… kennis maakt verwaand; …

Deze opmerking is afkomstig uit 1 Korintiërs 8. Vaak wordt dit stukje geciteerd als mensen erachter komen dat hun gesprekspartner wat meer kennis van de Bijbel heeft dan zijzelf; ook dat kennis verloren zal gaan (1 Korintiërs 13:8) is in zo’n gesprek een populair citaat. Het gaat toch immers om de liefde (1 Korintiërs 13)?!

Is het niet waar dan? Maakt kennis niet verwaand? Er bestaat een gezegde ‘kennis is macht’ (zoek er maar eens mee op Google of ergens anders). Het ligt nogal voor de hand dat we het dan hebben over verschil in kennis, want als we allemaal hetzelfde weten, wordt het machtsverschil op z’n minst een stuk kleiner. Iemand met meer (relevante) kennis heeft hoogstwaarschijnlijk méér macht dan iemand met minder (relevante) kennis. En macht leidt vaak tot hoogmoed, tot verwaandheid. Zó uitgelegd kan ik me wel vinden in wat Paulus schrijft in 1 Korintiërs 8:1.

Maar kun je ook tevéél Bijbelkennis hebben? Dat denk ik niet. Je kunt er wel (heel) verkeerd mee omgaan. Lees maar eens Matteüs 23. Jezus verwijt daar de schriftgeleerden en de farizeeën dat ze de mensen alle voorschriften als een zware last op de schouders leggen, terwijl ze niets doen om die last te verlichten. Hij geeft in het genoemde hoofdstuk enkele voorbeelden van slechte toepassingen door de schriftgeleerden en farizeeën. Wat gaat er mis? Er ontbreekt het een en ander: recht, barmhartigheid en trouw, zie Matteüs 23:23. Je zou ook kunnen zeggen: er zit geen liefde voor het volk, voor de mensen bij.

Ook het gebruik van kennis om je eigen gelijk te halen is niet goed, want dan wil je van de ander winnen i.p.v. dat je hem of haar wilt opbouwen in het geloof. Lees b.v. wat Paulus daarover schrijft in 1 Korintiërs 14:36-40. Beter is het, het hele hoofdstuk te lezen, en daarbij te bedenken dat dit door Paulus direct ná het hoofdstuk over de liefde geschreven is, als een uitwerking (of toepassing) ervan. Als ik mijn kennis deel, moet daar dus altijd liefde voor de ander(en) aan ten grondslag liggen. Dat vind ik overigens niet altijd even gemakkelijk…

Maar gaat kennis dan niet verloren? Zeker! Ik vermoed dat we b.v. de kennis van goed en kwaad die we nú hebben kwijt gaan raken. Maar er komt ook kennis bij, vermoedelijk méér dan er verloren gaat. “Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben.” Dat staat in hetzelfde 1 Korintiërs 13, in het twaalfde vers (de link naar Psalm 139 heb ik toegevoegd…). Dan zullen we het goede kennen, dan zullen we de Goede kennen, en het slechte zal daar niet zijn.

Wat mij de laatste tijd opvalt is dat Paulus’ lofzang op de liefde in 1 Korintiërs 13 gebruikt wordt om ‘ons beperkte kennen’ te reduceren tot wel heel erg weinig – zodat we elkaar niet m.b.v. (kennis van) Gods Woord kunnen (mogen) vermanen -, waarbij de liefde dan de rol van ‘lief zijn voor elkaar’ vervult. Verwijzen naar de scheppingsorde en/of naar de geboden wordt bestreden met ‘ons kennen is beperkt’ en ‘Laat iedereen zijn eigen overtuiging volgen’ (Romeinen 14:5). En soms wordt ook 1 Korintiërs 3:10-15 erbij gehaald. De vraag die bij mij opkomt is dan: “Bouwen we nog wel òp het fundament, of bouwen we ernáást?”.

Naar mijn indruk wordt op deze manier de liefde verheven tot god. Jezus verwijst immers zèlf naar de scheppingsorde? Zie Matteüs 19:8 en Marcus 10:6-8. En zijn de geboden soms niet meer geldig? Lees bijvoorbeeld eens wat Jezus ons onderwijst in Matteüs 5, 6 en 7 (samen ook wel bekend als de Bergrede). De geboden worden door Jezus heel wat scherper neergezet dan wij ‘fijn’ vinden, denk ik. En hebben deze geboden (en de kennis ervan) afgedaan omdat Jezus is opgestaan uit de dood? Sommige mensen, waaronder predikanten, beweren van wel; we zouden zelfs het Onze Vader niet meer zo moeten bidden. Maar wat zegt Jezus zelf? Lees het maar: Matteüs 28:18-20. En, zoals je aan het begin van dit hoofdstuk kunt zien, zei Hij dit ná Zijn opstanding. God wil gediend worden op Zijn manier, niet op die van ons. Geen eigenwillige godsdienst, dus. Ik denk dat het tweede gebod bij ons niet de aandacht krijgt die het verdient, terwijl het een uitwerking is van God liefhebben boven alles, waar èchte liefde begint.

Er is goede kennis, zie b.v. Spreuken 1:7. Goede kennis is kennis die begint met ontzag voor de HEER, voor Jahwe. En vergeet ook niet wat in het tweede deel van dit vers staat: “een dwaas veracht de wijsheid en weigert elk onderricht.“. Als we God willen kennen, ook al is het hier op deze aarde en in deze tijd maar gebrekkig, moeten we kennis niet verachten. Kennis is niet hetzelfde als wijsheid, maar het één heeft wel met het ander te maken; lees bijvoorbeeld Spreuken 8 en 24:14.

Een rund herkent zijn meester,
een ezel zijn voederbak,
maar Israël mist elk inzicht,
mijn volk leeft in onwetendheid.

Jesaja 1:3

Zal de Mensenzoon geloof vinden op aarde?

Goede kennis is vertrouwd zijn met God.

En kennis en liefde zijn in de Bijbel ècht wel gekoppeld, al zullen velen dat niet willen erkennen: zie 1 Johannes 2, in het bijzonder vers 5; je aan Gods Woord houden kun je alleen maar als je er kennis van hebt. Je beroepen op de Geest voor iets wat niet klopt met Gods Woord kun je maar beter niet doen, want de Geest werkt door het Woord, zie b.v. 2 Petrus 1:20-21.

Hoe belangrijk kennis (van Gods geboden) voor liefde is kun je ook lezen in 1 Johannes 5:2.

Ik lees of hoor 1 Korintiërs 13, Paulus’ lofzang op de liefde, liever niet om kennis in diskrediet te (laten) brengen. De liefde is niet zelfzuchtig, dus moet dit prachtige hoofdstuk niet gebruikt worden om recht te praten wat krom is. Liefde en kennis staan niet tegenover elkaar. Sterker nog, liefde kan zonder kennis niet bestaan: hoe kun je liefhebben zonder dat je iets weet over Wie en wie je liefhebt?

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

6 december 2017: verwijzingen naar Bijbelteksten vervangen: geen NBV maar HSV (reden).

Laatste wijziging: 30 mei 2019.
^
Homepage