Omgaan met verschillen

Beste voorganger (predikant of preeklezer) in de gereformeerde kerken vrijgemaakt,

Deze keer richt ik mij in een open bericht in het bijzonder tot u, i.p.v. tot iedere lezer persoonlijk. Normaliter gebruik ik geen ‘u’ in mijn berichten, maar deze keer doe ik dat wèl, vanwege de afstand die ik tot u voel. (Uiteraard geldt hier dat wie de schoen past, z’n hoed op moet zetten.)

Enige tijd geleden kreeg ik een preek over me heen over ‘omgaan met verschillen’. (Geen fijngevoelige formulering, hè? Lees nog maar even verder…)

In die preek werd o.a. over de discussie Man, Vrouw en Ambt (onder de afkorting ‘mvea’ zijn veel artikelen terug te vinden, b.v. via Google) gesproken. Volgens de maker van de preek moesten we niet moeilijk doen over de vrouw in het ambt, over enkele jaren zouden we er toch om kunnen lachen. Verder zei hij  dat verschillen kunnen leiden tot steeds meer verdeeldheid, en dat dat van de duivel komt; maar het verwijt (en dus ‘de zwarte piet’ – of gebruiken we die uitdrukking al niet meer?) ging richting degenen die tegen de vrouw in het ambt zijn.

Laat ik voor mezelf spreken: waarom ben ik daar op tegen? De regels die ik heb geleerd over omgang met de Bijbel zijn o.a. deze: 1 Timoteüs 3:16-17, 2 Petrus 1:20-21. Weet u niet wat daar staat? Klik dan op de betreffende link – er wordt dan een nieuw tabblad geopend en u kunt de teksten lezen. Met deze teksten in het achterhoofd lees ik b.v. 1 Timoteüs 3, en Titus 1:5-9. Dan kom ik tot de conclusie dat de leiding van de kerk bij mannen hoort te berusten. Tot nu toe zijn er nog geen Bijbelse argumenten gevonden waarmee de geldigheid van deze twee teksten voor nu ontkend kan worden. Daarover is genoeg informatie te vinden op internet, of in b.v. het blad Nader Bekeken.

Het is overigens nu niet mijn bedoeling om die discussie hier te voeren.

Waar het me nu om gaat is hoe serieus mijn standpunt wordt genomen. Ik beroep mij op Gods Woord, ik probeer God lief te hebben boven alles, en mijn naaste als mijzelf. Ik lees her en der in de Bijbel dat ik ‘liefde’ niet volgens mijn eigen normen mag invullen, zie b.v. 1 Johannes 5:2; daar staat het zelfs zó sterk geformuleerd dat duidelijk wordt dat ik mijn naaste niet werkelijk liefheb als ik God niet liefheb en Zijn geboden bewaar.

Dat heeft dus niks te maken met het liefhebben van ‘regeltjes’; dat heeft te maken met het liefhebben van God, en van mijn naaste.

Vindt u het dan zelf ook niet van gebrek aan liefde getuigen om deze liefde van mij tot God en mijn naaste (die ik niet graag van ‘het pad’ af zie raken) weg te zetten als duivelswerk? Ik krijg immers de schuld van de verdeeldheid? Waarom zou ik investeren in de relatie met mensen die zich op bepaalde punten toch niet naar Gods Woord willen richten? Ik probeer het wel – zie o.a. dit bericht dat u nu leest.

De synode heeft dat bepaald niet geprobeerd. Ik begrijp werkelijk niet hoe een meerderheid van afgevaardigden vanuit de kerken ten eerste besluit om de vrouw in het ambt toe te laten (maar die discussie ga ik hier niet voeren), en ten tweede dat besluit direct te laten ingaan! Het had van minimale wijsheid getuigd het eerste besluit door een volgende synode te laten toetsen (en dus het tweede achterwege te laten).

Ik hoop dat u nu begrijpt waarom ik hierboven schreef dat ik ‘een preek over me heen’ kreeg. Ik heb er een enorme hekel aan dat mensen hun eigen standpunt brengen als het Woord van God, misschien onbedoeld, maar toch.

U bereikt er uw doel ook absoluut niet mee; hooguit zullen degenen die zich er niet in hebben verdiept (omdat ze dat niet kunnen of niet willen) zich laten verleiden u te volgen door de mooi klinkende woorden, vooral als u er retorische vragen invlecht als “Wil je de ander liefhebben met de liefde van Christus?”; maar degenen die zich daadwerkelijk willen baseren op Gods Woord krijgen alleen maar méér het gevoel dat ze niet serieus genomen worden, en dat komt de eenheid, die u zegt te zoeken, niet bepaald ten goede.

Ik roep u op terug te keren tot Gods Woord. Ik weet dat dat voor de meeste van de voorgangers die ik met dit bericht aanschrijf aan dovemansoren gericht is, maar toch doe ik het; zie Ezechiël 33:1-20 voor een andere reden dan de liefde tot God en mijn naaste die ik hierboven al genoemd heb.

Misschien kunnen we elkaar over enige tijd wel met ‘je’ en ‘jij’ aanspreken, of het blijft ‘u’, maar dan uit beleefdheid en niet vanwege de afstand…

God zegene uw overwegingen.