Op de eerste dag van de week

Als ik in de Herziene StatenVertaling zoek op deze term (dat moet op internet in delen, b.v. “dag” en “week” of “eerste dag” en in de resultaten zelf zoeken (b.v. met Ctrl F)) vind ik die, ná de Opstanding, maar twee keer, in Handelingen 20:7 en 1 Korintiërs 16:2. Is dat niet een beetje een zwakke basis voor het feit dat wij nu op zondag onze erediensten houden in plaats van op zaterdag?

Zo kun je er over denken. Sommige mensen schrijven er een heel boek over. Maar er is meer, zie bijvoorbeeld Openbaring 1:10, waarin Johannes er vanuitgaat dat iedereen weet wat hij met ‘de dag van de Heer’ bedoelt. (Voor het geval je dat niet duidelijk is, zie Johannes 20.)

Ik heb het er eerder al eens over gehad of er regels zijn voor hoe je met de zondag moet omgaan (zie Er blijft dus nog een sabbatsrust over voor het volk van God).

In het Oude Testament vindt God het houden van de sabbat erg belangrijk. Ik lees momenteel ’s avonds voor het slapengaan in de Complete Jewish Bible (vertaald door David H. Stern); enkele dagen geleden was ik bij het laatste gedeelte van Jesaja. Ook daar gaat het vaak over het belang van het houden van de sabbat. Lees maar eens Jesaja 56:1-8, en Jesaja 58, in het bijzonder vanaf vers 13:

Indien u uw voet van de sabbat terughoudt,
ermee ophoudt om op Mijn heilige dag te doen wat u zelf wilt;
indien u de sabbat een verlustiging noemt,
opdat de HEERE geheiligd wordt
– die geëerd moet worden –
indien u die eert door niet uw eigen wegen te volgen,
niet uw eigen wensen zoekt of daarover een woord spreekt,
dan zult u vreugde scheppen in de HEERE,
Ik zal u doen rijden op de hoogten van de aarde
en Ik zal u voeden met het erfelijk bezit van uw vader Jakob,
want de mond van de HEERE heeft gesproken.

Als je dit zo leest, dan hoor je toch naar de samenkomsten van je gemeente te gaan? En niet te beweren dat je ’s zondags God ook wel ‘in de natuur’ kunt dienen? Bedenk: de ‘dag om God te eren’ is niet vervallen met de komst van Christus! En ik ‘vrees’ dat je ook niet wegkomt met een beroep op Romeinen 14:6.

Maar ja… als je eenmaal besloten hebt om te doen wat je zèlf wilt, is de weg terug niet makkelijk. Vraag maar aan Adam en Eva. O nee, dat kan niet… lees dan maar Genesis 3. En hoe heeft God er ook alweer voor gezorgd dat terugkeer tot Hem tòch mogelijk werd? Inderdaad. En waar moet je wezen om daar alles over te vernemen?

Heb je je wel eens afgevraagd wat voor voorbeeld je (je) (klein)kinderen geeft als je zonder goede reden de erediensten verzuimt? En als je in je vakantie ook ‘vakantie’ neemt van de dienst aan God? Vast wel. Maar toen ben je snel gestopt met erover nadenken. Zet dat proces maar gauw weer aan!

Reageren kan via e-mail; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 1 september 2019.

^
Homepage

God wil het!

Deze ‘kreet’ wordt meestal geassocieerd met de Kruistochten, zie Wikipedia.

Tegenwoordig achten wij onszelf daar wel boven verheven. Toch?

En toch(!) is zeggen dat God iets wil, terwijl je dat (alleen) zèlf wilt en niet eens weet of God het wel wil, iets van alle tijden, en daar hoort ‘tegenwoordig’ bij.

Maar er gebeurt toch niks buiten Gods wil om? Dus…

Voel je ‘m al? Nog niet? Lees dan Genesis 4:1-16. Nog niet? Dan moet je het maar eens aan iemand vragen. Er zijn vast mensen die begrijpen waarom ik dit zo geschreven heb.

In Numeri 16 gaat het over de opstand van Korach, Datan en Abiram. Zij denken Gods wil inzake het leiderschap over Zijn volk te kennen. Zie eventueel ook mijn stukjes … en alle mensen die Korach toebehoorden … en De aarde opende haar mond en verzwolg hen …

Als je Numeri 22-24 leest krijg je de indruk dat Bileam zich houdt aan wat God wil. Dat zegt hij immers meerdere keren? Zie bijvoorbeeld Numeri 22:18, 38, 23:12. Maar het feit dat hij, bij het herhaald verzoek van Balak om te komen, vraagt of de gezanten willen blijven overnachten, zodat hij kan vernemen wat de HEER hem te zeggen heeft (Numeri 22:19), geeft al wel te denken. Bij de eerste keer wist hij toch al dat de HEER niet wilde dat hij Israël zou vervloeken? En uit onder andere Numeri 31:16 weten we dat Bileam Balak nog een ‘tactisch’ advies heeft gegeven voordat hij weer naar huis ging. Voor hoe dat advies uitpakte: zie Numeri 25.

Overigens denk ik dat veel christenen Gods reactie op het overspel en de afgoderij van het volk buitensporig vinden; als jij daar ook bij hoort, denk er dan nog eens goed over na; en mocht je er dan nog steeds zo over denken, lees dan eens Jesaja 29:16, en Romeinen 9, in het bijzonder de verzen 20 en 21.

