Tagarchief: gemeente

Conflicten in de kerk

Vandaag kreeg ik een artikel onder ogen over conflicten in de kerk: ‘Hans Schaeffer: laten we in de kerk leren om goed ruzie te maken‘. Ik vond het interessant om te lezen. Als ik het goed begrepen heb, staat het er met de tucht een klein beetje minder slecht voor dan ik dacht. Altijd fijn, als iets meevalt…

Maar ik wil het nu niet over de tucht hebben, dat komt misschien later nog wel eens. Wil je nu meer over tucht lezen: op de website van GKv Bruchterveld staan enkele preken.

In dit stukje wil ik het over andere conflicten in ‘de kerk’ hebben.

In de tijd van het Oude Testament waren er ook al conflicten binnen het volk van God. (Israël was/is het uitverkoren volk van God, en God heeft ook de kerk lief, en noemt ons Zijn kinderen, zie o.a. Johannes 1:12, Efeziërs 5:1, 1 Johannes 3:1-10.)

In Exodus 5:19-23 laten de Israëlitische opzichters Mozes weten dat ze op z’n zachtst gezegd niet blij zijn met zijn ingrijpen. Mozes beklaagt zich op zijn beurt weer bij God. En God zegt tegen Mozes wat hij moet doen, en dat doet hij dan. Uiteindelijk luistert het volk naar God.

De inwoners van Gibeon zien kans Jozua en de stamhoofden te bedriegen. Als duidelijk wordt dat ze bedrogen zijn, klaagt het volk daarover bij de stamhoofden. Zie Jozua 9:18-27. Er wordt een oplossing gevonden waarbij de eed, die Jozua en de stamhoofden tegenover de Gibeonieten gezworen hebben, gehouden wordt, maar waarbij de Gibeonieten wèl gestraft worden voor hun bedrog. Dit laatste haalt kennelijk de angel uit het conflict, al probeert Saul later de Gibeonieten alsnog uit te roeien (zie 2 Samuel 21).

Als de mannen uit de Rubenieten, de Gadieten en de halve stam Manasse ‘gedechargeerd’ worden onder dank voor de bewezen diensten (Jozua 22:1-4) en naar hun gezinnen trekken, bouwen ze een altaar bij de Jordaan, vermoedelijk naar het model van het altaar dat in Jozua 8:31 genoemd wordt. Doordat er in het begin van beide kanten slecht gecommuniceerd wordt, dreigt er een burgeroorlog. Gelukkig wordt die bezworen. Zie voor het hele verhaal Jozua 22. Voor een inspirerende preek over dit hoofdstuk, zie De Voorhof, Nieuwleusen.

Nadat Israël onder leiding van Jefta de Ammonieten heeft verslagen, maken de Efraïmieten een ernstige communicatiefout: ze komen verhaal halen bij Jefta omdat hij ze niet bij de oorlog betrokken zou hebben, en dat doen ze meteen maar met een heel leger. Zie Richteren (Rechters) 12:1-6. Soms win je met een grote mond, soms niet… zie Spreuken 20:18. Maar ook toen gold al: zo ga je niet met (de) andere kinderen van God om. Het is goed om je af te vragen: denk ik vanuit de liefde tot God en de naaste? Daarom is het nog niet zo gek om regelmatig de wet (Exodus 20:1-17 of Deuteronomium 5:6-21 of, als dat goed bij de verkondiging van die zondag past, een gedeelte uit het Nieuwe Testament, zoals b.v. Kolossenzen 3:1-17) te horen voorlezen; daarin wordt de uitwerking van die liefde concreet gemaakt.

Later wordt bijna een stam uit Israël uitgeroeid, en moet het volk zich in bochten wringen om dat te voorkomen, zie Richteren (Rechters) 20 en 21.

