Geld maakt niet gelukkig, gelukkig maken ze geld!

Het tweede deel van deze uitspraak relativeert het eerste deel, haalt het eigenlijk zelfs onderuit. In feite staat er dan dat geld wèl gelukkig maakt…

Heb je dat wel eens uitgeprobeerd? Ik bedoel: heb je geld wel eens de kans gegeven je gelukkig te maken? En hoe beviel het? Of: hoe bevàlt het?

Er zijn veel christenen die geen enkele moeite hebben met het meedoen aan een loterij, vooral niet als een deel van de opbrengst van de loten naar een goed doel gaat. Of om ‘een keertje’ te gaan gokken in een casino.

Is daar iets mis mee, dan?

Ja, dat vind ik wel! En ik zal proberen uit te leggen waarom.

Lees eerst maar eens Efeziërs 4:28 en wat daar omheen staat. En Matteüs 4:1-11. En, niet te vergeten, Psalm 127:2.

Eén van je opdrachten hier op aarde is je eigen brood te verdienen, als God je die mogelijkheid heeft gegeven; en als je dan wat inkomsten over hebt, om daarvan iets weg te geven aan wie dat nodig heeft (b.v. aan mensen die niet zelf hun eigen brood kunnen verdienen).

Verder moet je jezelf eens eerlijk aankijken – ga daarbij gerust voor de spiegel staan! – en je afvragen waarom je nou ècht meedoet met zo’n loterij. Wat zou je met het geld doen als je wint? Je zou minstens een deel voor jezelf houden, denk ik. Hoe rijm je dat met je ‘smoesje’ dat je meedoet voor een goed doel?

Er is niks mis mee om van wat je over hebt iets weg te geven, zònder er iets (als een kans in een loterij) voor terug te krijgen.

Bovendien denk ik dat je door mee te doen aan een loterij God op de proef stelt. Heb je de teksten die ik hierboven genoemd heb gelezen? Zo niet, doe dat dan alsnog!

En lees dan ook Hebreeën 13:5. En vraag je af of je tevreden bent met wat je hebt. En of je wel op God vertrouwt voor je ‘dagelijks brood’.

En wat dacht je van de waarschuwing in 1 Timoteüs 6:9-10?

We hebben het nu over geld gehad. Maar wat is geluk? In de Bergrede (lezen!) geeft Jezus een andere omschrijving van geluk dan ‘rijk zijn’.

Als je het bovenstaande – over geld en geluk – eens goed op je laat inwerken, kun je de volgende gedachtensprong wellicht begrijpen.

Ben jij er voor God, of is God er voor jou?

Ja, ik besef dat het tweede gedeelte van de vraag ook anders uitgelegd kan worden. God ís er voor jou, Hij heeft immers zijn Zoon naar de aarde laten gaan?

Maar zó bedoel ik het hier niet. Wat ik hier bedoel is: moet God (al) jouw wensen vervullen? Zou je daar gelukkig van worden?

In vrijwel elk boek over opvoeding staat dat je (je) kinderen niet alles moet geven waar ze om vragen – voor het geval je dat zelf nog niet begrepen had. Zo zorgt God ook voor ons: Hij geeft ons wat we nodig hebben. En als je eerlijk bent – kijk maar eens goed! – geeft Hij véél meer dan we nodig hebben.

Dan ga je toch eerder aan dankbaarheid denken dan aan ‘meer, meer meer’?

Welke geest beheerst jou? De Geest van God of de geest van Mammon (het geld)? Kies dan vandaag nog wie je dienen wilt (zie b.v. Jozua 24:15)!

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

29 november 2017: verwijzingen naar Bijbelteksten vervangen: geen NBV maar HSV (reden).

Laatst gewijzigd: 29 november 2017.
^
Homepage