Terug naar Bileam. Zegt dit gedrag van Bileam ons (ook) iets over ons bidden? Lees eens 1 Johannes 3:22 en 5:14. Aandringen mag – zie bijvoorbeeld Matteüs 7:7-8, Efeziërs 6:18, Filippenzen 4:6, Kolossenzen 1:9, 1 Tessalonicenzen 3:10, 5:17 – maar dus wel onder voorwaarden. Gezien wat in Efeziërs 6:18, staat? – “in de Geest”; dat vind je ook terug in bijvoorbeeld Judas:20. Als het nog niet duidelijk is, lees dan bijvoorbeeld We hebben ervoor gebeden.

Maar tot nu toe hebben we nog niet gelezen dat iemand z’n eigen mening verdedigde met ‘God wil het’…

Het is ook wel voorgekomen dat God niet geraadpleegd werd, terwijl het verstandiger was geweest als men dat wel had gedaan, zie bijvoorbeeld Jozua 9 en 2 Samuel 21:1-14. Maar in dat laatste gedeelte wordt God toch geraadpleegd, al is het pas na 3 jaar hongersnood? Inderdaad, maar David legt zijn ‘oplossing’ niet eerst aan God voor.

In 1 Samuel 24:5 zeggen Davids mannen tegen hem dat het Gods wil is dat hij Saul doodt. David wijst dit af, zie vers 7. Iets vergelijkbaars gebeurt in 1 Samuel 26:8; ook hier wijst David het af.

Later, als David zelf koning is, wil hij de ark van God naar Jeruzalem overbrengen; dat is op zich niet tegen Gods wil… Lees 2 Samuel 6 voor het hele verhaal. Maar David had moeten navragen bij de priesters hoe dat ook alweer moest, de ark vervoeren. Als je dat zelf ook niet meer weet, zoek dat dan maar even op.

Waarom je dat zou moeten opzoeken? Daar heb je nu toch niks meer aan? Nee, want de ark is er, voor zover wij weten, niet meer. Maar je kunt wel lezen dat als God ergens iets over heeft gezegd, je je daaraan moet houden. En dat is nog steeds zo; het kan geen kwaad jezelf daar af en toe aan te herinneren. Zelfs de liefde kent regels van God, zie bijvoorbeeld 1 Johannes 5:2-3.

In Handelingen 2 kun je lezen over de uitstorting van de Heilige Geest. Wat dat met het onderwerp te maken heeft? Dat kun je vast wel raden.

Veel mensen zeggen -tegenwoordig-  dat de Geest iets wil, of dat de Geest ze iets ingegeven heeft. Neem van mij aan, en ik heb het uit de Bijbel, dat de Geest je niets zal ingeven dat in strijd is met het Woord (dat is Christus, zie Johannes 1:1-14); God is niet in Zichzelf verdeeld. Dus, om het concreet te maken voor wat in deze tijd nogal veel speelt: voel je roeping tot iets waarvan je weet dat dat volgens de Bijbel niet kan, of waarvoor je de Bijbel in onwaarschijnlijke bochten moet wringen, vraag je dan eens af van welke geest die roeping komt.

Is God dan niet in staat met een kromme stok een rechte slag uit te delen? Natuurlijk wel, maar waarom zou jij er bewust voor kiezen zo’n kromme stok te willen zijn?

En bedenk welk effect het op ‘onze kinderen’ heeft, als wij bepaalde delen van Gods Woord zonder Bijbelse reden aan de kant schuiven. Suggereer ik nu een hiërachie in Bijbelteksten? Ik suggereer niks, ik geef alleen aan dat het ‘gewoon’ zo is; lees maar eens Waarop baseer je je?.

Jezus wilde de wil van God doen, en heeft dat gedaan; zie bijvoorbeeld Johannes 7:14-18.

Hij heeft Zijn leven voor de wereld gegeven (Johannes 3:16). Wij krijgen het resultaat daarvan gratis aangeboden (zie deze Visjeposter). Laten we zó leven dat Jezus’ offer niet voor niks is geweest.

Reageren kan via e-mail; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 1 september 2019.

^
Homepage

Vergeld niemand kwaad met kwaad

Waarom niet eigenlijk? Het is enorm effectief! Kijk maar eens in Genesis 4:23.

Lamech koos helemaal voor zichzelf: zie Genesis 4:19-24. Zijn vrijheid stelde grenzen voor die van een ander, om bij het vorige stukje aan te sluiten; die ander had daar maar mee te ‘dealen’.

God wil niet dat wij persoonlijk kwaad met kwaad vergelden; wat de overheid doet valt onder andere regels: zie bijvoorbeeld Exodus 21 vanaf vers 18 en Romeinen 13:1-7.

Waarom wil God eigenlijk niet dat wij persoonlijk de rekening vereffenen met degenen dit ons kwaad doen? Ik kan wel een praktische reden bedenken: ‘bijkomende schade’; als ik zó gruwelijk de pest aan iemand heb dat ik hem om die reden vermoord, doe ik zijn gezin, familie, vrienden, buren, kennissen, et cetera verdriet; en er is grote kans dat ik iemand zó boos maak, dat die mij iets wil aandoen; en voor je het weet heb je dan een vendetta.

God geeft ‘gewoon’ aan dat Hij niet wil hebben dat wij eigen rechter spelen, zie Romeinen 12:17-21. God zal het kwaad wreken; er wordt in vers 19, waar het over wraak gaat, geciteerd uit Deuteronomium 32:35, evenals in Hebreeën 10:30. In vers 17 wordt verwezen naar Spreuken 20:22, Matteüs 5:39, 1 Korintiërs 6:7 en 1 Tessalonicenzen 5:15; in die laatste tekst staat zelfs dat we elkaar moeten weerhouden van het vergelden van kwaad met kwaad.

De wraak aan God overlaten vind ik zelf niet altijd even gemakkelijk, zie bijvoorbeeld mijn stukje over Jona. Iemand anders erop aanspreken is dan ook niet gemakkelijk, tenzij ik aangeef dat ik er zelf ook grote moeite mee heb – dan staan we in ieder geval naast elkaar (en niet tegenover elkaar).

