Tagarchief: gemeente

Wat kun je als kerken samen doen?

Enige tijd geleden heb ik een gesprek gehad waarin onder andere de vraag naar voren kwam wanneer een predikant ‘afscheid’ moet nemen van een kerkverband.

Daar kun je uiteraard verschillende redenen voor hebben. Als Gods Woord nog wel in jouw gemeente verkondigd mag worden, en er wordt jou als predikant daarbij niks in de weg gelegd, zou je kunnen blijven. Dat kun je vergelijken met het standpunt van de Gereformeerde Bond; en, je wilt je gemeente niet in de steek laten. Je kunt het ook anders zien: als binnen jouw kerkverband dwaalleer (ook) de ruimte krijgt, moet je wegwezen. Tussen deze twee uitersten zijn nog wel wat tussenvormen mogelijk, denk ik – en als ik kijk hoe binnen de GKv predikanten hiermee om(ge)gaan (zijn), klopt dat ook wel. Sommigen zijn al weg, anderen blijven (nog); in veel gevallen is de reden voor dat laatste artikel F.72.4 van de Kerkorde. Je moet (als kerkeraad) eerst revisie aanvragen als je meent dat een besluit in strijd is met Gods Woord.

Daar is veel voor te zeggen; je moet je aan je afspraken houden, ook al zijn ze tot je schade (Psalm 15:4).

Om het concreet te maken: de synode van Meppel 2017 heeft besloten dat alle ambten openstaan voor vrouwen, ingaande direct na het besluit. Jouw kerkeraad en jij zijn het daarmee niet eens, omdat jullie vinden dat dat op bijbelse gronden niet kan, en vragen dus, conform artikel F.72.4, revisie aan.

Maar de synode heeft in feite de weg van revisie afgesloten, door het besluit meteen in werking te stellen, in plaats van het nog eens te laten bekijken door de synode van 2020; in sommige gevallen kan een besluit prima meteen effectief worden, maar met dit besluit kon dat niet: stel namelijk dat de synode van 2020 uitspreekt dat ‘vrouw in ambt’ onbijbels is, dan moeten alle vrouwen die al predikant of ouderling geworden zijn afgezet worden. Naar mijn mening ontslaat de stupiditeit (*) van het synodebesluit jou en je kerkeraad van de verplichting tot het verzoeken om revisie: jij en je kerkeraad zien ‘vrouw in ambt’ als eigenwillige godsdienst; hoelang wil je (en mag je(!)) dat nog verdragen binnen je kerkverband? Hier zie je overigens (nog eens) hoe onbijbels artikel F.72.4 is – zie Christelijke vrijheid beperkt gezag synode. Is eigenwillige godsdienst dan zo erg? Lees maar eens 1 Samuel 15:22-23.

Schriftgetrouwe predikanten binnen de GKv, verenig u! Er zijn al heel wat bijbelgetrouwe collega’s van jullie vertrokken; en er zijn al heel wat bijbelgetrouwe gemeenteleden vertrokken. Jullie hebben je al wel verenigd, als ik zo her en der kijk, maar ga ons voor, doe wat een herder moet doen – en dat is niet bij je gemeente blijven en die volgen, maar die gemeente vóórgaan, achter Christus aan; wees Leiders. En wat mij betreft zijn er twee (hoofd)opties: of we gaan verder als of met een schriftgetrouw kerkverband (maar dat hoeft van mij niet per se, zie verder hieronder), of we maken ons (als gemeente(s)) los van het huidige kerkverband.

En, als we met een ander, al bestaand, kerkverband verder willen, hoe maken we dan een keuze? Wat mij betreft is een belangrijke vraag: hoe is zo’n kerkverband begonnen? Hoe zijn de oprichters met gemaakte fouten omgegaan? Ik weet bijvoorbeeld dat bij de laatste afsplitsingen van de GKv verschillende predikanten in de bron hebben gespuugd waaruit ze lange tijd gedronken hadden; dat ze dat toen deden, net vertrokken uit de GKv, daar kan ik wel in komen. Maar enige tijd daarna? Was het niet netjes geweest als die predikanten hadden aangegeven dat ze wel een beetje (erg) grof geweest zijn toen ze net vertrokken waren? Als dat niet gebeurt, hoef ik niet zo nodig naar zo’n kerkverband; de basis is wat mij betreft dan al niet goed.

