Wat staat er, en wat doe ik ermee?

Ik heb afgelopen week “Een winter met Leviticus” van Willem Barnard gekocht. Heel interessant, ondanks opmerkingen over sagen in relatie met o.a. de eerste twee hoofdstukken van Genesis. Barnard begint met stukken uit Genesis en Exodus te bespreken, en gaat dan over op Leviticus.

Maar je bent vast nieuwsgierig waarom ik voor de titel van dit stukje gekozen heb. Daar ga ik het nu over hebben, maar om dat (beter) te kunnen begrijpen is het handig als je eerst Exodus 19 en 20 in de Nieuwe Bijbelvertaling leest. Als je dat gedaan hebt, lees deze hoofdstukken dan ook in de Naardense Vertaling: Exodus 19 en 20.

Is je iets opgevallen? Zo niet, kijk dan nog eens goed naar de overgang van hoofdstuk 19 naar hoofdstuk 20.

Ik laat nu een citaat volgen uit het hoofdstuk ‘Leviticus 19, de aanhef’ uit het boek van Barnard.

Een hele reeks hoofdstukken begint met dezelfde plechtige aanhef: ‘En JHWH sprak tot Mozes, zeggende: spreek tot heel de samenkomst (de synagoge) van de kinderen Israëls…’ … Zo gaat het ook al toe bij de ‘tien geboden’, beter: de tien debarim, de woorden. Ook daar staat dat Mozes zegt dat Elohim spreekt en zegt… De hoofdstukindeling van onze bijbeluitgaven verdoezelt dat. Exodus 20 begint met God sprak, maar Exodus 19 eindigt met een dubbele punt. Mozes daalt af tot de gemeente en zegt tot hen (dubbele punt, cap. 20 vs 1) ‘God spreekt’.

Is dat van belang? Het is van groot belang. Het betekent dat wij de stem van de Eeuwige niet horen, dat deze Roepstem niet van de hemel af de mensen donderend toespreekt. Ook niet van een hemelhoge berg af.

Ik kan (nog) geen Bijbels Hebreeuws lezen (*), maar voor zover ik weet kent die taal geen dubbele punt. Dat die er aan het eind van hoofdstuk 19 in de Naardense Vertaling wèl staat, is volgens mij dan ook interpretatie – oftewel “Wat staat er, en wat doe ik ermee?”. Zie evt. ook deze hoofdstukken in de Herziene Statenvertaling (19, 20) en in de Willibrordvertaling.

Verder wijs ik op Exodus 20:19 in al de hierboven genoemde vertalingen, waar het volk aan Mozes vraagt om met God te spreken, en God niet met hèn te laten spreken. Dit vers bevat op z’n minst de suggestie dat de Tien Woorden rechtstreeks door God aan het volk zijn meegedeeld. En dat maakt dan volgens mij de ‘dubbele punt’ aan het eind van Exodus 19 twijfelachtig.

Maar waarom staat die ‘dubbele punt’ dan wel in de Naardense Vertaling? Barnard is daar niet de auteur van, dat is Pieter Oussoren. En ik ken zijn vooronderstellingen niet. Maar het zou best kunnen dat hij dezelfde vooronderstelling had als Willem Barnard, nl. dat ‘deze Roepstem niet van de hemel af de mensen donderend toespreekt.‘. Goed, dat is dan míjn interpretatie. Maar de drie andere Bijbelvertalingen waarnaar ik verwezen heb hebben geen ‘dubbele punt’ aan het eind van Exodus 19.

Eventueel kun je o.a. via biblija.net nog wat buitenlandse vertalingen bekijken. Of er dan wèl of niet een ‘dubbele punt’ zou moeten staan aan het eind van Exodus 19 wordt dan zomaar niet duidelijk, denk ik; wat volgens mij wèl duidelijk is, is dat er in Exodus 20:19 vanuit wordt gegaan dat God Zèlf tot het volk heeft gesproken. Ook in Deuteronomium 5:4 wordt die indruk gewekt. En als ik Deuteronomium 4:33, Deuteronomium 5:22-31 en Hebreeën 12:18-20 lees, verdwijnt bij mij alle twijfel aan het rechtstreeks spreken van God.

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

2 december 2017: verwijzingen naar Bijbelteksten vervangen: geen NBV maar HSV (reden).

Laatste wijziging: 19 mei 2019.
^
Homepage

(*) Hebreeuws leren? Kijk dan eens op Hebreeuws.