God heeft met iedereen op deze aarde nog geduld, zie 2 Petrus3:9. Hij wil dat iedereen tot bekering komt. En dat kan mijn ‘vijand’ natuurlijk niet als ik hem vermoord heb…

Maar ook als het over minder erge dingen dan moord en doodslag gaat, geldt deze regel van God. We doen elkaar in de kerk ook van alles aan; op deze website kun je daar wel ‘sporen’ van vinden. Hoe gaan we daarmee om? Soms gebeuren dingen in een opwelling, vooral als (vermeende) aantasting van het Woord van God in het geding is; is het goed dat je (geestelijke) broer of zus na te dragen? Is het goed om, als je het om een persoonlijke reden (dus niet vanwege de leer) niet eens bent met je kerkeraad, weg te blijven uit de erediensten? Op zich kan ik er wel begrip voor opbrengen. De laatste twee keer dat wij in onze gemeente Avondmaal hebben ‘gevierd’ heb ik getwijfeld of ik wel zou gaan, en naar ik gehoord heb was ik de enige niet. Uiteindelijk ben ik wel gegaan, maar ik zal niemand veroordelen die van de tafel weggebleven is; wie kan zien wat er in het hart van een mens omgaat (Spreuken 14:10)?  Wegblijven uit de erediensten vindt God niet goed: zie Hebreeën 10:25. Doe je dat toch, dan moet je daar dus een goede reden voor hebben; één die je ook aan Jezus zou kunnen vertellen. Als ik het zo zeg, legt dat een claim, dat besef ik; maar dat is ook mijn bedoeling; we horen bij elkaar!

“… overwin het kwade door het goede.”

Romeinen 12:21.

Zo’n kort stukje, daar in Romeinen 12:17-21, maar zóveel aanwijzingen voor het omgaan met conflicten.

We krijgen nu nog de kans van God om zèlf, met Zijn hulp (bidden om de Geest), onze conflicten op te lossen. Op een dag komt Hij zelf, en dan is Zijn geduld op… (zie bijvoorbeeld Macht).

Reageren kan via e-mail; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 1 september 2019.

^
Homepage

Tot vrijheid geroepen

Tot vrijheid geroepen. Is dat een paradox?

Kort geleden hoorde ik bij ons in de kerk een preek over Galaten 5, en dan in het bijzonder over het eerste deel van vers 13 (NBV): “Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn.”.

De predikant legde uit wat die vrijheid betekent, namelijk dat we vrij zijn van de wet. En dan niet in de zin dat we nu alles maar kunnen doen en laten waar we zin in hebben.

Is dat niet flauw? Dan zijn er dus grenzen aan die vrijheid. Inderdaad, maar als je even verderkijkt, is dat ook wel logisch. Lees bijvoorbeeld 1 Korintiërs 8:9, 1 Petrus 2:16, Judas:4. Dus is ‘tot vrijheid geroepen’ inderdaad een paradox, een schijnbare tegenstelling.

Jouw vrijheid eindigt waar die van een ander begint.” Zo worden vaak de grenzen van vrijheid aangegeven. Maar dat bedoelde, denk ik, de predikant niet. Volgens mij zijn wij geroepen om samen vrij te zijn. Daarom en daarop worden toch de ‘broeders en zusters’ door Paulus aangesproken? De hele wet wordt vervuld in dat we onze naaste liefhebben als onszelf, zie Galaten 5:14. Als we elkaar bijten, mogen we wel oppassen dat we geen kannibalen worden, zie vers 15.

De predikant liet ons kijken naar het rijtje in de verzen 19 t/m 21. Daar herkent je ongelovige buurman zichzelf echt niet in, zei hij. Ook binnen de kerk vind je die dingen. Zo grof? Niet per se; jezelf zoeken, egoïstisch zijn, je tegen elkaar afzetten, weglopen in plaats van doen wat je moet doen, hoort er ook bij; het gaat om de houding. De predikant verwees naar de redenering van de duivel, waar we als mensheid in het begin al ingetrapt zijn, zie Genesis 3:1-5. Het zonder God willen doen…

In de verzen 22 en 23 van Galaten 5 vinden we waar we (nog) in moeten groeien.

De zaken die daar genoemd worden vind je overigens ook buiten de kerk.

Wie denkt dat de scheidslijn tussen goed en kwaad parallel loopt aan die tussen christenen en niet-christenen, is of naïef of christen, en waarschijnlijk allebei.

(Rikkert Zuiderveld, De slimme Rikkert)

Vrucht van de Geest. Gaan we dan zitten wachten op wat de Geest doet? Nee, dat is volgens de predikant niet de bedoeling.

Het is, denk ik, weer typisch zoiets merkwaardigs uit de Bijbel: wij worden opgeroepen iets te doen, en de Geest de ruimte te geven, en de Geest werkt het in ons.

Dàt, en dat we niet meer worden afgerekend op ons (niet) houden van de wet, is dat geen genade?

Laten we daarom onze God liefhebben, en onze medemens (elkaar!) als onszelf. Als we God op de eerste plaats ‘zetten’, kunnen we samen vrij zijn.

Reageren kan via e-mail; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 1 september 2019.

^
Homepage

Wat kun je als kerken samen doen?

Enige tijd geleden heb ik een gesprek gehad waarin onder andere de vraag naar voren kwam wanneer een predikant ‘afscheid’ moet nemen van een kerkverband.