En daarmee komen we dan (eindelijk) op de vraag wat je als kerken samen kunt doen; en, voeg ik er meteen aan toe, in wat voor verband.

Moet je een kerkverband hebben? Nee, waarom? Zijn er bijbelse aanwijzingen voor? Nee. En Handelingen 15:1-34 dan? Daar gaat het over één gemeente (Antiochië, zie Handelingen 14:26), die advies vraagt aan de apostelen en ouderlingen in Jeruzalem (want die hebben immers meer ervaring met het geloof). En als Paulus wijst op de ‘gewoonten bij de gemeenten van God’? Waarom zou er sprake moeten zijn van een kerkverband als meerdere gemeenten bij het Woord kunnen en willen leven?

Maar je kunt prima dingen samen doen, omdat je die als gemeente alléén niet kunt. Bijvoorbeeld de opleiding tot predikant, organisaties voor ontwikkelingswerk, zending en evangelisatie, en er zijn er vast nog veel meer. Daar kun je ieder voor zich als gemeente voorwaarden aan stellen; voor de ene vorm van samenwerking gelden andere criteria dan voor de andere.

De hand aan de ploeg?!

(*) Stupiditeit? Waarom zo grof? Nou, het is toch gewoon stom? Een meerderheid van de synode, die onder andere vanwege haar vermeende wijsheid is afgevaardigd vanuit classes, neemt een besluit waartegen domweg(!) geen revisie meer kan worden aangevraagd.

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 14 juni 2019.
^
Homepage

Er blijft dus nog een sabbatsrust over voor het volk van God

Hoe ga je om met de zondag? Mag je dan werken? Mag je dan iets kopen? Een hele tijd geleden speelde de ‘affaire’ ‘IJsje op zondag‘; je kunt er meer over lezen in NRC van 25 mei 2002.

Is de zondag net zoiets als de sabbat, maar dan op een andere dag? Kun je God ook dienen door af en toe een kerkdienst over te slaan en bijvoorbeeld de natuur in te gaan?

Laten we eens kijken wat de Heidelbergse Catechismus erover zegt.

Vraag 103: Wat gebiedt God in het vierde gebod?
Antwoord: Ten eerste dat gezorgd wordt voor het in stand houden van de dienst des Woords en van de scholen (1), en dat ik vooral op de sabbat, dat is op de rustdag, trouw tot Gods gemeente zal komen (2) om Gods Woord te horen (3), de sacramenten te gebruiken (4), God de Here publiek aan te roepen (5) en de armen christelijke barmhartigheid te bewijzen (6). Ten tweede dat ik al de dagen van mijn leven mijn slechte werken nalaat, de Here door zijn Geest in mij laat werken, en zo de eeuwige sabbat in dit leven begin (7).
(1) 1 Korintiërs 9:13, 14; 1 Timoteüs 3:15; 2 Timoteüs 2:2; 3:14, 15; Titus 1:5. (2) Leviticus 23:3; Psalm 40:10, 11; Psalm 122:1; Handelingen 2:42, 46. (3) 1 Korintiërs 14:1, 3; 1 Timoteüs 4:13; Openbaring 1:3. (4) Handelingen 20:7; 1 Korintiërs 11:23. (5) 1 Korintiërs 14:16; 1 Timoteüs 2:1-4. (6) Deuteronomium 15:11; 1 Korintiërs 16:1, 2; 1 Timoteüs 5:16. (7) Hebreeën 4:9, 10.

Het valt mij op dat bij de ‘verwijsteksten’ Hebreeën 10:25 niet genoemd wordt. Dat had ik eigenlijk wel verwacht. Het zou prima passen bij (2).

De titel van dit stukje komt uit Hebreeën 4:9.

Maar hoe zit het met dat ik een ander ook gun dat hij ‘trouw tot Gods gemeente’ kan komen? Speelt wat Jezus zegt in Matteüs 12:7 hier ook een rol in?

