Tagarchief: samenkomst

Op de eerste dag van de week

Als ik in de Herziene StatenVertaling zoek op deze term (dat moet op internet in delen, b.v. “dag” en “week” of “eerste dag” en in de resultaten zelf zoeken (b.v. met Ctrl F)) vind ik die, ná de Opstanding, maar twee keer, in Handelingen 20:7 en 1 Korintiërs 16:2. Is dat niet een beetje een zwakke basis voor het feit dat wij nu op zondag onze erediensten houden in plaats van op zaterdag?

Zo kun je er over denken. Sommige mensen schrijven er een heel boek over. Maar er is meer, zie bijvoorbeeld Openbaring 1:10, waarin Johannes er vanuitgaat dat iedereen weet wat hij met ‘de dag van de Heer’ bedoelt. (Voor het geval je dat niet duidelijk is, zie Johannes 20.)

Ik heb het er eerder al eens over gehad of er regels zijn voor hoe je met de zondag moet omgaan (zie Er blijft dus nog een sabbatsrust over voor het volk van God).

In het Oude Testament vindt God het houden van de sabbat erg belangrijk. Ik lees momenteel ’s avonds voor het slapengaan in de Complete Jewish Bible (vertaald door David H. Stern); enkele dagen geleden was ik bij het laatste gedeelte van Jesaja. Ook daar gaat het vaak over het belang van het houden van de sabbat. Lees maar eens Jesaja 56:1-8, en Jesaja 58, in het bijzonder vanaf vers 13:

Indien u uw voet van de sabbat terughoudt,
ermee ophoudt om op Mijn heilige dag te doen wat u zelf wilt;
indien u de sabbat een verlustiging noemt,
opdat de HEERE geheiligd wordt
– die geëerd moet worden –
indien u die eert door niet uw eigen wegen te volgen,
niet uw eigen wensen zoekt of daarover een woord spreekt,
dan zult u vreugde scheppen in de HEERE,
Ik zal u doen rijden op de hoogten van de aarde
en Ik zal u voeden met het erfelijk bezit van uw vader Jakob,
want de mond van de HEERE heeft gesproken.

Als je dit zo leest, dan hoor je toch naar de samenkomsten van je gemeente te gaan? En niet te beweren dat je ’s zondags God ook wel ‘in de natuur’ kunt dienen? Bedenk: de ‘dag om God te eren’ is niet vervallen met de komst van Christus! En ik ‘vrees’ dat je ook niet wegkomt met een beroep op Romeinen 14:6.

Maar ja… als je eenmaal besloten hebt om te doen wat je zèlf wilt, is de weg terug niet makkelijk. Vraag maar aan Adam en Eva. O nee, dat kan niet… lees dan maar Genesis 3. En hoe heeft God er ook alweer voor gezorgd dat terugkeer tot Hem tòch mogelijk werd? Inderdaad. En waar moet je wezen om daar alles over te vernemen?

Heb je je wel eens afgevraagd wat voor voorbeeld je (je) (klein)kinderen geeft als je zonder goede reden de erediensten verzuimt? En als je in je vakantie ook ‘vakantie’ neemt van de dienst aan God? Vast wel. Maar toen ben je snel gestopt met erover nadenken. Zet dat proces maar gauw weer aan!

Reageren kan via e-mail; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 1 september 2019.

^
Homepage

Er blijft dus nog een sabbatsrust over voor het volk van God

Hoe ga je om met de zondag? Mag je dan werken? Mag je dan iets kopen? Een hele tijd geleden speelde de ‘affaire’ ‘IJsje op zondag‘; je kunt er meer over lezen in NRC van 25 mei 2002.

Is de zondag net zoiets als de sabbat, maar dan op een andere dag? Kun je God ook dienen door af en toe een kerkdienst over te slaan en bijvoorbeeld de natuur in te gaan?

Laten we eens kijken wat de Heidelbergse Catechismus erover zegt.

Vraag 103: Wat gebiedt God in het vierde gebod?
Antwoord: Ten eerste dat gezorgd wordt voor het in stand houden van de dienst des Woords en van de scholen (1), en dat ik vooral op de sabbat, dat is op de rustdag, trouw tot Gods gemeente zal komen (2) om Gods Woord te horen (3), de sacramenten te gebruiken (4), God de Here publiek aan te roepen (5) en de armen christelijke barmhartigheid te bewijzen (6). Ten tweede dat ik al de dagen van mijn leven mijn slechte werken nalaat, de Here door zijn Geest in mij laat werken, en zo de eeuwige sabbat in dit leven begin (7).
(1) 1 Korintiërs 9:13, 14; 1 Timoteüs 3:15; 2 Timoteüs 2:2; 3:14, 15; Titus 1:5. (2) Leviticus 23:3; Psalm 40:10, 11; Psalm 122:1; Handelingen 2:42, 46. (3) 1 Korintiërs 14:1, 3; 1 Timoteüs 4:13; Openbaring 1:3. (4) Handelingen 20:7; 1 Korintiërs 11:23. (5) 1 Korintiërs 14:16; 1 Timoteüs 2:1-4. (6) Deuteronomium 15:11; 1 Korintiërs 16:1, 2; 1 Timoteüs 5:16. (7) Hebreeën 4:9, 10.

Het valt mij op dat bij de ‘verwijsteksten’ Hebreeën 10:25 niet genoemd wordt. Dat had ik eigenlijk wel verwacht. Het zou prima passen bij (2).

