Jabes

Jabes was een stad in de streek Gilead, en hoorde voor zover ik het kan bekijken bij de stam Manasse.

Het gaat me in dit stukje dus niet om de persoon Jabes (zie 1 Kronieken 4:9-10), al is het stukje dat over hem bekend is wel heel interessant vanwege de verhoring van zijn gebed.

Er is ook nog een andere persoon Jabes, nl. de vader van Sallum. Sallum was koningsmoordenaar en aansluitend koning van het tienstammenrijk (zie 2 Koningen 15:10-15). Over deze Jabes is voor zover mij bekend verder niks ‘overgeleverd’. En over hem wil ik het ook niet hebben.

De eerste keer dat de stad Jabes in de Bijbel genoemd wordt, is in Richteren (Rechters) 21: het is de enige stad waarvan de inwoners niet zijn opgekomen naar de volksvergadering in Mispa. Overeenkomstig de eed van alle Israëlieten behalve de Benjaminieten worden de inwoners van Jabes gedood, behalve 400 meisjes, die aan de resterende mannen van de stam Benjamin worden gegeven; niemand van de overige stammen mocht namelijk vrijwillig z’n dochter aan iemand uit Benjamin geven – lees de aanleiding hiertoe in Richteren (Rechters) 19 en 20. Voor sommige zaken vraagt het volk de leiding van God, maar bepaalde dingen beslissen ze zelf, zie bijvoorbeeld Richteren 20:48. Vervolgens betreuren ze de gevolgen van hun daden: zie Richteren 21:1-7.

Later heeft Jabes kennelijk nieuwe bewoners gekregen, want in 1 Samuel 11:1-11 wordt de stad opnieuw genoemd; dit is de tweede keer in de Bijbel. Saul, die nog maar pas koning was geworden, was, als de boer die hij was voordat hij tot koning werd gezalfd, bezig op het land, toen hij hoorde wat koning Nachas van de Ammonieten met de inwoners van Jabes van plan was. Hij komt direct in actie. Wat niet genoemd wordt in dit Bijbelgedeelte, maar volgens mij wel meespeelt, is dat Saul uit de stam Benjamin is, en misschien wel van één van de 400 meisjes uit Jabes afstamt – zie het verhaal in Rechters 19-21, dat hierboven genoemd is. Er is in ieder geval een bijzondere band tussen de stad Jabes en de stam Benjamin.

Later, als Saul gedood is in zijn laatste strijd tegen de Filistijnen, komen de inwoners van Jabes om hem ‘de laatste eer’ te bewijzen. Dit is te lezen in 1 Samuel 31. Als David koning geworden is in Hebron, prijst hij de inwoners van Jabes voor deze menslievende daad, zie 2 Samuel 2:4b-7. Nadat David Sauls leven twee keer niet genomen had terwijl hij dat wel kon is dit opnieuw een bewijs dat hij Saul als de gezalfde van de HEER respecteerde. Hij prees degenen die iets goeds gedaan hadden voor Saul en zijn familie (en hij deed degenen die Saul slecht behandeld hadden (of daar ‘alleen maar’ over logen) kwaad, zie 2 Samuel 1:1-16). Of David toen al bevriend was met Nachas, koning van de Ammonieten, weet ik niet. (Voor die vriendschap, zie 2 Samuel 10:1-2.) Als hij dat toen al wèl was, zal de lof van David de inwoners van Jabes wellicht vreemd in de oren geklonken hebben, want Jabes was immers door Nachas bedreigd (1 Samuel 11:1-11, zie ook hierboven). Veel later laat David het gebeente van Saul en zijn zonen weghalen uit Jabes, zie 2 Samuel 21:1-14.

In 1 Kronieken 2:55 wordt Jabes nog een keer genoemd, maar ik weet niet of dat hetzelfde Jabes is; ik vermoed van niet – in de Herziene StatenVertaling wordt het zó geschreven: Jabez. Er lag ook een Jabes in het gebied van de stam Juda (zie Bijbelse plaatsen: Jabes in Gilead).

De laatste keer dat Jabes in Gilead genoemd wordt is in 1 Kronieken 10, maar dat is hetzelfde verhaal als in 1 Samuel 31.

Maar waarom staat dit in de Bijbel? Heb je enig idee?

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

6 december 2017: verwijzingen naar Bijbelteksten vervangen; geen NBV maar HSV (reden).

Laatste wijziging: 29 mei 2019.
^
Homepage