Daar kun je uiteraard verschillende redenen voor hebben. Als Gods Woord nog wel in jouw gemeente verkondigd mag worden, en er wordt jou als predikant daarbij niks in de weg gelegd, zou je kunnen blijven. Dat kun je vergelijken met het standpunt van de Gereformeerde Bond; en, je wilt je gemeente niet in de steek laten. Je kunt het ook anders zien: als binnen jouw kerkverband dwaalleer (ook) de ruimte krijgt, moet je wegwezen. Tussen deze twee uitersten zijn nog wel wat tussenvormen mogelijk, denk ik – en als ik kijk hoe binnen de GKv predikanten hiermee om(ge)gaan (zijn), klopt dat ook wel. Sommigen zijn al weg, anderen blijven (nog); in veel gevallen is de reden voor dat laatste artikel F.72.4 van de Kerkorde. Je moet (als kerkeraad) eerst revisie aanvragen als je meent dat een besluit in strijd is met Gods Woord.

Daar is veel voor te zeggen; je moet je aan je afspraken houden, ook al zijn ze tot je schade (Psalm 15:4).

Om het concreet te maken: de synode van Meppel 2017 heeft besloten dat alle ambten openstaan voor vrouwen, ingaande direct na het besluit. Jouw kerkeraad en jij zijn het daarmee niet eens, omdat jullie vinden dat dat op bijbelse gronden niet kan, en vragen dus, conform artikel F.72.4, revisie aan.

Maar de synode heeft in feite de weg van revisie afgesloten, door het besluit meteen in werking te stellen, in plaats van het nog eens te laten bekijken door de synode van 2020; in sommige gevallen kan een besluit prima meteen effectief worden, maar met dit besluit kon dat niet: stel namelijk dat de synode van 2020 uitspreekt dat ‘vrouw in ambt’ onbijbels is, dan moeten alle vrouwen die al predikant of ouderling geworden zijn afgezet worden. Naar mijn mening ontslaat de stupiditeit (*) van het synodebesluit jou en je kerkeraad van de verplichting tot het verzoeken om revisie: jij en je kerkeraad zien ‘vrouw in ambt’ als eigenwillige godsdienst; hoelang wil je (en mag je(!)) dat nog verdragen binnen je kerkverband? Hier zie je overigens (nog eens) hoe onbijbels artikel F.72.4 is – zie Christelijke vrijheid beperkt gezag synode. Is eigenwillige godsdienst dan zo erg? Lees maar eens 1 Samuel 15:22-23.

Schriftgetrouwe predikanten binnen de GKv, verenig u! Er zijn al heel wat bijbelgetrouwe collega’s van jullie vertrokken; en er zijn al heel wat bijbelgetrouwe gemeenteleden vertrokken. Jullie hebben je al wel verenigd, als ik zo her en der kijk, maar ga ons voor, doe wat een herder moet doen – en dat is niet bij je gemeente blijven en die volgen, maar die gemeente vóórgaan, achter Christus aan; wees Leiders. En wat mij betreft zijn er twee (hoofd)opties: of we gaan verder als of met een schriftgetrouw kerkverband (maar dat hoeft van mij niet per se, zie verder hieronder), of we maken ons (als gemeente(s)) los van het huidige kerkverband.

En, als we met een ander, al bestaand, kerkverband verder willen, hoe maken we dan een keuze? Wat mij betreft is een belangrijke vraag: hoe is zo’n kerkverband begonnen? Hoe zijn de oprichters met gemaakte fouten omgegaan? Ik weet bijvoorbeeld dat bij de laatste afsplitsingen van de GKv verschillende predikanten in de bron hebben gespuugd waaruit ze lange tijd gedronken hadden; dat ze dat toen deden, net vertrokken uit de GKv, daar kan ik wel in komen. Maar enige tijd daarna? Was het niet netjes geweest als die predikanten hadden aangegeven dat ze wel een beetje (erg) grof geweest zijn toen ze net vertrokken waren? Als dat niet gebeurt, hoef ik niet zo nodig naar zo’n kerkverband; de basis is wat mij betreft dan al niet goed.

En daarmee komen we dan (eindelijk) op de vraag wat je als kerken samen kunt doen; en, voeg ik er meteen aan toe, in wat voor verband.

Moet je een kerkverband hebben? Nee, waarom? Zijn er bijbelse aanwijzingen voor? Nee. En Handelingen 15:1-34 dan? Daar gaat het over één gemeente (Antiochië, zie Handelingen 14:26), die advies vraagt aan de apostelen en ouderlingen in Jeruzalem (want die hebben immers meer ervaring met het geloof). En als Paulus wijst op de ‘gewoonten bij de gemeenten van God’? Waarom zou er sprake moeten zijn van een kerkverband als meerdere gemeenten bij het Woord kunnen en willen leven?

Maar je kunt prima dingen samen doen, omdat je die als gemeente alléén niet kunt. Bijvoorbeeld de opleiding tot predikant, organisaties voor ontwikkelingswerk, zending en evangelisatie, en er zijn er vast nog veel meer. Daar kun je ieder voor zich als gemeente voorwaarden aan stellen; voor de ene vorm van samenwerking gelden andere criteria dan voor de andere.

De hand aan de ploeg?!

(*) Stupiditeit? Waarom zo grof? Nou, het is toch gewoon stom? Een meerderheid van de synode, die onder andere vanwege haar vermeende wijsheid is afgevaardigd vanuit classes, neemt een besluit waartegen domweg(!) geen revisie meer kan worden aangevraagd.