Ook ná de hemelvaart van Jezus is er ruziegemaakt in de kerk. Soms kwam er een goede oplossing voor (zie bijvoorbeeld Handelingen 15:1-35). Soms gingen mensen uit elkaar vanwege de onenigheid, zie bijvoorbeeld Handelingen 15:36-41. Wij zouden zeggen dat Paulus en Barnabas niet meer met elkaar door één deur konden. Het lijkt erop dat het later wel weer goedgekomen is, zie bijvoorbeeld 2 Timoteüs 4:11.

Hoe erg is dat eigenlijk, ruzie in de kerk? In Handelingen 15:39 (HSV) wordt het woord ‘verbittering’ genoemd; een sterker woord dan het in de NBV gebruikte ‘onenigheid’. Dat er verbittering komt kan, vanuit het onderwijs van Jezus en de apostelen, niet goed zijn, denk ik.

Ik citeer een stukje uit het hierboven genoemde artikel: “Als we in de kerk leren om met elkaar conflicten te bespreken zal het minder gaan over het bewaken van grenzen en meer over de veilige ruimte binnen die grenzen. We moeten het echt veel meer over die ruimte gaan hebben. Op de achtergrond speelt vaak deze gedachte mee: ‘Niemand heeft de waarheid in pacht, dus laten we het conflict vooral niet opzoeken’. Het gevaar is dat we het grote perspectief uit het oog verliezen: hoe kijkt God ertegen aan? Conflicten kun je niet onder tafel schuiven. Ze zijn er. In die realiteit moeten we zoeken naar Gods wil.“.

En ik denk dat het goed is rekening te houden met wat beschreven wordt als vrucht van de Geest, en met ‘de minste willen wezen’; zie bijvoorbeeld ‘Dan ga ik wel weg!‘.

En kom je er echt niet uit, en wil je dat wel (…), vraag dan iemand ‘van buiten’, bijvoorbeeld van een kerkelijke gemeente uit de buurt. Het komt voor dat mensen er speciaal een opleiding voor hebben gevolgd (mediation)! Maak er gebruik van, dan komt er (nog) iets goeds voort uit het conflict.

Wil(len) j(ulli)e bezig gaan met ‘goed boos’? Ik kreeg een tip over een website (6 februari 2017): www.goedboos.com; coaching, training, workshops behoren tot de mogelijkheden; er zijn ook boeken en bijbelstudies. Voor kerken kan een thema-avond worden georganiseerd.

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

9 december 2017: verwijzingen naar Bijbelteksten vervangen; geen NBV maar HSV (reden).

Laatste wijziging: 9 december 2017.
^
Homepage

Een predikant is ook maar een mens

Cliché?

Zeker weten?

Dat predikanten ook maar mensen zijn is genoegzaam bekend. En dat woord ‘genoegzaam’ gebruik ik omdat er zo’n prachtig woord bestaat waar dit woord in zit: ‘zelfgenoegzaamheid’. Zo’n mooi woord, zo’n bederf van de onderlinge verhoudingen… je hebt namelijk aan jezelf genoeg…

Natuurlijk kunnen predikanten last hebben van zelfgenoegzaamheid, en het kan heus geen kwaad ze daarop te wijzen; dat hoeft overigens niet per se ‘en plein public’, oftewel voor het oog van iedereen. Zeker niet als je het nog maar net ‘ontdekt’ hebt.

Maar ik wil het nu hebben over zelfgenoegzaamheid van ons, gemeenteleden, die pastoraal bezoek krijgen van een predikant, en die vaak naar zijn preken (moeten) luisteren. We hebben daar nog wel eens kritiek op, soms ook veel, en soms (helemaal) vanuit onze eigen situatie geredeneerd.

Wat doet dat met een predikant? Jos Douma heeft hier zijn antwoord geschreven op de vragen: “Welke reacties ontvangt u op uw preken? Wat doet dat met u?”. De moeite waard om even te lezen! Ook al zou je als gemeentelid gelijk hebben, het is goed om te weten hoe het bij je predikant kan landen. En misschien besluit je dan wel om je kritiek anders in te kleden, of achterwege te laten.

