goede doelen. En dat kan ik beter nú vragen dan wanneer je net je bestelling voor je kerstdiner of voor je vuurwerk of zo gedaan hebt. Toch? 🙂

Ik weet niet of ik wel zo zuiver van hart ben als David bedoelt, maar als ik zie hoe weinig er over het algemeen gegeven wordt voor het onderhoud van de gemeente waarvan mensen lid zijn, en voor overige goede doelen, neem ik dat maar voor lief.

Die tien procent, daar ben ik bijna; ik heb al een voorschot genomen op wat ik nog verwacht binnen te krijgen. Als het goed is krijg ik deze week nog mijn salaris, en dan kan ik het definitief afronden.

En dan de verdeling. Als ik onze kerk, incl. de zendingscommissie, samen met De Verre Naasten als kerkelijke doelen definieer, kom ik uit op iets meer dan 50%. Maar als ik alle ‘christelijke’ doelen bij elkaar neem, is het bijna 90%. Wanneer is een doel een kerkelijk doel, en wanneer niet? Een ‘christelijk’ doel hoeft nog geen kerkelijk doel te zijn… Ik denk dat ik me daar verder maar niet druk over ga maken.

Is overvloed een zegen? Dat hangt er, denk ik, onder andere vanaf hoe je ermee omgaat. Geef je wat ‘terug’, voor de dienst van de Heer van de schepping, en voor het onderhoud van die schepping?

Ik wens je Gods zegen toe.

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.
Laatste wijziging: 14 februari 2019.
^
Homepage

Jullie moeten de voorschriften van de HEERE in acht nemen, opdat jullie niet sterven

De titel van dit stukje is een citaat uit Leviticus 8:35. In het hoofdstuk waar dit vers deel van uitmaakt gaat het over de wijding van Aäron en zijn zonen tot priester.

De mannen blijven een week bij de tent van samenkomst. Daarna moet Aäron daadwerkelijk als priester optreden: zie Leviticus 9.

Maar daarna gaat er iets gruwelijk mis.

Nadab en Abihu, de twee oudste zonen van Aäron brengen ‘vreemd vuur’ voor het aangezicht van de HEER (Leviticus 10:1-7). (Overigens vind ik ‘aangezicht’ (HSV) een minder vreemd woord dan ‘gelaat’ (NBV, zie aantekeningen bij de priesterzegen).) De beide mannen worden door het vuur dat uitgaat van het aangezicht van de HEER verteerd.

Wat een keiharde straf! Een stel van die jonge kerels – ze hadden in ieder geval nog geen kinderen, zie Numeri 3:4 en 1 Kronieken 24:2 – die in hun enthousiasme een fout maken?! Het is toch mooi, wat ze doen?

Ja, we kunnen zeggen dat ze het hadden kunnen weten. Zie bovenaan dit stukje.

God gaat hier naar ‘onze maatstaven’ erg ver om Zijn heiligheid duidelijk te laten blijken. Maar wie zijn wij om kritiek te hebben op God? Zie bijvoorbeeld Jesaja 29:16, Jeremia 18:6.

Waar ik verder nog aandacht voor wil vragen is dat over deze gebeurtenis niet geschreven staat dat God verboden had wat Nadab en Abihu deden; er staat dat Hij het niet geboden had!

Wij zijn nog weleens makkelijk, zo van “De Bijbel verbiedt het niet, dus moet het kunnen.”. Misschien een goed idee om daar wat voorzichtiger mee te zijn? Tegenwoordig vallen er, voor zover mij bekend, geen directe doden meer bij het ongehoorzaam zijn aan de geboden van God. Maar het zou wel kunnen dat je je eigen eeuwige leven, en/of dat van je kinderen, klein- en achterkleinkinderen in de waagschaal stelt.

God wil graag gediend worden, maar dan wel op de manier die Hij heeft bepaald. En dat kan (tegenwoordig, maar – en doe vooral niet onnozel – vroeger ook al) dwars tegen maatschappelijke tendenzen ingaan.

Bedenk goed dat God liefhebben betekent Hem gehoorzamen. Zie bijvoorbeeld 1 Johannes 2.

Wij koppelen liefde meer met vrijheid, niet met gehoorzaamheid. Maar vraag je eens af wat dat voor vrijheid is? De christelijke vrijheid geeft je ruimte in zaken waarover God geen geboden heeft gegeven.  En ook daarbij moet je goed bedenken dat wat jij wilt misschien wel tegen Gods Woord ingaat. Bestudeer je Bijbel goed! Misschien is het wel verstandig om op zoek te gaan naar iets dat jouw standpunt niet ondersteunt.

Als afsluiting een (hopelijk) confronterende vraag: wil jij deze God wel als jouw God?

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 13 februari 2018.
^
Homepage

Armen

Overigens hoeft er onder u geen arme te zijn, want de HEERE zal u overvloedig zegenen in het land dat de HEERE, uw God, u als erfelijk bezit geeft om dat in bezit te nemen, als u tenminste de stem van de HEERE, uw God, nauwgezet gehoorzaamt, door al deze geboden die ik u heden gebied, nauwlettend in acht te nemen.