Reageren kan via e-mail; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 1 september 2019.
^
Homepage

Christelijke vrijheid beperkt gezag synode

Naar aanleiding van een bericht in de facebookgroep GKV wat nu? heb ik twee artikelen gelezen die in het Reformatorisch Dagblad verschenen zijn: Christelijke vrijheid beperkt gezag synode, van drs. L.E. Leeftink, en Vrouw in ambt geen middelmatige zaak van ds. C.P. de Boer (titels, voorletters en namen overgenomen van het RD). Dank aan drs. Leeftink en het RD voor het ‘lenen’ van de titel voor dit stukje. 🙂

Ik ben het met ds. De Boer eens dat ‘Vrouw in ambt’ geen middelmatige zaak(*) is, maar ik ben het ook met drs. Leeftink eens dat kerkelijke vergaderingen geen zaken mogen opleggen die niet rechtstreeks op de Bijbel gebaseerd zijn; een synode “mag alleen maar bindend opleggen wat evident Bijbels is.“.

In dit bericht gaat het mij niet om ‘de vrouw in het ambt’, daarover kun je op deze website heel wat andere berichten vinden; laat ik duidelijk zijn: over wat ‘evident Bijbels’ is, zijn drs. Leeftink en ik het, in ieder geval als het gaat over ‘de vrouw in het ambt’, niet eens. (Als het gaat om geven wèl: zie Armen.)

Het gaat me nu om wat een kerkelijke vergadering aan andere kerkelijke vergaderingen en aan gemeentes mag opleggen.

Het oude artikel 31 van ‘gereformeerde kerken vrijgemaakt, onderhoudende artikel 31 Kerkorde’ is vervangen door artikel F.72.4. Het oude was – en het nieuwe is – een heel erg ‘vrijgemaakt artikel’, want het zegt feitelijk dat als een synode zou besluiten dat alle mannen op zondag in groene kostuums naar de kerk moeten komen en alle vrouwen in rode jurken (andersom zou strijdig zijn met de Bijbel, en niet vanwege de kleuren 🙂 ), we ons daar aan moeten houden. Nou nemen synodes tegenwoordig weleens onwijze besluiten…

Drs. Leeftink verwijst naar uitspraken van Marnix van Sint Aldegonde, op wiens kerkrechtelijke opvattingen hij is afgestudeerd. In zijn artikel noemt Leeftink naar aanleiding van een advies van Marnix met betrekking tot de ‘Wingense twisten’ de Bijbelteksten Handelingen 15:10 en 28, Romeinen 14, 1 Korintiërs 8 en Kolossenzen 2:16-23.

De meest principiële tekst als het gaat om kerkelijke vergaderingen die andere kerkelijke vergaderingen en gemeentes niks mogen opleggen wat boven de Bijbel uit of buiten de Bijbel om gaat is volgens mij, uit het hierboven genoemde rijtje, Handelingen 15:28. Alléén de noodzakelijke dingen worden de om duidelijkheid verzoekende gemeente opgelegd.

Aan dat bijbelse principe hebben wij ons als vrijgemaakte kerken dus niet gehouden, door in het verleden artikel 31 in de Kerkorde te hebben, en nu artikel F.72.4. Die overtuiging ben ik al heel lang toegedaan, maar het artikel van drs. Leeftink was een goede aanleiding om er eens iets over te schrijven.

(*) Een middelmatige zaak is een zaak waarover je, in het licht van de Bijbel, van mening kunt verschillen.

Reageren kan via e-mail; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 1 september 2019.
^
Homepage

… onderzochten dagelijks de Schriften om te zien of die dingen zo waren.

Dat deden de inwoners van Berea, die van Paulus en Silas het Woord gehoord hadden, zie Handelingen 17:11.

En dat is heel verstandig, want we moeten alle dingen onderzoeken, het goede behouden, en ons van elke vorm van kwaad onthouden (1 Tessalonicenzen 5:21-22).

Helaas gebeurt dat tegenwoordig steeds minder. Wat gebeurt steeds minder, dat we ons niet inlaten met slechte zaken?

Inderdaad, want dat is het gevolg van de dingen niet beproeven. Dan weet je ook niet wat goed is, en wat je dus moet houden, en je weet niet wat slecht is, en waar je dus niks mee te maken moet willen hebben.

Een aantal jaren geleden werd bij ons een preek gelezen van een predikant die doctor is in de theologie; van hem zou je dus mogen verwachten dat hij weet waarover hij het heeft. Eén van de dingen in de preek was dat wij sommige teksten tegenwoordig anders mochten opvatten dan vroeger, zie Loop niet in een en hetzelfde span met ongelovigen. Volgens deze predikant zou het evangelisatiewaarde hebben als je (als jongere) verkering kreeg met iemand van buiten de kerk. Dat geldt dan, denk ik, alleen voor jongeren, want als ik in 1 Korintiërs 7:39 kijk lees ik dat als een weduwe wil hertrouwen, ze dat ‘in de Heer’ moet doen. Zou het niet een beetje merkwaardig zijn dat een jong iemand, met weinig levenservaring, wel verkering kan nemen met iemand van buiten de kerk, terwijl een ouder iemand, die al een huwelijk achter de rug heeft, dringend aangeraden wordt om ‘in de Heer’ te trouwen?

Dit was bedroevend weinig mensen opgevallen.

Een tijd geleden is er een congres geweest over man, vrouw en ambt. Een presentatie die je destijds – maar inmiddels niet meer – kon downloaden van een nog steeds bestaande website (Zonen en dochters profeteren) heb ik besproken in … en kon zelfs zijn dochters verkopen; in die bespreking heb ik een aantal punten aangegeven waarbij de presentator nogal slordig omsprong met teksten en vertalingen, en soms zelfs op een nogal opzichtig domme manier hem welgevallige conclusies trok uit bepaalde Bijbelteksten.

Dit was kennelijk niemand van de congresgangers opgevallen.

Maar ja, als je doel al vaststaat, luister je niet meer zo kritisch naar de argumenten; dan is vrijwel alles goed… Lees maar eens Jeremia 44:15-17… Zie je wat toen en nu aan elkaar klinkt?

