Ieder huisje heeft zijn kruisje

Een bekende uitdrukking! Maar hoe vatten we dit op? Meestal als: sommige mensen worden getroffen door een ziekte, anderen door een handicap, weer anderen door honger, oorlog, armoede, rampen… of door een combinatie hiervan.

Maar is dit wel zoals Jezus het bedoeld heeft? Zie voor zijn uitspraak b.v. Marcus 8:34.

Uit het boek de humor van de bijbel door Okke Jager (1954) citeer ik hier een stukje, waarvan ik denk dat daarin goed wordt uitgelegd wat ‘je kruis dragen’ betekent.

-0-0-0-

De weleens geponeerde stelling, dat een christen altijd iets te zingen moet hebben, wil bijbelser dan de Bijbel zijn. Nog altijd gaan zulke exclamaties over de gebogen hoofden van leeddragers heen; dat zal wel duren, zolang honderden christenen het “vrolijk-kruisdragen” verkeerd blijven uitleggen. God vraagt niet van moeders in Zeeland, dat zij vrolijk moeten zijn, als zij hun kinderen één voor één in de golven zien glijden. God eist niet, dat wij met een blijde glimlach om Moeders sterfbed staan, ook al ontslaapt zij in Jezus. God wil niet, dat wij zwart wit noemen. Daarom moeten wij het afleren, om een zwaar verdriet “een kruis” te noemen. God hangt Zijn kinderen niet aan een kruis. Alleen wie onder de vlóek ligt, komt aan het kruis terecht. Het kruis, dat wij moeten dragen, is niet onze rheumatiek en ons gebrek aan woonruimte, maar het vloekhout, waaraan wij onze oude Adam vastspijkeren.

En nu zien wij, hoe er ook al humor ligt in het kruisigen van de zonde. Laten wij maar niet het “vrolijk” uit het gebed voor de Doop verklaren als een samentrekking uit “vromelijk” of “dapper”; laten wij maar rustig spreken over een vrólijk kruisdragen. Als mijn oude mens weer eens goed zit vastgeklonken aan zijn kruis om daar te verbloeden en te vergaan, dan neem ik dàt kruis op met een vrolijk hart en ik kàn het niet laten, te làchen om de laatste stuiptrekkingen van mijn oude Adam.

’s Morgens als wij wakker worden, grijpen wij die oude Adam beet: hier jij! aan het kruis! ik wil niet dat je vandaag de baas speelt over mij! – en vrolijk tillen wij dat kruis omhoog en dragen het door de dag naar de avond. Wij hebben plezier in dat kruis, want het doet ons góed, dat ons oude ik daar hangt te sterven.

De gangbare gedachte is: wij moeten vrolijk zijn, zèlfs als wij een kruis dragen. Maar: wij kunnen alléén maar vrolijk zijn, àls wij ons kruis dragen. Het gebrek aan vrolijkheid onder christenen is niet te wijten aan een tevéél, maar aan een schreeuwend tekòrt aan kruisen. Zolang wij onze oude mens nog niet uitgelachen en vastgespijkerd hebben, staan wij niet open voor de vrolijkheid.

Jezus kon Zijn kruis niet vrolijk dragen, maar wij krijgen dan ook niet een verkleind formaat van het kruis van Jézus op de schouder. Zijn kruis is uniek. Ons kruis is zwaar om het van de grond te tillen (zelfverloochening!), maar het is licht om te dragen. Het is lichter mèt dat kruis te lopen dan zònder dat kruis. Ons kruis brengt verademing. Onze kruiswoorden zijn gezangen. Kruisdragers zijn vrije mensen. Wij zijn niet vrolijk ondanks ons kruis, maar het is juist dat kruis, dat ons zo vrolijk maakt.

-0-0-0-

Als ik zo op internet rondkijk, vind ik alleen maar tweedehands exemplaren van dit boek. En dat is jammer, want ondanks het iets verouderde “taalkleed” vind ik dit boek prima leesbaar, en voor leiders in de kerk een ‘must’. 😉

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

29 november 2017: verwijzingen naar Bijbelteksten vervangen: geen NBV maar HSV (reden).

Laatst gewijzigd: 19 mei 2019.
^
Homepage