Er is niks mis met positieve, opbouwende kritiek; ook niet met harde kritiek, overigens. Lees maar eens Openbaring 2 en Openbaring 3. Van de meeste daar aangesproken gemeenten zegt Christus eerst iets positiefs, van sommige andere niet – maar in die laatste is de situatie dan ook heel slecht. Vraag je eens af of de situatie in jouw gemeente zó slecht is, dat je meteen met harde kritiek moet komen; lees eerst 1 Korintiërs 3:12-15, en beslis dan of het over ‘minder goed’ of ‘slecht’ gaat en pas je kritiek daarbij aan.

In de meeste gevallen zal het er dan op neerkomen dat je je predikant eerst eens moet laten weten wat je goed vindt aan hem; daarna kun je je verbeterpunten wel aandragen.

Zolang een predikant Gods Woord verkondigt kun je – denk ik – altijd met iets positiefs beginnen. En ieder christen moet de geesten onderzoeken, en kan dat ook: zie 1 Johannes 4:1-3. Je hebt immers de Bijbel…

In mijn keuken hangt (ook) een kaartje met de tekst ‘Liefde betekent elkaar een veilig gevoel geven.’. Ik denk dat je dat van God ook best naar je predikant toe mag doen, hem een veilig gevoel geven…

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

2 december 2017: verwijzingen naar Bijbelteksten vervangen: geen NBV maar HSV (reden).

Laatste wijziging: 2 december 2017.
^
Homepage

Ze moeten me maar nemen zoals ik ben

Dat is een uitspraak die je ook vaak van christenen hoort. En er zit beslist een goede kant aan, denk ik. Want je hoeft jezelf niet te modelleren naar hoe een ander wil dat je bent…

Maar volgens mij zit er ook een foute kant aan deze uitspraak – anders had ik dit stukje niet geschreven. 😉

Hoezo dan? Je bent toch zoals God je gemaakt heeft? Voor een deel wel, ja… voor een deel ook niet! Ieder mens is zondig, zie 1 Johannes 1:10. En dat heeft God niet zo bedoeld.

Maar waarom is deze uitspraak dan zo ‘gevaarlijk’? Omdat-ie vaak gebruikt wordt om dingen goed te praten die niet goed zijn.

Ik herinner me bijvoorbeeld dat ik, toen ik nog bij een volleybalvereniging zat, nooit werd opgesteld in de eerste set van een wedstrijd. Toen ik de aanvoerder vroeg waarom, kreeg ik te horen dat me dat niets aanging. Toen ik iemand van het bestuur vroeg of dit zomaar kon, kreeg ik te horen dat de betreffende man zoveel voor de vereniging deed (en dat ze er dus niks van konden zeggen… – al zei hij dat niet met zoveel woorden). Ik heb mijn lidmaatschap opgezegd, en ben bij een recreatiegroep gaan volleyballen.

Wat in dit voorbeeld niet goed gegaan is, is dat het bestuur mijn aanvoerder de hand boven het hoofd hield, terwijl hij verkeerd bezig was.

In vriendengroepen en ook in kerkelijke gemeentes zie je dat soort dingen ook wel gebeuren. Iemand is ergens heel goed in, en/of doet heel veel goeds, en daarom mag er geen kritiek zijn op zijn of haar fouten. Daardoor gaan tenminste twee dingen verkeerd: (1) iemand is onnodig slachtoffer en (2) iemand is boven kritiek verheven. Dat dat eerste verkeerd is snapt iedereen die een beetje nadenkt, dus daar ga ik het verder niet over hebben. Maar dat tweede? Wat is daar mis mee? In een vriendengroep zet dit de vriendschap (op de duur) onder spanning, en in een kerkelijke gemeente laat je zo iemand ‘dóór zondigen’. En dat deugt absoluut niet, zie Ezechiël 3:17-21, en Ezechiël 33:1-20. Waarom niet? Omdat een zonde, waarvan je weigert je te bekeren, tot de eeuwige dood leidt. En als je ziet dat iemand – en al helemáál iemand die je lief is – dat doet, dan dóé je er toch iets aan?

