Tagarchief: goed lezen

De ezel

Koningen hebben wapens en strijdwagens met paarden ervoor. Denk aan het leger van de farao. Ze vertrouwen op hun eigen kracht en die van het leger. Maar de koning van Sion zal een vredekoning zijn die regeert in de kracht van God. Hij komt aanrijden op een ezel. Dat klinkt grappig, maar zo is het niet bedoeld. De ezel was een koninklijk rijdier. Rijden op een ezel was juist een teken van waardigheid. Lees ook eens Genesis 49:10-11 en Matteüs 21:1-9.

Dit is een citaat uit de Jongerenbijbel (zie evt. Zacharia 9). De laatste jaren is “De ezel was een koninklijk rijdier.” een eigen leven gaan leiden. Tot zelfs in preken toe wordt ‘de ezel’ een koninklijk dier genoemd – al is af en toe aan de predikant te merken dat hij zich afvraagt waarom hij het zegt.

Maar dat is toch onzin?! Lees maar wat er staat in Zacharia 9:9:

Nederig komt hij aanrijden op een ezel,
op een hengstveulen, het jong van ezelin.

Waarom zit Jezus op een ezel, en niet op een paard? Omdat Hij een nederige indruk wil maken, omdat Hij nederig is!

En toch wordt, tot in tentamens op het HBO toe, gevraagd waarom de ezel een koninklijk dier is. En als je dan niet het gewenste antwoord geeft, kost dat je punten.Kop van ezel Terwijl het ‘gewoon’ een mening is van iemand die (duidelijk? – dat gaan we zien) niet goed heeft gelezen.

Laten we eens kijken naar Genesis 49:10-11. Waarom zou Juda zijn ezel aan een wijnstok of aan een wingerd binden? Omdat hij in die wijngaard of in de buurt van die wingerd aan het werk is, of aan het genieten van zijn weelde. En, voor de duidelijkheid: uit de context blijkt duidelijk dat het hier, in vers 11, over Juda en zijn nageslacht in het algemeen gaat, niet over de koningen die uit hem zijn voortgekomen en/of over Jezus (zoals in vers 10). Lees maar even verder:

in wijn wast hij zijn gewaad,
in druivenbloed zijn bovenkleed.
Zijn ogen fonkelen door de wijn,
zijn tanden zijn wit van de melk.

Het eerste deel van dit stukje sluit aan op het stukje over het vastbinden van de ezel, zonder een punt als leesteken ertussen – er staat een komma. Er is dus geen reden om wat er over de ezel staat op Jezus toe te passen, in tegenstelling tot wat er in het hierboven genoemde gedeelte van Zacharia 9 staat.

Paarden, dàt waren dieren voor een koning! Daarom was het de koningen van Israel verboden daarvan veel te hebben (zie Deuteronomium 17:16).

Die éne ezel, die waarop Jezus reed, kreeg koninklijke allure. Dat kun je inderdaad wèl lezen uit Matteüs 21:1-9. En dan ook nog bijzondere koninklijke allure, want als Jezus een gewone koning was geweest, die het om de macht te doen was, zou Hij wel op een paard gereden hebben…

Maar om hierom ‘de ezel’ een koninkijk rijdier te noemen, dat vind ik onzin; sterker nog, het is onzin. En het staat er ook nog in de verleden tijd: “De ezel was een koninklijk rijdier.“. Vóórdat Jezus een ezel nam voor Zijn intocht is er volgens mij niemand op het idee gekomen een ezel een koninklijk dier te noemen, of een teken van waardigheid. Iedereen die het zich kon veroorloven er eentje te hebben, reed op een ezel. De broers van Jozef (Genesis 42:27 en volgende hoofdstukken), Bileam (Numeri 22:21 en verder), de oude profeet in Betel (1 Koningen 13:13 en verder),  en zo zijn er vast nog wel meer voorbeelden waarin tamelijk gewone mensen op een ezel reden.