Als je niks natrekt in de Bijbel van wat je verteld wordt, wat komt er dan op deze manier terecht van je geloof? Je zult het niet geloven, maar ik geloof dat er op deze manier steeds minder terecht komt van je geloof.

Kijk maar eens naar het voorbeeld van Achab, over wie ik nog niet zolang geleden een stukje geschreven heb. En dan bedoel ik in het bijzonder wat er gebeurt aan het eind van zijn leven. De profeet Micha legt exact uit hoe een geest namens God de koning misleidt; Achab weet dat Micha de waarheid spreekt, en toch luistert hij niet. En dus sterft hij in de strijd (zie 1 Koningen 22:1-40).

Maar Achab was toch niet gelovig? Nee…

Liever iets dichterbij? Neem het voorbeeld van Salomo. Een gelovige, wijze koning; maar wat deed hij tegen het einde van zijn leven? Toen werd hij, zoals we dat nu zouden noemen, een ruimhartig man; maar hij was toen geen man meer naar Gods hart; zie 1 Koningen 11.

Nog niet dichtbij genoeg? Judas Iskariot had zelfs wonderen mogen doen… zie Marcus 6:7-13.

Nog steeds niet dichtbij genoeg? Kijk eens om je heen binnen je gemeente. Geloven je broers en zussen nog in God, of geloven ze vooral in zichzelf? Willen ze God dienen op de manier zoals Hij dat wil, of moet God genoegen nemen met de manier waarop zij Hem(?) willen dienen?

Nog wat dichterbij? Kijk eens naar jezelf!

Ga dat Woord onderzoeken, of blijf het onderzoeken; luister kritisch, niet om voorgangers af te kraken, maar om ze bij het Woord te houden. De tijdgeest trekt enorm aan onze voorgangers; laten we voor ze bidden (lees bijvoorbeeld Bid voor uw voorganger). Maar als blijkt dat ze wolven in schaapskleren zijn, luister dan niet meer naar ze (zie bijvoorbeeld Matteüs 7:15). Misschien moet je wel zover gaan als Paulus met Hymeneüs en Alexander gedaan heeft.

Maar hopelijk komt het niet zover. Bid daarvoor! Zie Klaagliederen 3:40-41.

Reageren kan via e-mail; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 1 september 2019.
^
Homepage

… Filioque …

Filioque?

Dat komt uit de latijnse versie van de geloofsbelijdenis van Nicea, en het betekent letterlijk ‘en de Zoon’. Kijk hier op Wikipedia voor meer informatie.

Zoals je in het genoemde artikel op Wikipedia kunt lezen is er flink ruziegemaakt over dit stukje tekst. Deze ruzie werd in 1054 op de spits gedreven. Bijna 400 jaar later gaf de ‘westerse’ kerk toe dat het conflict eigenlijk nergens over ging, maar pas in 1965 is de ruzie ‘bijgelegd’, dus na ruim 900 jaar.

De discussie ging erover of de Heilige Geest, van Wie we de uitstorting vandaag, op Pinksteren, herdenken, alleen van de Vader uitgaat, of van de Vader en de Zoon.

Hieronder heb ik een aantal teksten uit de Bijbel neergezet, die ik gevonden heb met een zoekopdracht op de site van de Herziene StatenVertaling (gezocht op ‘Geest’, met de onderdelen ‘Zoeken naar hele woorden’, ‘Zoeken in het Oude Testament ‘en ‘Zoeken in het Nieuwe Testament’ aangevinkt). Kijk zelf maar of het de moeite waard was om dit op de spits te drijven; en als je méér teksten wilt zien, voer dan (bijvoorbeeld) zelf de hierboven genoemde zoekopdracht uit.

Jesaja 11:2
Jesaja 61:1
Matteüs3:16
Matteüs 12:18
Lucas 3:22
Lucas 4:18
Lucas 11:13
Johannes 1:32
Johannes 3:34
Johannes 14:16
Johannes 14:26
Johannes 15:26
Johannes 16:7
Handelingen 2:33

Voor zover ik kan bekijken is er geen aanleiding om te zeggen dat de Heilige Geest van de Vader en de Zoon uitgaat. Als je de teksten bestudeert, wijzen die er volgens mij op dat de Heilige Geest van de Vader uitgaat; en dat de Vader Hem aan de Zoon geeft, en de Zoon Hem dan weer aan ons geeft, of dat de Zoon de Vader om de Heilige Geest bidt, die dan in ons komt. Dus wat mij betreft heeft de oosterse kerk gelijk.

Ik heb me eerder weleens afgevraagd of het van belang zou zijn voor mijn geloof, of ik wel of niet ‘filioque’ belijd; ik krijg steeds meer de indruk dat het niet toedoet of afdoet aan mijn geloof, en ik heb niet de indruk dat God het belangrijk vindt dat ik er een standpunt over inneem; zoals ik al heb aangegeven staat het er gewoon niet. Maar ik denk niet dat mensen die wèl geloven dat de Geest ook van de Zoon uitgaat de kerk uit moeten.

Wat ik overigens merkwaardig vond: toen ik dit samen met een goede bekende aan het uitzoeken was, viel ons op dat ook in de geloofsbelijdenis van Athanasius er een stukje aan gewijd wordt, namelijk artikel 22. Daar staat: “De Heilige Geest is door de Vader en de Zoon niet gemaakt of geschapen of voortgebracht, maar Hij gaat van Hen uit.”. Ik heb verder niet meer gezocht hoe ‘en de Zoon’ – al is het dan in andere woorden – in deze belijdenis terechtgekomen is.