De titel van dit stukje komt uit Hebreeën 4:9.

Maar hoe zit het met dat ik een ander ook gun dat hij ‘trouw tot Gods gemeente’ kan komen? Speelt wat Jezus zegt in Matteüs 12:7 hier ook een rol in?

Volgens mij is helder dat je zèlf naar de bijeenkomsten (samenkomsten, erediensten) van je eigen gemeente moet gaan, en volgens onze kerkorde (artikel C.36.1) vinden die als regel twee keer per zondag plaats. En verder dat je een ander die mogelijkheid ook moet gunnen. En dat betekent dat je van ruim vóór (*) het begin van de eredienst(en) tot ruim ná (*) het einde van de erediensten geen dingen en diensten koopt die je met heel weinig moeite ook buiten genoemde tijden kunt aanschaffen. Is dat een absolute regel? Dat lijkt me niet, ik heb hem afgeleid uit enkele bijbelse gegevens, en ik probeer mijzelf er aan te houden. Jij kunt tot een andere regel komen, maar zorg ervoor dat je er wel goed over hebt nagedacht. Gemakzucht past niet bij een christen. Wat past is dat je probeert God lief te hebben en Hem te dienen, en ook je medemens lief te hebben. Ik vind mijn regel dan wel een redelijke poging… 😉

(*) Winkelpersoneel (bijvoorbeeld) begint vaak al ruim voor de openingstijd en werkt vaak nog door na sluitingstijd. Voor mij is dat reden geweest om mijn klandizie in Hardenberg Centrum te verschuiven naar Albert Heijn; dat is de enige supermarkt in Hardenberg Centrum die niet open is op zondag.

Reageren kan via e-mail; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 1 september 2019.
^
Homepage

Moet je naar een kerk als je in God gelooft?

Als je zelf nog niet over deze vraag hebt nagedacht, is het misschien wel een goed idee dat alsnog te gaan doen. Dat kan, denk ik, ook heel goed zònder dit stukje. Maar het zou ook zomaar kunnen dat dit stukje je enkele argumenten aangeeft die je het (beginnen met) nadenken over dit onderwerp wat gemakkelijker maken. 😉

Ik heb eens in de Bijbel Nieuwe BijbelVertaling gezocht op het woord ‘gemeente’. Zo noemen wij de groep mensen waarmee we ’s zondags samenkomen in de kerk om God te eren en naar de uitleg van de Bijbel te luisteren. Het woord ‘kerk’ wordt behalve voor het gebouw ook wel gebruikt in plaats van het woord ‘gemeente’ – een beetje verwarrend is het wel…

Zie je een link naar een Bijbelgedeelte, klik dat dan maar aan, het opent (als het goed is) in een aparte tab, zodat je heen en weer kunt tussen dit stukje en het Bijbelgedeelte.

Het eerste gedeelte waarin ik het woord ‘gemeente’ gevonden heb is Matteüs 18:15-17. Hoor je niet bij een gemeente, waar ga je dan heen als een van je geloofsgenoten tegen je zondigt? (Naar de wereldlijke rechter is vaak niet zo’n goed idee… – zie 1 Korintiërs 6:1-8.)

Aan het eind van Handelingen 2 kun je lezen over het leven van de eerste gemeente. De leden deden heel veel samen.

In hoofdstuk 12 van ditzelfde Bijbelboek staat het verhaal van Petrus, die door koning Herodes gevangengenomen is om ter dood gebracht te worden. De gemeente komt dan samen om voor hem te bidden.

In Handelingen 20:28 (context) zegt Paulus tegen de oudsten van Efeze dat God de gemeente verworven heeft door het bloed van zijn eigen Zoon. Zo belangrijk is die gemeente, kennelijk.

“In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente.” (1 Korintiërs 12:7)

Ik raad je aan om zelf eens op het woord ‘gemeente’ te zoeken in de de Bijbel, bijvoorbeeld in de Nieuwe BijbelVertaling of in de Herziene Statenvertaling. Dat werkt, denk ik, veel beter dan dat ik alle vindplaatsen hier becommentarieer… 😉

Of zoek eens op ‘samenkomst’ (of ‘bijeenkomst’): je vindt dan o.a. Hebreeën 10:24-25.

Als je het Nieuwe Testament leest, zul je zien dat het als vanzelfsprekend wordt beschouwd dat je bij een gemeente hoort. Geloven doe je niet alleen voor jezelf… je ziet dat bijvoorbeeld in het gebed dat Jezus ons geleerd heeft: hij leert ons daarin om God aan te spreken als ‘onze Vader’.

En hoe zou je ingevoegd willen worden als levende steen bij de bouw van de geestelijke tempel (het geestelijke huis)? Zie 1 Petrus 2:4-5.

Ik kom nog even terug op Matteüs 18:15-17. Stel dat jij zelf de fout in gegaan bent… wie moet jou daar dan op wijzen?

Ik zeg niet dat God je niet wil hebben als je niet bij een gemeente hoort. Maar mij lijkt de boodschap van de Bijbel helder: voeg je bij een gemeente als je bij Jezus wilt horen!

Reageren kan via e-mail; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

25 november 2017: verwijzingen naar Bijbelteksten vervangen: geen NBV maar HSV (reden).

Laatste wijziging: 1 september 2019.
^
Homepage