… die al uw krankheden geneest …

Deze week hebben we mijn schoonvader begraven; de doodsoorzaak was kanker.

De overdenking in de dankdienst voor zijn leven ging over Psalm 103:1-5, gelezen in de NBG1951-vertaling.

Loof de HERE, mijn ziel,
en al wat in mij is, zijn heilige naam;
loof de HERE, mijn ziel,
en vergeet niet een van zijn weldaden;
die al uw ongerechtigheden vergeeft,
die al uw krankheden geneest,
die uw leven verlost van de groeve,
die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheid,
die uw ziel verzadigt met het goede,
zodat uw jeugd zich vernieuwt als die van een arend.

Wat een wonder, zo’n geloof!

Je lijdt aan een enge ziekte, die je lichaam van binnenuit kapotmaakt; je sterft er zelfs aan. En dan word je begraven. Dat laatste maak je zelf niet bewust mee – gelukkig niet -, maar je weet dat men dat met je lichaam gaat doen, na je heengaan.

Ik gebruik hierboven expres het woord ‘heengaan’. Want mijn schoonvader is, evenals mijn vrouw en nog heel veel anderen, bij God. Hun zonden zijn vergeven, hun ziekten genezen, hun leven verlost van het graf. Ze loven God met alles wat in hen is, ze worden gekroond met goedheid en liefdevolle zorg, hun ziel wordt verzadigd met het goede, en hun jeugd vernieuwt zich.

Om dat allemaal te geloven moet je een levend geloof hebben, zie Hebreeën 11, in het bijzonder vers 13.

En waarom moeten christenen dan eerst nog sterven? Lees eens 1 Korintiërs 15, vanaf vers 35.

En lees meer over de stad die genoemd wordt in Hebreeën 11 in Openbaring 21 en 22.

Is er ook maar iets in deze wereld dat een zo geweldig perspectief biedt?

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 25 november 2017.

^
Homepage