Reageren kan via e-mail; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 1 september 2019.
^
Homepage

Wat Nabot tegen Achab zei

Kort geleden heb ik een stukje over Achab geschreven. Eén van de bewaard gebleven gebeurtenissen uit Achabs leven is zijn conflict met Nabot. Achab wilde Nabots wijngaard hebben, zie 1 Koningen 21. Klik hier als je na wilt lezen wat ik hierover eerder geschreven heb.

Waar ik het nu over wil hebben is de toon die Nabot tegen Achab aanslaat; Achab was wel zijn koning!

HSV: “Laat de HEERE daarvan bij mij geen sprake doen zijn, dat ik u het erfelijk bezit van mijn vaderen zou geven!

NBV: “De HEER verhoede dat ik de grond die ik van mijn voorouders heb geërfd aan u zou afstaan.

NB14: “dat zij verre van mij, vanwege de Ene, om het erfgoed van mijn vaderen aan u te geven!

WV75: “Jahwe beware mij ervoor dat ik het erfdeel van mijn vaderen aan u zou afstaan.

BGTDat kan ik echt niet doen. Want die grond is al heel lang in het bezit van mijn familie!

NBG51Daarvoor beware mij de HERE, dat ik de erfenis van mijn vaderen aan u zou geven.

GNB96: “Bij de Heer, geen sprake van dat ik afstand zou doen van de grond die is overgegaan van vader op zoon!

SV: “Dat late de HEERE verre van mij zijn, dat ik u de erve mijner vaderen geven zou!

HTB: “Dat kunt u wel vergeten. Ik heb dit stuk grond van mijn vader geërfd en ik verkoop het niet. Het is al tijdenlang in het bezit van mijn familie.

Welke vertaling je ook kiest, erg diplomatiek klinkt het niet, wat Nabot zegt. Tegenwoordig vinden veel mensen dat belangrijker dan of hij, Nabot dus, gelijk had of niet: “De toon maakt de muziek“. Bij mij ben je dan absoluut aan het verkeerde adres, en al helemáál als de boodschap afwijkt van de waarheid. Misschien laat ik me even misleiden door mooie woorden, maar ik laat – in ieder geval niet in de eredienst – Gods Woord in mijn bijzijn geen geweld (meer) aandoen. Daar ben ik, om het ‘modern’ te zeggen, echt helemaal klaar mee. Dwaalleer wordt niet acceptabel omdat het zo mooi gebracht wordt. Beproef de geesten!

Terug naar Nabot. De man had groot gelijk. En Achab had dat moeten weten. Zie Leviticus 25:23, Numeri 36:7. Natuurlijk was het mooi geweest als Nabot dat met een ‘ik-boodschap‘ had overgebracht; maar als iemand rommelt aan de fundamenten van mijn bestaan, en de vanzelfsprekendheid van mijn dienst aan God (volgens Zijn Woord) straal negeert, komt er wel eens een minder diplomatieke opmerking uit. En weet je, misschien moet jij dat, met jouw van Gods Woord afwijkende mening, die je (dus) niet eens bijbels kunt verdedigen, maar gewoon (eens) pikken! Doe niet als Achab, die ging mokken (1 Koningen 21:4), en een ander voor zijn karretje spande om zijn zin te krijgen (1 Koningen 21:5-16), maar gedraag je eens als de volwassene die je bent(?/!). Als jij zonodig iemand voor z’n schenen moet schoppen (zie Omgaan met verschillen), wees dan niet verbaasd als je geen sympathieke reactie krijgt: je hebt iemand namelijk pijn gedaan; en niet zomaar persoonlijk, je zit aan zijn liefde tot God! Ga dan niet zielig doen als je hard terechtgewezen wordt. (Maar je had het toch niet zo bedoeld?) Leg dan niet de nadruk op de vorm, maar vraag je eens af of jij misschien wat eerder op de inhoud had moeten letten. Want jij bent alleen maar persoonlijk gekwetst. Niet dat dat niet erg is, maar het valt compleet in het niet bij wat je zelf bij anderen teweeggebracht hebt.

Natuurlijk vind ik het ook fijner als iemand de waarheid (de Waarheid) ‘netjes verpakt’ kan brengen, maar noodzaak vind ik het niet; en ik vind ook niet dat mensen die dat niet goed kunnen dan maar hun mond moeten houden – uiteraard niet! En daarin verschil ik dus van heel veel mensen tegenwoordig, ook binnen de kerk. En ik vind het ook een foute keuze van ‘heel veel mensen’, vooral binnen de kerk. Feiten zijn altijd belangrijker dan de toon waarop daarover wordt verteld; en zoals ik al eerder heb opgemerkt, maar in iets andere bewoordingen: als de ‘feiten’ niet kloppen is de ‘toon’, wat mij betreft, om in muzikale termen te blijven, sowieso een aanfluiting – of moet ik zeggen ‘klinkend koper of een schallende cimbaal‘?.

God zei niet tegen de Israëlieten dat ze het hun kinderen zo mooi mogelijk moesten vertellen, maar Hij zei dat ze het hun kinderen moesten inprenten (zie Deuteronomium 6:7, vergelijk ook Deuteronomium 4:9 en 11:19). Dat op zich verschilt al heel veel van de catechisatiemethodes van tegenwoordig; en overigens ook van de methodes van enige tijd terug. Zouden daarom zoveel mensen nauwelijks nog iets weten van wat in de Bijbel staat? Zouden daarom zoveel mensen maar op hun gevoel afgaan? Zouden daarom zoveel mensen overspel (nog) nalaten omdat hun partner dat niet fijn vindt in plaats van omdat God het verboden heeft (zie … kan vreemd( )gaan)?

En kom bij mij even niet aanzakken met zaken als communicatietheorie en zo!