Volgens mij is helder dat je zèlf naar de bijeenkomsten (samenkomsten, erediensten) van je eigen gemeente moet gaan, en volgens onze kerkorde (artikel C.36.1) vinden die als regel twee keer per zondag plaats. En verder dat je een ander die mogelijkheid ook moet gunnen. En dat betekent dat je van ruim vóór (*) het begin van de eredienst(en) tot ruim ná (*) het einde van de erediensten geen dingen en diensten koopt die je met heel weinig moeite ook buiten genoemde tijden kunt aanschaffen. Is dat een absolute regel? Dat lijkt me niet, ik heb hem afgeleid uit enkele bijbelse gegevens, en ik probeer mijzelf eraan te houden. Jij kunt tot een andere regel komen, maar zorg ervoor dat je er wel goed over hebt nagedacht. Gemakzucht past niet zo goed bij een christen. Wat past is dat je probeert God lief te hebben en Hem te dienen, en ook je medemens lief te hebben. Ik vind mijn regel dan wel een redelijke poging… 😉

(*) Winkelpersoneel (bijvoorbeeld) begint vaak al ruim voor de openingstijd en werkt vaak nog door na sluitingstijd. Voor mij is dat reden geweest om mijn klandizie in Hardenberg Centrum te verschuiven naar Albert Heijn; dat is de enige supermarkt in Hardenberg Centrum die niet open is op zondag.

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 8 juni 2019.
^
Homepage

Conflicten in de kerk

Vandaag kreeg ik een artikel onder ogen over conflicten in de kerk: ‘Hans Schaeffer: laten we in de kerk leren om goed ruzie te maken‘. Ik vond het interessant om te lezen. Als ik het goed begrepen heb, staat het er met de tucht een klein beetje minder slecht voor dan ik dacht. Altijd fijn, als iets meevalt…

Maar ik wil het nu niet over de tucht hebben, dat komt misschien later nog wel eens. Wil je nu meer over tucht lezen: op de website van GKv Bruchterveld staan enkele preken.

In dit stukje wil ik het over andere conflicten in ‘de kerk’ hebben.

In de tijd van het Oude Testament waren er ook al conflicten binnen het volk van God. (Israël was/is het uitverkoren volk van God, en God heeft ook de kerk lief, en noemt ons Zijn kinderen, zie o.a. Johannes 1:12, Efeziërs 5:1, 1 Johannes 3:1-10.)

In Exodus 5:19-23 laten de Israëlitische opzichters Mozes weten dat ze op z’n zachtst gezegd niet blij zijn met zijn ingrijpen. Mozes beklaagt zich op zijn beurt weer bij God. En God zegt tegen Mozes wat hij moet doen, en dat doet hij dan. Uiteindelijk luistert het volk naar God.

De inwoners van Gibeon zien kans Jozua en de stamhoofden te bedriegen. Als duidelijk wordt dat ze bedrogen zijn, klaagt het volk daarover bij de stamhoofden. Zie Jozua 9:18-27. Er wordt een oplossing gevonden waarbij de eed, die Jozua en de stamhoofden tegenover de Gibeonieten gezworen hebben, gehouden wordt, maar waarbij de Gibeonieten wèl gestraft worden voor hun bedrog. Dit laatste haalt kennelijk de angel uit het conflict, al probeert Saul later de Gibeonieten alsnog uit te roeien (zie 2 Samuel 21).

Als de mannen uit de Rubenieten, de Gadieten en de halve stam Manasse ‘gedechargeerd’ worden onder dank voor de bewezen diensten (Jozua 22:1-4) en naar hun gezinnen trekken, bouwen ze een altaar bij de Jordaan, vermoedelijk naar het model van het altaar dat in Jozua 8:31 genoemd wordt. Doordat er in het begin van beide kanten slecht gecommuniceerd wordt, dreigt er een burgeroorlog. Gelukkig wordt die bezworen. Zie voor het hele verhaal Jozua 22. Voor een inspirerende preek over dit hoofdstuk, zie De Voorhof, Nieuwleusen.

Nadat Israël onder leiding van Jefta de Ammonieten heeft verslagen, maken de Efraïmieten een ernstige communicatiefout: ze komen verhaal halen bij Jefta omdat hij ze niet bij de oorlog betrokken zou hebben, en dat doen ze meteen maar met een heel leger. Zie Richteren (Rechters) 12:1-6. Soms win je met een grote mond, soms niet… zie Spreuken 20:18. Maar ook toen gold al: zo ga je niet met (de) andere kinderen van God om. Het is goed om je af te vragen: denk ik vanuit de liefde tot God en de naaste? Daarom is het nog niet zo gek om regelmatig de wet (Exodus 20:1-17 of Deuteronomium 5:6-21 of, als dat goed bij de verkondiging van die zondag past, een gedeelte uit het Nieuwe Testament, zoals bijvoorbeeld Kolossenzen 3:1-17) te horen voorlezen; daarin wordt de uitwerking van die liefde concreet gemaakt.