Dit staat in Deuteronomium 15:4-5.

En dan, een stukje verderop, in Deuteronomium 15:11, staat er dit:

Want  armen zullen binnen uw land nooit ontbreken. Daarom gebied ik u: U moet uw hand wijd opendoen voor uw broeder, de onderdrukte en de arme in uw land.

Alweer een tegenstelling in de Bijbel? Daar zijn er nogal wat van… (zie bijvoorbeeld Hebben wij eigenlijk wel iets in te brengen?).

En, aansluitend bij de titel van het stukje waarnaar ik hierboven verwijs: we hebben hier kennelijk wèl iets in te brengen. We kunnen onze hand wijd opendoen voor onze medemensen!

Er is al vaker een pleidooi gevoerd voor het geven van tien procent van je inkomsten aan goede doelen; een mooi voorbeeld van zo’n pleidooi heb ik gevonden op de website van Ernst Leeftink. Lees het maar eens! Mocht je daar nu geen tijd voor hebben, doe het dan later… Een citaat uit zijn blog:

Aan het geefgedrag van een christen kun je afmeten hoe het gesteld is met de dankbaarheid tegenover God en het vertrouwen op God.

Ik vind het een goed stuk om over na te denken, en zelf ben ik het ook gaan doen het afgelopen jaar (die 10 procent, de verdeling 1/3 – 2/3 heb ik niet gecontroleerd, maar daar ga ik ook rekening mee proberen te houden, bij leven en welzijn); en ik heb er verder ook niks aan toe te voegen…

Voordat ik je het beste ga wensen voor dit nieuwe jaar 2018 wil ik nog wijzen op het feit dat er een verschil is tussen rijkdom en zegen. Dat ligt voor de meeste mensen nogal voor de hand, maar toch… Zie bijvoorbeeld Spreuken 30:7-9 of lees Agur.

Wat is zegen dan wel? Naar mijn idee in ieder geval dit: onder ons zijn de eeuwige armen van God (zie Deuteronomium 33:27).

Ik wens je Gods zegen voor 2018!

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 1 januari 2018.
^
Homepage

Vijandschap

Mooi onderwerp met Kerst, toch?

En toch is dat waarom Jezus is gekomen. Lees Genesis 3:15, en Openbaring 12. Hij vermorzelt de kop van de vijand; dat heeft Hij al gedaan, maar vandaag denken we eraan dat Hij er als een klein kind aan begonnen is.

En ooit zal de vijandschap er helemaal niet meer zijn, als Hij voor de tweede keer komt. Dan zullen we altijd bij Hem zijn.

Gaat dat nog lang duren, dan? Dat weet ik niet, maar God wacht niet onnodig, zie bijvoorbeeld Stille nacht?

Ik wens je een gezegend Kerstfeest!

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 24 december 2017.
^
Homepage

Als je baas God niet dient

Een bekend voorbeeld is Jozef, de zoon van Jakob, die slaaf was van Potifar, later ‘onderbaas’ in de gevangenis, en vanaf ongeveer z’n dertigste onderkoning van Egypte. Hij was in de gevangenis terechtgekomen omdat hij niet wilde doen wat de vrouw van z’n baas hem vroeg. Daar had ze over gelogen tegen Potifar, haar man, maar ja, wat zou jij doen als je in Potifars schoenen stond? Dan zou je toch ook je vrouw geloven? Al was het alleen maar vanwege wat andere mensen ervan zouden denken…

Obadja, de hofmeester van Achab, had het ook niet gemakkelijk. Lees maar 1 Koningen 18:3-16. Maar hij deed wat God van hem vroeg. Maar dat vertelde hij niet aan z’n baas. Ik denk niet dat dat verkeerd is, zie De waarheid spreken is altijd verstandig; liegen is altijd dom.

Naäman bekeerde zich nadat hij genezen was van zijn melaatsheid, en hij vraagt bij voorbaat vergeving voor iets waarvan hij weet dat het een slechte indruk maakt, namelijk dat hij zich naast zijn koning neerbuigt voor Rimmon. Als je niet zou weten dat Naäman bij God hoort, zou je kunnen denken dat hij (ook) een afgod dient. Maar Elisa laat hem in vrede gaan. Is dit schijnheilig van Naäman? Hij had het toch tegen z’n baas kunnen zeggen? Een citaat uit de Bijbelverklaring van Henry: “Er moet met pas bekeerden teder en voorzichtig gehandeld worden.“. Henry verklaart Elisa’s “Ga in vrede” zó, dat Elisa verwacht dat Naäman zijn leven nog wel zal beteren.

In z’n algemeenheid geldt dat je God meer gehoorzaam moet zijn dan mensen: Handelingen 4:19, 5:29.

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 17 december 2017.
^
Homepage