De wetenschap bestaat niet, de wetenschap is een mening. En hij toont helemaal niets aan, zeker niet het leven en de dood.” (Oriana Fallaci, Een man).

… helaas is het een achterlijke kerel met een doctorstitel en dus zijn mensen geneigd te denken dat hij weet waarover hij het heeft.” (personage Henri LeClaire, in Langs de afgrond van Carla Norton).

Soms klopt de theorie gewoon niet met de praktijk. “Zonder relatie geen inhoud” is theorie. “Zonder inhoud geen relatie” is praktijk. Kijk nou eerst eens in Gods Woord, dan kan de wetenschap daarná misschien wel helpen.

Morgen vieren we als God het wil Pinksteren. Het feest van de uitstorting van de Heilige Geest. Wat ga je daarmee doen? Hem voor je karretje spannen? Zeggen dat Hij jou iets verteld heeft dat in tegenspraak is met de Bijbel maar dat wel heel belangrijk is? Lees Deuteronomium 4:212:32, Psalm 119:105, Spreuken 30:6, 2 Timoteüs 3:16-17, 2 Petrus 1:20-21 en Openbaring 22:18-19, en doe het niet! Laat Hem in jou werken op Zijn manier, o.a. door het Woord van God.

Kennelijk houd ik toch zó veel van sommige mensen dat ik ze liever keihard zeg waar het op staat dan dat ik ze in hun sop laat gaarkoken.

Raar stukje? Niet mee eens? Lees de evangeliën eens door, en kijk wanneer Jezus aardig was tegen mensen, en wanneer juist streng en hard. Dat laatste was Hij als de Waarheid in het geding was…

Ja, maar Jezus is toch mijn vriend?” Natuurlijk! Absoluut! Maar kijk voor de zekerheid toch maar even hier.

En, wil je Jezus’ vriend zijn?

Reageren kan via e-mail; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 1 september 2019.
^
Homepage

Er blijft dus nog een sabbatsrust over voor het volk van God

Hoe ga je om met de zondag? Mag je dan werken? Mag je dan iets kopen? Een hele tijd geleden speelde de ‘affaire’ ‘IJsje op zondag‘; je kunt er meer over lezen in NRC van 25 mei 2002.

Is de zondag net zoiets als de sabbat, maar dan op een andere dag? Kun je God ook dienen door af en toe een kerkdienst over te slaan en bijvoorbeeld de natuur in te gaan?

Laten we eens kijken wat de Heidelbergse Catechismus erover zegt.

Vraag 103: Wat gebiedt God in het vierde gebod?
Antwoord: Ten eerste dat gezorgd wordt voor het in stand houden van de dienst des Woords en van de scholen (1), en dat ik vooral op de sabbat, dat is op de rustdag, trouw tot Gods gemeente zal komen (2) om Gods Woord te horen (3), de sacramenten te gebruiken (4), God de Here publiek aan te roepen (5) en de armen christelijke barmhartigheid te bewijzen (6). Ten tweede dat ik al de dagen van mijn leven mijn slechte werken nalaat, de Here door zijn Geest in mij laat werken, en zo de eeuwige sabbat in dit leven begin (7).
(1) 1 Korintiërs 9:13, 14; 1 Timoteüs 3:15; 2 Timoteüs 2:2; 3:14, 15; Titus 1:5. (2) Leviticus 23:3; Psalm 40:10, 11; Psalm 122:1; Handelingen 2:42, 46. (3) 1 Korintiërs 14:1, 3; 1 Timoteüs 4:13; Openbaring 1:3. (4) Handelingen 20:7; 1 Korintiërs 11:23. (5) 1 Korintiërs 14:16; 1 Timoteüs 2:1-4. (6) Deuteronomium 15:11; 1 Korintiërs 16:1, 2; 1 Timoteüs 5:16. (7) Hebreeën 4:9, 10.

Het valt mij op dat bij de ‘verwijsteksten’ Hebreeën 10:25 niet genoemd wordt. Dat had ik eigenlijk wel verwacht. Het zou prima passen bij (2).

De titel van dit stukje komt uit Hebreeën 4:9.

Maar hoe zit het met dat ik een ander ook gun dat hij ‘trouw tot Gods gemeente’ kan komen? Speelt wat Jezus zegt in Matteüs 12:7 hier ook een rol in?

Volgens mij is helder dat je zèlf naar de bijeenkomsten (samenkomsten, erediensten) van je eigen gemeente moet gaan, en volgens onze kerkorde (artikel C.36.1) vinden die als regel twee keer per zondag plaats. En verder dat je een ander die mogelijkheid ook moet gunnen. En dat betekent dat je van ruim vóór (*) het begin van de eredienst(en) tot ruim ná (*) het einde van de erediensten geen dingen en diensten koopt die je met heel weinig moeite ook buiten genoemde tijden kunt aanschaffen. Is dat een absolute regel? Dat lijkt me niet, ik heb hem afgeleid uit enkele bijbelse gegevens, en ik probeer mijzelf er aan te houden. Jij kunt tot een andere regel komen, maar zorg ervoor dat je er wel goed over hebt nagedacht. Gemakzucht past niet bij een christen. Wat past is dat je probeert God lief te hebben en Hem te dienen, en ook je medemens lief te hebben. Ik vind mijn regel dan wel een redelijke poging… 😉

(*) Winkelpersoneel (bijvoorbeeld) begint vaak al ruim voor de openingstijd en werkt vaak nog door na sluitingstijd. Voor mij is dat reden geweest om mijn klandizie in Hardenberg Centrum te verschuiven naar Albert Heijn; dat is de enige supermarkt in Hardenberg Centrum die niet open is op zondag.

Reageren kan via e-mail; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 1 september 2019.
^
Homepage

Over Bijbel en geloof