Koningen en prinsen reden niet op ezels. De zonen van David, bijvoorbeeld, reden op muildieren (o.a. 2 Samuel 13:29).

Als het volk Israel daadwerkelijk naar God luistert, zal het gebeuren dat ‘koningen en vorsten, die op de troon van David zitten, door de poorten van deze stad naar binnen zullen komen, rijdend op wagens en op paarden, …’ (Jeremia 17:24-25).

En zo heel hoog werd een ezel niet gewaardeerd: Mozes zegt in Numeri 16:15 dat hij de opstandelingen nog geen ezel heeft afgenomen.

De leeuw – en soms ook de leeuwin, afhankelijk van de vertaling -, genoemd in het vers vóór Genesis 49:10 en 11 – dus in vers 9 – komt heel wat koninklijker over, en wordt in sommige vertalingen ook zo genoemd (Willibrordvertaling 1975: ‘koning der dieren’; Nieuwe BijbelVertaling: ‘vol majesteit vlijt hij zich neer’).

Maar waar het vandaag om gaat is dat we terugdenken aan de intocht van Jezus in Jeruzalem. Onze nederige Koning, die gekomen is om ons te verlossen. Vandaag roept het volk ‘Hosanna!’, later roept het(zelfde?) volk ‘Kruisig Hem!’. Hij is gekomen omdat Hij ons, de wereld, liefhad. Hij heeft zichzelf vernederd, om ons te kunnen verhogen.

Vandaag Palmpasen, volgende week Pasen.

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 15 juli 2017.
^
Homepage

Vrede op aarde

Wat moet daar voor leesteken achter? Een vraagteken of een uitroepteken? Of allebei? Of drie van die puntjes (…)? Of emoticons?

Het is bijna Kerst, en dan denken veel mensen aan vrede. Er verschijnen diverse gedichtjes en gedichten, artikelen, boeken, films etc. die gewijd zijn aan vrede. Sommige mensen proberen ook aardig te zijn voor mensen die ze niet kennen, of, moeilijker nog, voor mensen die ze eigenlijk niet zo graag mogen.

Nou, heb je er wat op tegen, of zo?!

Ik niet, ik zou ’t graag willen!

Maar omdat ik niet zoveel zin heb om iemands Kerst te ‘ontsieren’, geef ik vandáág aandacht aan een uitspraak van Jezus, die wat minder ‘vreedzaam’ overkomt. Ja, inderdaad dezelfde Jezus van Wie we de komst over een paar dagen herdenken.

Denk niet dat ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.

Dat staat in Matteüs 10:34. En, als je wilt weten wat dat kan betekenen, lees dan nog een stukje verder: Matteüs 10:34-39. Daar rijzen je de haren van te berge. Ruzie in je eigen gezin. Dat wil toch niemand?! En toch zul je moeten kiezen, als het erop aankomt… Maar leg het niet verkeerd uit: Jezus zegt niet dat je niet van je familie mag houden! Goed lezen…

O, by the way, in Lucas 2:14 staat nog iets ná ‘vrede op aarde’. Kijk maar eens. En, neem van mij aan, en als je dat niet wilt, neem het van God aan (da’s sowieso beter): die mensen kun je niet verslaan. Als God van je houdt, verlies je misschien wel je aardse leven, maar win je de eeuwigheid, samen met God. Daarover staat helemaal niet zoveel in de Bijbel, maar wat er staat is wel heel erg veelbelovend!

Dus: join the club! Die kans heb je zolang je leeft…

Uitstellen? Zou ik niet doen… zie bijvoorbeeld ‘Vrede met God, daar kun je wel/niet mee wachten‘.

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

24 december 2017: verwijzingen naar Bijbelteksten vervangen; geen NBV maar HSV (reden).

Laatste wijziging: 24 december 2017.
^
Homepage

Dit zijn de woorden die de HEER richtte tot Elia, de Tisbiet

Waar zouden we die tekst moeten zoeken? Ergens in 1 Koningen, toch? Ja, zo ongeveer staat het er wel! Kijk maar eens in 1 Koningen 17:2.