Later wordt bijna een stam uit Israël uitgeroeid, en moet het volk zich in bochten wringen om dat te voorkomen, zie Richteren (Rechters) 20 en 21.

Ook ná de hemelvaart van Jezus is er ruziegemaakt in de kerk. Soms kwam er een goede oplossing voor (zie bijvoorbeeld Handelingen 15:1-35). Soms gingen mensen uit elkaar vanwege de onenigheid, zie bijvoorbeeld Handelingen 15:36-41. Wij zouden zeggen dat Paulus en Barnabas niet meer met elkaar door één deur konden. Het lijkt erop dat het later wel weer goedgekomen is, zie bijvoorbeeld 2 Timoteüs 4:11.

Hoe erg is dat eigenlijk, ruzie in de kerk? In Handelingen 15:39 (HSV) wordt het woord ‘verbittering’ genoemd; een sterker woord dan het in de NBV gebruikte ‘onenigheid’. Dat er verbittering komt kan, vanuit het onderwijs van Jezus en de apostelen, niet goed zijn, denk ik.

Ik citeer een stukje uit het hierboven genoemde artikel: “Als we in de kerk leren om met elkaar conflicten te bespreken zal het minder gaan over het bewaken van grenzen en meer over de veilige ruimte binnen die grenzen. We moeten het echt veel meer over die ruimte gaan hebben. Op de achtergrond speelt vaak deze gedachte mee: ‘Niemand heeft de waarheid in pacht, dus laten we het conflict vooral niet opzoeken’. Het gevaar is dat we het grote perspectief uit het oog verliezen: hoe kijkt God ertegen aan? Conflicten kun je niet onder tafel schuiven. Ze zijn er. In die realiteit moeten we zoeken naar Gods wil.“.

En ik denk dat het goed is rekening te houden met wat beschreven wordt als vrucht van de Geest, en met ‘de minste willen wezen’; zie bijvoorbeeld ‘Dan ga ik wel weg!‘.

En kom je er echt niet uit, en wil je dat wel (…), vraag dan iemand ‘van buiten’, bijvoorbeeld van een kerkelijke gemeente uit de buurt. Het komt voor dat mensen er speciaal een opleiding voor hebben gevolgd (mediation)! Maak er gebruik van, dan komt er (nog) iets goeds voort uit het conflict.

Wil(len) j(ulli)e bezig gaan met ‘goed boos’? Ik kreeg een tip over een website (6 februari 2017): www.goedboos.com; coaching, training, workshops behoren tot de mogelijkheden; er zijn ook boeken en bijbelstudies. Voor kerken kan een thema-avond worden georganiseerd.

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

9 december 2017: verwijzingen naar Bijbelteksten vervangen; geen NBV maar HSV (reden).

Laatste wijziging: 29 mei 2019.
^
Homepage

Een predikant is ook maar een mens

Cliché?

Zeker weten?

Dat predikanten ook maar mensen zijn is genoegzaam bekend. En dat woord ‘genoegzaam’ gebruik ik omdat er zo’n prachtig woord bestaat waar dit woord in zit: ‘zelfgenoegzaamheid’. Zo’n mooi woord, zo’n bederf van de onderlinge verhoudingen… je hebt namelijk aan jezelf genoeg…

Natuurlijk kunnen predikanten last hebben van zelfgenoegzaamheid, en het kan heus geen kwaad ze daarop te wijzen; dat hoeft overigens niet per se ‘en plein public’, oftewel voor het oog van iedereen. Zeker niet als je het nog maar net ‘ontdekt’ hebt.

Maar ik wil het nu hebben over zelfgenoegzaamheid van ons, gemeenteleden, die pastoraal bezoek krijgen van een predikant, en die vaak naar zijn preken (moeten) luisteren. We hebben daar nog wel eens kritiek op, soms ook veel, en soms (helemaal) vanuit onze eigen situatie geredeneerd. (Een ‘nieuw-hermeneutische’ benadering, zeg maar.)

