Tagarchief: keuze

De aarde opende haar mond en verzwolg hen…

Een tijdje geleden heb ik het al eens gehad over Korach, Datan en Abiram. De titel van het stukje dat ik hier schrijf is een gedeelte van Numeri 16:32. In het zojuist genoemde stukje ging het over het feit dat Korachs kinderen niet omgekomen zijn (Numeri 26:11).

Nu wil ik het hebben over waarom Korach en zijn aanhang werden gestraft. Dat was omdat ze samenspanden tegen God (Numeri 16:11). Ze wilden niet accepteren dat God Mozes en Aäron als leiders van het volk had aangesteld.

Mozes waarschuwde Korach en zijn aanhang, en toen ze niet wilden luisteren werden ze gestraft.

Maar hielp dat wel? Korach en zijn aanhang waren ‘uit de weg’, maar de mentaliteit van deze groep was er nog steeds, zie Numeri 16:41. En toen er volgde nòg een straf, zònder waarschuwing… sterker nog, Jahwe was nauwelijks uitgesproken, of Mozes stuurde Aäron al met reukwerk naar ‘de gemeenschap’ om verzoening voor hun te doen. Zie Numeri 16:46-50.

Tegenwoordig opent de aarde zich niet meer voor de ongehoorzamen, en er komt ook niet meer zo’n plaag – in ieder geval niet op zó’n manier dat je een straf aan bepaalde gebeurtenissen of aan daden van mensen kunt koppelen. Soms bekruipt mij wel eens het gevoel dat dat jammer is, maar dan bedenk ik algauw dat ik zèlf dan al heel lang geleden door de aarde zou zijn opgenomen…

Het tweede gebod gaat over het maken van beelden (Exodus 20:4-5, Deuteronomium 5:8-9). Eigenwillige godsdienst hoort daar ook bij: je vormt God naar jouw beeld, en die god (God?) wil je dan wel dienen.

Je hebt er een prachtig vroom verhaal bij waarmee je jezelf en anderen wijsmaakt dat je toch ècht God dient, dat Hij bij jou op de belangrijkste plaats staat, en dat dat inhoudt dat jouw gaven gebruikt moeten worden – waarom zou God ze je anders gegeven hebben?

En juist bij dit gebod staat de clausule dat God het kwaad zal vergelden in de komende geslachten, als die óók zo handelen als hun voorouders. Ik vond een mooie verklaring van ‘vergelden’ en ‘bezoeking doen’ hier: ‘Bezoeken of vergelden?‘.

Oftewel: als jij nú foute keuzes maakt als het gaat om het dienen van God, zet je ‘je nageslacht’ (degenen die ná jou komen) op het verkeerde been, en komt God dat op een gegeven moment toetsen. En jij weet nu nog wel hoe God wèl gediend wil worden… maar dat wordt voor degenen die ná jou komen een stuk lastiger als je ze het verkeerd vertelt. Bedenk wat in Matteüs 18:6 staat…

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 10 juli 2017.

^
Homepage

Hebben wij eigenlijk wel iets in te brengen?

“Het is onmogelijk niet te zondigen.”

“De mens kan niet niet zondigen.” Augustinus schijnt dat als eerste gezegd te hebben; in ieder geval hebben we het van hem op schrift.

Maar hoe komt dat dan? Doen we dat zelf? Doet God het? Dat laatste wordt in de Bijbel ‘toegegeven’. Lees maar eens Jesaja 63:17. Dat God het hart van de Farao verhardde (Exodus 7:3) weet bijna iedereen. Maar van Zijn eigen volk?!

God zette David aan tot een volkstelling (2 Samuel 24:1) – iets dat David niet had mogen doen, omdat hij de omvang van zijn volk voor zichzèlf en niet tot eer van God wilde weten. Maar in 1 Kronieken 21:1 staat dat Satan David tot de volkstelling aanzette! En David is ook nog eens een keer zèlf verantwoordelijk: hij krijgt straf (zie 1 Kronieken 21 vanaf vers 12).

Er zijn mensen die beweren dat we nu, na de zondeval, geen vrije wil meer hebben, omdat we, zoals gezegd, niet niet kunnen zondigen. En dat we pas weer een vrije wil krijgen als Jezus teruggekomen is. Maar is dat wel zo?

Kijk maar eens naar Kaïn, in Genesis 4:7. God stelt hem daar voor de keuze: wel of niet zondigen. En ook de hierboven al genoemde Farao mocht zelf kiezen – zo zal hij dat in ieder geval zelf hebben gezien; lees Exodus 7:14, waar staat dat de Farao weigerde het volk te laten gaan. Dat deed hij toch echt zelf.

O ja? Onze keuze voor God komt toch van de Heilige Geest? Zie 1 Korintiërs 12:3. Ja, dat klopt! Maar … we moeten toch ook zelf aan onze verlossing werken? In Filippenzen 2:12-13 staat het allebei: we moeten werken aan onze eigen zaligheid, èn God werkt dat in ons, volgens Zijn vrije keuze.

Nou, als dat laatste het geval is, kun je er zelf dus niks meer aan doen!

Als je dat denkt, wil(!) je het niet begrijpen: God roept je op Hem lief te hebben boven alles, en je naaste, je medemens, als jezelf. Dat moet je zèlf doen, je kunt niet zeggen “Ik wacht wel tot God dat in mij gaat werken.”.

Zo zou het voor ons als mensen wèl ‘werken’: òf je doet het zelf, òf een ander doet het. Maar bij God ‘werkt’ het dus anders…

Wij zijn volledig verantwoordelijk voor wat we denken, zeggen en doen. En God werkt het goede in ons (door Zijn Geest).

Moet er bij dat ‘volledig verantwoordelijk’ geen kanttekening geplaatst worden? Bijvoorbeeld: als we bij ons volle verstand zijn? Ik kan en mag daarover geen oordeel uitspreken als het om een ander gaat. Ik ben verantwoordelijk voor mezelf, en daar hoort bij dat ik God en mijn medemens moet liefhebben. Het oordeel is aan God: Johannes 3:18. En dat staat direct na de zo ongeveer populairste tekst in de Bijbel: Johannes 3:16.

En kijk wat je bijvoorbeeld allemaal zelf kunt doen en toch cadeau krijgt: 1 Johannes 2. We doen het goede zelf terwijl God het in ons werkt. Allebei waar…

Dus geen eenzijdige aandacht voor één van beide, alsjeblieft!

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

Laatste wijziging: 6 juni 2017.
^
Homepage