Maar daarvoor staat nòg een vers in dit hoofdstuk: het eerste. Ja, logisch! Als je al eens vaker een stukje van mij op deze site hebt gelezen zul je wel weten dat er ergens nog wel iets achter zit…

En dat is ook zo. Want wat staat er in dat eerste vers? Dat Elia op eigen initiatief tegen Achab, de koning van het tienstammenrijk, zegt dat het een hele tijd niet zal regenen en er ook geen dauw zal zijn. En hij vertelt Achab dat hij in dienst van God is. Dit is een van de weinige plaatsen in de Bijbel, voor zover ik weet, waar niet vóór het optreden van een profeet staat dat hij de woorden van God doorgeeft.

Is het daarom verkeerd? Absoluut niet! Zie Jakobus 5:17, waar het juist als voorbeeld wordt gebruikt. En er zijn nog veel meer bijzondere dingen met en door Elia gebeurd.

Wat ook mee zou kunnen spelen in de manier van beschrijven is dat de schrijver van dit Bijbelboek zelf geen profeet is geweest. Vergelijk het maar eens met hoe de profeten hun geschriften en hun uitspraken beginnen.

Het ging mij (weer) om goed lezen…

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

2 december 2017: verwijzingen naar Bijbelteksten vervangen: geen NBV maar HSV (reden).

Laatste wijziging: 2 december 2017.
^
Homepage

Wat staat er, en wat doe ik ermee?

Ik heb afgelopen week “Een winter met Leviticus” van Willem Barnard gekocht. Heel interessant, ondanks opmerkingen over sagen in relatie met o.a. de eerste twee hoofdstukken van Genesis. Barnard begint met stukken uit Genesis en Exodus te bespreken, en gaat dan over op Leviticus.

Maar je bent vast nieuwsgierig waarom ik voor de titel van dit stukje gekozen heb. Daar ga ik het nu over hebben, maar om dat (beter) te kunnen begrijpen is het handig als je eerst Exodus 19 en 20 in de Nieuwe Bijbelvertaling leest. Als je dat gedaan hebt, lees deze hoofdstukken dan ook in de Naardense Vertaling: Exodus 19 en 20.

Is je iets opgevallen? Zo niet, kijk dan nog eens goed naar de overgang van hoofdstuk 19 naar hoofdstuk 20.

Ik laat nu een citaat volgen uit het hoofdstuk ‘Leviticus 19, de aanhef’ uit het boek van Barnard.

Een hele reeks hoofdstukken begint met dezelfde plechtige aanhef: ‘En JHWH sprak tot Mozes, zeggende: spreek tot heel de samenkomst (de synagoge) van de kinderen Israëls…’ … Zo gaat het ook al toe bij de ‘tien geboden’, beter: de tien debarim, de woorden. Ook daar staat dat Mozes zegt dat Elohim spreekt en zegt… De hoofdstukindeling van onze bijbeluitgaven verdoezelt dat. Exodus 20 begint met God sprak, maar Exodus 19 eindigt met een dubbele punt. Mozes daalt af tot de gemeente en zegt tot hen (dubbele punt, cap. 20 vs 1) ‘God spreekt’.

Is dat van belang? Het is van groot belang. Het betekent dat wij de stem van de Eeuwige niet horen, dat deze Roepstem niet van de hemel af de mensen donderend toespreekt. Ook niet van een hemelhoge berg af.

Ik kan (nog) geen Bijbels Hebreeuws lezen (*), maar voor zover ik weet kent die taal geen dubbele punt. Dat die er aan het eind van hoofdstuk 19 in de Naardense Vertaling wèl staat, is volgens mij dan ook interpretatie – oftewel “Wat staat er, en wat doe ik ermee?”. Zie evt. ook deze hoofdstukken in de Herziene Statenvertaling (19, 20) en in de Willibrordvertaling.