Beter dat je openlijk terechtgewezen wordt
dan dat je uit liefde wordt gespaard.

(Spreuken 27:5)

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

29 november 2017: verwijzingen naar Bijbelteksten vervangen: geen NBV maar HSV (reden).

Laatste wijziging: 29 november 2017.
^
Homepage

Moet je naar een kerk als je in God gelooft?

Als je zelf nog niet over deze vraag hebt nagedacht, is het misschien wel een goed idee dat alsnog te gaan doen. Dat kan, denk ik, ook heel goed zònder dit stukje. Maar het zou ook zomaar kunnen dat dit stukje je enkele argumenten aangeeft die je het (beginnen met) nadenken over dit onderwerp wat gemakkelijker maken. 😉

Ik heb eens in de Bijbel (Nieuwe BijbelVertaling – het zoeken kun je beter doen in de Jongerenbijbel) gezocht op het woord ‘gemeente’. Zo noemen wij de groep mensen waarmee we ’s zondags samenkomen in de kerk om God te eren en naar de uitleg van de Bijbel te luisteren. Het woord ‘kerk’ wordt behalve voor het gebouw ook wel gebruikt in plaats van het woord ‘gemeente’ – een beetje verwarrend is het wel…

Zie je een link naar een Bijbelgedeelte, klik dat dan maar aan, het opent (als het goed is) in een aparte tab, zodat je heen en weer kunt tussen dit stukje en het Bijbelgedeelte.

Het eerste gedeelte waarin ik het woord ‘gemeente’ gevonden heb is Matteüs 18:15-17. Hoor je niet bij een gemeente, waar ga je dan heen als een van je geloofsgenoten tegen je zondigt? (Naar de wereldlijke rechter is vaak niet zo’n goed idee… – zie 1 Korintiërs 6:1-8.)

Aan het eind van Handelingen 2 kun je lezen over het leven van de eerste gemeente. De leden deden heel veel samen.

In hoofdstuk 12 van ditzelfde bijbelboek staat het verhaal van Petrus, die door koning Herodes gevangengenomen is om ter dood gebracht te worden. De gemeente komt dan samen om voor hem te bidden.

In Handelingen 20:28 (context) zegt Paulus tegen de oudsten van Efeze dat God de gemeente verworven heeft door het bloed van zijn eigen Zoon. Zo belangrijk is die gemeente, kennelijk.

“In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente.” (1 Korintiërs 12:7)

Ik raad je aan om zelf eens op het woord ‘gemeente’ te zoeken in de Jongerenbijbel. Dat werkt, denk ik, veel beter dan dat ik alle vindplaatsen hier becommentarieer… 😉

Of zoek eens op ‘samenkomst’ (of ‘bijeenkomst’): je vindt dan o.a. Hebreeën 10:24-25.

Als je het Nieuwe Testament leest, zul je zien dat het als vanzelfsprekend wordt beschouwd dat je bij een gemeente hoort. Geloven doe je niet alleen voor jezelf… je ziet dat bijvoorbeeld in het gebed dat Jezus ons geleerd heeft: hij leert ons daarin om God aan te spreken als ‘onze Vader’.

En hoe zou je ingevoegd willen worden als levende steen bij de bouw van de geestelijke tempel (het geestelijke huis)? Zie 1 Petrus 2:4-5.

Ik kom nog even terug op Matteüs 18:15-17. Stel dat jij zelf de fout in gegaan bent… wie moet jou daar dan op wijzen?

Ik zeg niet dat God je niet wil hebben als je niet bij een gemeente hoort. Maar mij lijkt de boodschap van de Bijbel helder: voeg je bij een gemeente als je bij Jezus wilt horen!

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

25 november 2017: verwijzingen naar Bijbelteksten vervangen: geen NBV maar HSV (reden).

Laatste wijziging: 25 november 2017.
^
Homepage