Tagarchief: David

Vuile handen?

Je moet vuile handen durven maken. Ook als christen. Dat hoor je van alle kanten. Iemand moet het immers doen, anders komt er niks van de grond.

Geen duimbreed is er op deze wereld waarvan Christus niet zegt: Het is Mijn.

Dr. Abraham Kuyper heeft dat gezegd in zijn openingsrede van de VU. (Bron: A. Kuyper populair in buitenland.)

Op de een of andere manier is ‘vuile handen maken’  voortgekomen uit deze opmerking van Dr. Kuyper, zo lijkt het. Vaak zie ik het in verband gebracht worden met politiek bedrijven.

Maar ik vind nergens in de Bijbel dat je vuile handen moet maken. David koos er bijvoorbeeld niet voor, hoewel hij door Samuel tot koning van Israël gezalfd was: tot twee keer toe spaarde hij Sauls leven, hoewel hem goede argumenten aan de hand werden gedaan om hem (Saul dus) te doden (1 Samuel 24:1-8, 26:3-12).

Je zou Jehu kunnen noemen, ‘de zoon van Nimsi’; hij kreeg zijn opdracht om het ‘huis van Achab’ uit te roeien toch van God zelf? Als je tijd hebt, lees dan eens wat (prof. dr.) G. Kwakkel in Nader Bekeken schreef (maart 2005) bij Hosea 1:4. Dan zul je hem (Jehu dus) in dit verband niet zo gauw meer noemen, denk ik.

Kun je ergens in de Bijbel aanwijzen dat iemand ‘vuile handen’ gemaakt heeft, zonder uitdrukkelijke opdracht van God, waarbij hij of zij later door God geprezen werd voor zijn of haar daden?

Dat verneem ik dan graag van je.

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 16 december 2017.
^
Homepage

Bagatelliseren

Dat kun je zo omschrijven: ‘iets als minder belangrijk doen voorkomen dan het is’. Of kijk hier.

Als je een voorbeeld uit de Bijbel wilt, lees dan eens 1 Samuel 15. Saul doet net alsof hij ‘best wel’ gehoorzaam is geweest aan het bevel van God.

Maar Jézus doet toch niet zo moeilijk? Met Zijn komst is toch alles veranderd?

Waarom denk je dat? Heeft iemand je dat verteld? Heb je gecontroleerd of het waar is?

Kijk maar eens wat Jezus heeft gezegd in de Bergrede – Matteüs 5, 6 en 7. Hij bagatelliseert helemaal niks! Integendeel, Hij zet Gods regels nog een keer extra aan… Kijk maar eens naar hoofdstuk 5 de verzen 17 tot 20. Bedenk: Jezus is de Zoon van God, en die God is niet veranderd sinds 1 Samuel 15. Jezus zegt en doet wat Zijn Vader vindt dat Hij moet zeggen en doen.

Ja, maar Jezus is wel mijn vriend! Nou, dat is geweldig, dat is fijn! Maar weet je het zeker? Kijk hier maar eens of het klopt, wat je zegt. Want het zou echt heel erg jammer (zonde?!) zijn als je het mis hebt.

Bij het maken van excuses komt bagatelliseren ook weleens voor. De feiten kun je meestal niet ontkennen, maar wat doe je met de gevolgen van je daad of daden? Iemand heeft daaronder geleden, in meerdere of mindere mate. Heb je je geprobeerd voor te stellen wat je die ander hebt aangedaan? Of kleineer je de gevolgen en vind je dat-ie niet zo moeilijk moet doen? En, als je er met anderen over spreekt, hoe doe je dat dan?

Kijk maar naar het verhaal over Saul dat ik hierboven aangehaald heb. Geef je ruiterlijk toe dat je fout zat? Doe je er iets aan om de door de ander opgelopen schade zoveel mogelijk te herstellen? Of ga je de ander beschuldigen van het feit dat hij iets teruggedaan heeft?

Ik denk dat je bij het begin moet beginnen. Dus éérst je eigen fout(en) toegeven, en er royaal excuses voor aanbieden. Wellicht komt dan de ander je tegemoet. En als die dat niet doet, misschien moet je dan geduld hebben. Het zou best kunnen dat je die ander véél harder hebt geraakt dan je je voorgesteld had. Probeer dat te begrijpen.

En er is nog iets waarvan ik vind dat je het moet doen. Vaak wordt er stevig geroddeld over een conflict. Hoe ga je daarmee om?

Mensen willen niet inhoudelijk op iets ingaan, maar hebben wel een mening… en die wordt doorgaans niet gedeeld met de beide partijen. Want dàt zou nog niet zo’n gek idee zijn! In plaats van te roddelen zou je misschien wel kunnen bemiddelen. Veel meer dan minachting kan ik voor roddelaars niet opbrengen. Echte bemiddelaars daarentegen, dus geen bemoeials, dáár heb ik respect voor.

Als jij degene bent die het conflict (de ellende) hebt veroorzaakt, doe je dan ook dáár iets aan, aan dat geklets? Bevorder je de eer en goede naam van je naaste, die door jouw daden (of gebrek aan daden…) door het slijk gehaald is? Dat betekent wel dat je heel goed voor ogen moet hebben wat je verkeerd hebt gedaan. En met alleen de feiten ben je er dan niet; je moet je inleven in de situatie van die ander! En van daaruit ga je zaken rechtzetten. Bedenk wat roddel doet: zie Spreuken 26:22; en vraag je eens af hoe je dat wat in de schuilhoeken ligt weer weg krijgt…

Met de zaak krachtig rechtzetten win je respect in plaats van minachting.

Moet je dan uit zijn op respect? Niet voor jezelf! Maar wèl voor de zaak van Christus! Lees bijvoorbeeld eens wat Paulus over zichzelf schrijft in 1 Korintiërs 15:9. Ik denk dat zo’n ‘uitspraak’ het respect van zijn lezers voor hem, èn voor zijn Heer, alleen maar vergroot. Vraag je eens af waarom David, die toch naar onze mening van alles ‘uitgespookt’ heeft, een man was naar Gods hart. Is dat niet omdat hij, al duurde het soms ‘even’, altijd royaal zijn schuld beleed aan God?

En overmorgen vieren we het feest van de komst van de Zoon van die God, van onze Heer, als mens op deze aarde.

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

24 december 2017: verwijzingen naar Bijbelteksten vervangen; geen NBV maar HSV (reden).

Laatste wijziging: 24 december 2017.
^
Homepage