Verder wijs ik op Exodus 20:19 in al de hierboven genoemde vertalingen, waar het volk aan Mozes vraagt om met God te spreken, en God niet met hèn te laten spreken. Dit vers bevat op z’n minst de suggestie dat de Tien Woorden rechtstreeks door God aan het volk zijn meegedeeld. En dat maakt dan volgens mij de ‘dubbele punt’ aan het eind van Exodus 19 twijfelachtig.

Maar waarom staat die ‘dubbele punt’ dan wel in de Naardense Vertaling? Barnard is daar niet de auteur van, dat is Pieter Oussoren. En ik ken zijn vooronderstellingen niet. Maar het zou best kunnen dat hij dezelfde vooronderstelling had als Willem Barnard, nl. dat ‘deze Roepstem niet van de hemel af de mensen donderend toespreekt.‘. Goed, dat is dan míjn interpretatie. Maar de drie andere Bijbelvertalingen waarnaar ik verwezen heb hebben geen ‘dubbele punt’ aan het eind van Exodus 19.

Eventueel kun je o.a. via biblija.net nog wat buitenlandse vertalingen bekijken. Of er dan wèl of niet een ‘dubbele punt’ zou moeten staan aan het eind van Exodus 19 wordt dan zomaar niet duidelijk, denk ik; wat volgens mij wèl duidelijk is, is dat er in Exodus 20:19 vanuit wordt gegaan dat God Zèlf tot het volk heeft gesproken. Ook in Deuteronomium 5:4 wordt die indruk gewekt. En als ik Deuteronomium 4:33 en Deuteronomium 5:22-31 lees, verdwijnt bij mij alle twijfel aan het rechtstreeks spreken van God.

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

2 december 2017: verwijzingen naar Bijbelteksten vervangen: geen NBV maar HSV (reden).

Laatste wijziging: 2 december 2017.
^
Homepage

(*) Hebreeuws leren? Kijk dan eens op Hebreeuws.

Gestolen water smaakt verrukkelijk, geroofd brood is een lekkernij

Ja, zó staat het in de Bijbel! In Spreuken 9:17 (iets anders vertaald in de HSV).

Er zijn mensen die het met deze uitspraak eens zijn – in ieder geval handelen ze ernaar. Maar ondanks dat ze onverstandig genoemd worden (Spreuken 9:16) zijn ze niet zó dom dat ze dit zien als een opdracht van God…

Maar er zijn wel mensen die zeggen dat Jezus zegt “Jullie zijn mijn vrienden“. En dat baseren ze dan op Johannes 15:14 – dat staat er in het betreffende boekje wèl bij…

Heb je die tekst nu gelezen? Zo niet, doe dat dan nu, en lees dan verder!

Snap je wat ik bedoel?

Er wordt slechts een deel van een zinnetje dat Jezus gezegd heeft gebruikt om een punt te maken. En als je die Bijbeltekst niet zèlf leest, dan weet je niet beter, of het staat er zo. En, als je er met andere mensen over praat, plant het misverstand – om geen sterker woord te gebruiken – zich vermoedelijk voort, want meestal lezen mensen het niet even na…

Welzalig de man die niet wandelt” staat in Psalm 1. Als je van het citeren van alléén “Jullie zijn mijn vrienden” het bespottelijke niet inziet, dan misschien van deze tekst…

Maar laten we het verder niet over tekstenplukkerij hebben.

Lees eerst eens heel hoofdstuk 9 van Spreuken.

Heb je het hele stuk gelezen? En, laat me raden: je kiest vast voor de Wijsheid.

Maar die uitspraak van Vrouwe Dwaasheid, die ik als titel voor dit stukje gebruikt heb, is ook niet echt aanlokkelijk! Er moet toch wel wat méér in de aanbieding zijn, wil jij dat mens gaan volgen.

Weet je het zeker?

Ja?

Mooi!

En wat ga je ermee doen?

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

2 december 2017: verwijzingen naar Bijbelteksten vervangen: geen NBV maar HSV (reden).

Laatste wijziging: 2 december 2017.
^
Homepage