Wat doet dat met een predikant? Jos Douma heeft hier zijn antwoord geschreven op de vragen: “Welke reacties ontvangt u op uw preken? Wat doet dat met u?”. De moeite waard om even te lezen! Ook al zou je als gemeentelid gelijk hebben, het is goed om te weten hoe het bij je predikant kan landen. En misschien besluit je dan wel om je kritiek anders in te kleden, of achterwege te laten.

Er is niks mis met positieve, opbouwende kritiek; ook niet met harde kritiek, overigens. Lees maar eens Openbaring 2 en Openbaring 3. Van de meeste daar aangesproken gemeenten zegt Christus eerst iets positiefs, van sommige andere niet – maar in die laatste is de situatie dan ook heel slecht. Vraag je eens af of de situatie in jouw gemeente zó slecht is, dat je meteen met harde kritiek moet komen; lees eerst 1 Korintiërs 3:12-15, en beslis dan of het over ‘minder goed’ of ‘slecht’ gaat en pas je kritiek daarbij aan.

In de meeste gevallen zal het er dan op neerkomen dat je je predikant eerst eens moet laten weten wat je goed vindt aan hem; daarna kun je je verbeterpunten wel aandragen.

Zolang een predikant Gods Woord verkondigt kun je – denk ik – altijd met iets positiefs beginnen. En ieder christen moet de geesten onderzoeken, en kan dat ook: zie 1 Johannes 4:1-3. Je hebt immers de Bijbel…

In mijn keuken heeft (ook) een kaartje gehangen met de tekst ‘Liefde betekent elkaar een veilig gevoel geven.’. Ik denk dat je dat van God ook best naar je predikant toe mag doen, hem een veilig gevoel geven…

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

2 december 2017: verwijzingen naar Bijbelteksten vervangen: geen NBV maar HSV (reden).

Laatste wijziging: 20 mei 2019.
^
Homepage

Ze moeten me maar nemen zoals ik ben

Dat is een uitspraak die je ook vaak van christenen hoort. En er zit beslist een goede kant aan, denk ik. Want je hoeft jezelf niet te modelleren naar hoe een ander wil dat je bent…

Maar volgens mij zit er ook een foute kant aan deze uitspraak – anders had ik dit stukje niet geschreven. 😉

Hoezo dan? Je bent toch zoals God je gemaakt heeft? Voor een deel wel, ja… voor een deel ook niet! Ieder mens is zondig, zie 1 Johannes 1:10. En dat heeft God niet zo bedoeld.

Maar waarom is deze uitspraak dan zo ‘gevaarlijk’? Omdat-ie vaak gebruikt wordt om dingen goed te praten die niet goed zijn.

Ik herinner me bijvoorbeeld dat ik, toen ik nog bij een volleybalvereniging zat, nooit werd opgesteld in de eerste set van een wedstrijd. Toen ik de aanvoerder vroeg waarom, kreeg ik te horen dat me dat niets aanging. Toen ik iemand van het bestuur vroeg of dit zomaar kon, kreeg ik te horen dat de betreffende man zoveel voor de vereniging deed (en dat ze er dus niks van konden zeggen… – al zei hij dat niet met zoveel woorden). Ik heb mijn lidmaatschap opgezegd, en ben bij een recreatiegroep gaan volleyballen.

Wat in dit voorbeeld niet goed gegaan is, is dat het bestuur mijn aanvoerder de hand boven het hoofd hield, terwijl hij verkeerd bezig was.

In vriendengroepen en ook in kerkelijke gemeentes zie je dat soort dingen ook wel gebeuren. Iemand is ergens heel goed in, en/of doet heel veel goeds, en daarom mag er geen kritiek zijn op zijn of haar fouten. Daardoor gaan tenminste twee dingen verkeerd: (1) iemand is onnodig slachtoffer en (2) iemand is boven kritiek verheven. Dat dat eerste verkeerd is snapt iedereen die een beetje nadenkt, dus daar ga ik het verder niet over hebben. Maar dat tweede? Wat is daar mis mee? In een vriendengroep zet dit de vriendschap (op de duur) onder spanning, en in een kerkelijke gemeente laat je zo iemand ‘dóór zondigen’. En dat deugt absoluut niet, zie Ezechiël 3:17-21, en Ezechiël 33:1-20. Waarom niet? Omdat een zonde, waarvan je weigert je te bekeren, tot de eeuwige dood leidt. En als je ziet dat iemand – en al helemáál iemand die je lief is – dat doet, dan dóé je er toch iets aan?

