… en hij bracht zijn gelofte ten uitvoer

Deze titel is gebaseerd op het Bijbelgedeelte Richteren (Rechters) 11:34-40, over de dochter van Jefta.

Na de oorlog tegen de Ammonieten komt zij haar vader als eerste tegemoet, en dan is hij opeens heel verdrietig, want hij heeft een gelofte gedaan: hij heeft God beloofd dat hij het eerste dat hem uit zijn huis tegemoet komt, uit dankbaarheid als brandoffer aan God zal offeren (Richteren 11:30-31).

Maar: mensen mogen toch niet aan God worden geofferd? Nee, in principe niet… (zie Leviticus 27:1-8, waar ervan uitgegaan wordt dat de tegenwaarde van een mensenleven betaald moet worden).

Maar in dit geval moest Jefta’s dochter wèl sterven, zie Leviticus 27:28-29. Of dat ook daadwerkelijk is gebeurd, of dat zij verder mocht blijven leven, maar niet mocht trouwen, dat weet ik niet. Ik vermoed dat ze gedood is, zoals volgens de hierboven genoemde wet moest gebeuren. In de Herziene Statenvertaling staat “En hij voltrok aan haar zijn gelofte, die hij had gedaan.” – ik vind dat woord ‘voltrekken’ wel samenhangen met een soort ‘vonnis’… Al wijst vers 40 in de (Herziene) Statenvertaling er op dat ze is blijven leven. De Willibrordvertaling en de Naardense Vertaling doen dat niet.

In ieder geval herdenken de meisjes van Israël Jefta’s dochter elk jaar gedurende vier dagen.

In Spreuken 20:25 wordt gewaarschuwd tegen het ondoordacht doen van een gelofte. Misschien heeft Salomo bij deze spreuk wel aan Jefta gedacht…

Reageren kan via het contactformulier; zet er s.v.p. de titel van dit stukje bij.

2 december 2017: verwijzingen naar Bijbelteksten vervangen: geen NBV maar HSV (reden).

Laatste wijziging: 20 mei 2019.
^
Homepage