Leiders

Ik las ooit eens een uitspraak van een christelijk leider: “Als je achterom kijkt, en niemand volgt je, ben je dus geen leider.“. Daar zit wat in.

Maar dan hebben we het niet over de kwaliteit van het leiderschap. Als ik in de Bijbel lees zie ik dat Satan vaak meer volgelingen heeft dan God. Het is dus misschien wel een goed idee voor christelijke leiders om héél goed te weten wie zij zelf volgen, zodat hun volgelingen op de juiste weg geleid worden. Leiderschap brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Zie bijvoorbeeld Ezechiël 33:1-20, Matteüs 18:6 en Hebreeën 13:17.

Het lijkt me dus helder dat het hebben van een groot aantal volgelingen niet betekent dat je een goede leider bent. Dat lijkt een open deur, maar als ik om me heen kijk naar mensen die denken dat ze leider zijn, en hoeveel mensen ‘blind’ achter ze aan hobbelen, zal toch iemand er een keer iets van moeten zeggen. Hierbij dus, uit en mèt liefde.

De laatste tijd zie ik steeds meer leiders in onze eigen kring (gereformeerde kerken vrijgemaakt) afstand nemen van wat ze (ons) vroeger leerden. Ze verwachten overigens dat we hen nu opnieuw volgen. Waarop ze die verwachting baseren weet ik niet, of zou het te maken hebben met dat ze zeggen wat mensen graag willen horen? En als dat zo is, zijn ze dan geen valse profeten? Vertrouwen ze erop dat wij doen wat in Hebreeën 13:17 staat?

Naar mijn mening waren ze destijds geen echte valse profeten, al brachten ze het evangelie wel beperkt – het vrijgemaakte geloof als het ware geloof, al werd dat doorgaans niet letterlijk gezegd; maar ze wilden in ieder geval wel gehoorzaam zijn aan wat God in Zijn Woord geschreven heeft. Maar nu wordt het Woord van God door sommigen die zich als leiders opwerpen niet goed gelezen (zie b.v. ‘… en kon zelfs zijn dochters verkopen‘), en als je daar iets van zegt geven ze ‘niet thuis’. En diezelfde leiders schrijven ons wel voor hoe wij de Bijbel moeten lezen. Daarbij wordt vaak rechtstreeks ingegaan tegen wat er letterlijk in de Bijbel staat (zie bijvoorbeeld het stukje over 2 Korintiërs 6:14 in ‘Een nieuwe manier van bijbellezen‘ door Pieter Boonstra in Nader Bekeken (pdf, op de derde bladzijde, genummerd 300) en ‘Love reigns‘).

Er is van alles te doen rond het boek ‘Zonen en dochters profeteren’; de manier waarop in dat boek met de Bijbel wordt omgegaan vind ik zorgwekkend; zie ook dit artikel van Pieter Boonstra in Nader Bekeken (pdf).

Mijn indruk is dat de schrijvers van dit boek er vast van overtuigd zijn dat ze op Gods spoor zitten. Maar hoe kan dat als je je eigen gaven en/of roeping als uitgangspunt neemt? Zedekia, de zoon van Kenaäna, en zijn collega’s wisten ook zeker dat zij Gods Geest hadden, en dat Micha verkeerd profeteerde… (zie 1 Koningen 22).

Volgelingen, volg je leider niet blindelings! Als volgeling heb je nog steeds je eigen verantwoordelijkheid: zie bijvoorbeeld Exodus 23:2. Je beroepen op het feit(?) dat je leider een goed christen is vrijwaart jou dus niet van je eigen onderzoeksplicht (1 Tessalonicenzen 5:21 en lees meteen ook even het daarop volgende vers). En vooràl als een leider iets zegt dat èrg goed in jouw straatje past, wees dan op je hoede. Denk aan de profeten in het Oude Testament: vrijwel niemand van hen was populair. Vraag je eens af waarom.

Ik denk dat jouw roeping niet van Gods Geest komt als die in strijd is met Gods Woord.

En zelfs als je een roeping hebt, zoals David die had – hij was immers tot koning gezalfd – is het goed om geduld te hebben tot het Gods tijd is (zie 1 Samuel 24 en 26).

Door wie laat je je leiden? Door God of door je eigen gevoel?

Jezus volgen?

Laat Hem dan wel voorgaan!

Visje

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 25 mei 2019.
^
Homepage