Beter dat je openlijk terechtgewezen wordt
dan dat je uit liefde wordt gespaard.

(Spreuken 27:5)

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

29 november 2017: verwijzingen naar Bijbelteksten vervangen: geen NBV maar HSV (reden).

Laatste wijziging: 19 mei 2019.
^
Homepage

Moet je naar een kerk als je in God gelooft?

Als je zelf nog niet over deze vraag hebt nagedacht, is het misschien wel een goed idee dat alsnog te gaan doen. Dat kan, denk ik, ook heel goed zònder dit stukje. Maar het zou ook zomaar kunnen dat dit stukje je enkele argumenten aangeeft die je het (beginnen met) nadenken over dit onderwerp wat gemakkelijker maken. 😉

Ik heb eens in de Bijbel Nieuwe BijbelVertaling gezocht op het woord ‘gemeente’. Zo noemen wij de groep mensen waarmee we ’s zondags samenkomen in de kerk om God te eren en naar de uitleg van de Bijbel te luisteren. Het woord ‘kerk’ wordt behalve voor het gebouw ook wel gebruikt in plaats van het woord ‘gemeente’ – een beetje verwarrend is het wel…

Zie je een link naar een Bijbelgedeelte, klik dat dan maar aan, het opent (als het goed is) in een aparte tab, zodat je heen en weer kunt tussen dit stukje en het Bijbelgedeelte.

Het eerste gedeelte waarin ik het woord ‘gemeente’ gevonden heb is Matteüs 18:15-17. Hoor je niet bij een gemeente, waar ga je dan heen als een van je geloofsgenoten tegen je zondigt? (Naar de wereldlijke rechter is vaak niet zo’n goed idee… – zie 1 Korintiërs 6:1-8.)

Aan het eind van Handelingen 2 kun je lezen over het leven van de eerste gemeente. De leden deden heel veel samen.

In hoofdstuk 12 van ditzelfde Bijbelboek staat het verhaal van Petrus, die door koning Herodes gevangengenomen is om ter dood gebracht te worden. De gemeente komt dan samen om voor hem te bidden.

In Handelingen 20:28 (context) zegt Paulus tegen de oudsten van Efeze dat God de gemeente verworven heeft door het bloed van zijn eigen Zoon. Zo belangrijk is die gemeente, kennelijk.

“In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente.” (1 Korintiërs 12:7)

Ik raad je aan om zelf eens op het woord ‘gemeente’ te zoeken in de de Bijbel, bijvoorbeeld in de Nieuwe BijbelVertaling of in de Herziene Statenvertaling. Dat werkt, denk ik, veel beter dan dat ik alle vindplaatsen hier becommentarieer… 😉

Of zoek eens op ‘samenkomst’ (of ‘bijeenkomst’): je vindt dan o.a. Hebreeën 10:24-25.

Als je het Nieuwe Testament leest, zul je zien dat het als vanzelfsprekend wordt beschouwd dat je bij een gemeente hoort. Geloven doe je niet alleen voor jezelf… je ziet dat bijvoorbeeld in het gebed dat Jezus ons geleerd heeft: hij leert ons daarin om God aan te spreken als ‘onze Vader’.

En hoe zou je ingevoegd willen worden als levende steen bij de bouw van de geestelijke tempel (het geestelijke huis)? Zie 1 Petrus 2:4-5.

Ik kom nog even terug op Matteüs 18:15-17. Stel dat jij zelf de fout in gegaan bent… wie moet jou daar dan op wijzen?

Ik zeg niet dat God je niet wil hebben als je niet bij een gemeente hoort. Maar mij lijkt de boodschap van de Bijbel helder: voeg je bij een gemeente als je bij Jezus wilt horen!

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

25 november 2017: verwijzingen naar Bijbelteksten vervangen: geen NBV maar HSV (reden).

Laatste wijziging: 19 mei 2019.
^
Homepage