Categoriearchief: wetenschap

Gehobbel op ’t spoor

Bij het opruimen van mijn e-mail vond ik nog een oud exemplaar van Prorail, waarvan ik hieronder een stukje laat zien:

Geachte heer <mijn achternaam>,

Hierbij bevestigen wij de ontvangst van uw webformulier d.d. 15-5-2009 inzake uw idee om het optillen van de rails om ballast te strooien te verminderen.

Uw opmerking is door ons geregistreerd onder referentienummer PRO-20808-Z7L63T; u ontvangt hierop een reactie van ons. Wij verzoeken u in al uw eventuele vervolgcorrespondentie met betrekking tot deze aanvraag dit referentienummer te vermelden.

Wij hopen u hiermee voorlopig voldoende geïnformeerd te hebben.

Met vriendelijke groet,

Mevrouw <voorletter achternaam>
Medewerker Publiekscontacten
Tel: 0900 – 776 72 45

Die ‘reactie van ons‘ is er nooit gekomen. En dat vind ik vreemd, want het probleem van hobbelende treinen ter hoogte van overwegen is er nog steeds. Dat komt omdat de rails bij een overweg op vaster materiaal liggen dan op andere plaatsen.

Misschien heb je het zelf weleens meegemaakt tijdens een treinreis. Vooral in gebieden met zachte grond rijdt de trein als het ware een stukje omhoog bij een overweg, en daarna weer naar beneden. Niet erg comfortabel.

En het kost de spoorbeheerder geld: er moet steeds opnieuw ballast worden gestort.

Bij wegen heb je dat ook: waar viaducten en hellingen op elkaar aansluiten, zakt de helling vaak in vlakbij het viaduct, en dat geeft onaangename hobbels. Op dit moment is een bekend voorbeeld het viaduct over de beide dubbelsporen bij Lelystad-Noord. Je kunt er natuurlijk meer asfalt overheen doen, maar het blijft inzakken.

Ik heb er een vrij eenvoudige oplossing voor bedacht, die wellicht nog enig testwerk vereist, want het is een theoretische oplossing… al heb ik vroeger wel wat testjes in de zandbak gedaan, en daar werkte het idee… 🙂

Mocht er nog interesse zijn van spoorbeheerders en/of wegbeheerders: laat het me weten.

De oplossing kan veel geld besparen… het lijkt me een goed idee dat een klein deel daarvan aan mij wordt gegeven als beloning.

Zonnepanelen combineren met een warmtepomp?

Toen we in 2013 onze zonnepanelen kochten (bij Zonne Energie Oost – nog geen moment spijt van gehad: goede mensen, goed materiaal, goede service) werd ons al verteld dat zonnepanelen bij hogere temperaturen minder goed werken.

Als je wilt weten hoe dat komt, kijk dan eens hier: Rendement zonnepanelen (blader naar beneden, of zoek op Temperatuur). Wetenschap kan namelijk soms best wel nuttig zijn, al kan een beetje relativering geen kwaad: “De wetenschap bestaat niet, de wetenschap is een mening. En hij toont helemaal niets aan, zeker niet het leven en de dood.” (Oriana Fallaci, ‘Een man’).zonnepanelen op dak

Op een gegeven moment ging ik mij afvragen of het nut heeft ze te koelen; als ik gemakkelijk een grotere opbrengst zou kunnen krijgen…

Uiteraard hebben meer mensen zich dat afgevraagd, kijk maar eens hier: Zonnepanelen koelen, en/of hier: Zonnepanelen koelen met water. Maar in een wereld waarin grote delen een tekort aan drinkwater hebben lijkt aansluiten op de kraan me geen goed idee. Ideeën met regenwater of slootwater zijn misschien wel aardig. Maar wat me echt geweldig lijkt, is combineren met een warmtepomp; vooral nu we in ons land zo bezig zijn met het verminderen van het gasverbruik (*). Alleen is de vraag, die ook al op één van de hierboven aangehaalde discussiefora gesteld en negatief beantwoord werd, of het mogelijk is zonnepanelen van onderen te koelen, met leidingen met vloeistof erin. Er worden hybride zonnepanelen (voor het opwekken van elektriciteit en het opwarmen van water) geleverd (zie b.v. Hybride zonnepanelen), waarbij dat in feite gebeurt.

De grote vraag voor mij op dit moment is: is er inmiddels iets bedacht om zonnepanelen van onderen te koelen? En kan dat gecombineerd worden met een warmtepomp?

Kunnen ontwikkelingen op dit gebied (een beetje) gestimuleerd worden? Is de politiek er (al) mee bezig?

(*) Overigens ben ik van mening dat terrasverwarmers op gas verboden zouden moeten worden.

pakje boter

Sommige mensen krijgen er spreekwoordelijk hun rijbewijs bij; een oud-collega van mij noemde zo iemand vaak een ‘boterletter’.

boterverpakking 1En over dat soort boterletters gaat het nu. Kijk maar eens naar de plaatjes. En het gaat me niet speciaal om deze fabrikant, want ik heb het bij meer merken gezien.boterverpakking 2

Zoals je op het tweede plaatje kunt zien kun je dit pakje braadboter per 40 gram verdelen. Maar hoever moet je het pakje openvouwen voordat dat kan?

Dan moet je naar plaatje 3 kijken. Het pakje moet hélemaal open, en dan moet je de flap waar de verdeling op staat terugvouwen.

boterverpakking 3Je zou toch verwachten dat men daar wat beter over had nagedacht.

En er is inderdaad een tijd geweest dat dat zo was. Nog niet zo lang geleden.

Toen werd het smeersel verpakt zoals je een cadeautje inpakt, en kon je zònder de flap met de getallen los te trekken een afgepast stuk boter afsnijden. Maar waarom is het dan veranderd? Misschien was er een goedkope aanbieding van een vouwmachine, toen de oude versleten was? Geen idee – met goede, verstandige wetenschap heeft het in ieder geval niets te maken… Voor de gebruiker die graag gebruik maakt van die getalletjes is het er niet klantvriendelijker / gemakkelijker op geworden.

S.s.t.t.

Dat betekent ‘zonder de titels’ volgens NRC-stijlboek. Maar daar wil ik het niet over hebben. Ik wil het hebben over titels die er wèl staan.

Je ziet nog weleens boven of onder een ingezonden in de krant bij de naam van de inzender zijn of haar titel(s). Als iemand afgestudeerd is in b.v. rechten, maar hij of zij reageert op iets dat niets met juridische zaken heeft uit te staan, bijvoorbeeld theologie, waarom moet die titel er dan bij? Zijn of haar kennis van een bepaalde wetenschap doet dan toch niet ter zake?

Misschien om indruk te maken? Je hebt per slot van rekening een titel! Zou kunnen…

Ik weet wel dat ik aan dit soort pedanterie een hekel heb. En ik vind het ook zwak. Als je zònder je titel de discussie niet met argumenten kunt winnen…

Jammer dat in veel discussies argumenten niet belangrijk zijn.

En dan de echte afsluiter: “… helaas is het een achterlijke kerel met een doctorstitel en dus zijn mensen geneigd te denken dat hij weet waarover hij het heeft.” (personage Henri LeClaire, in Langs de afgrond (Carla Norton)).

Katten en wormen

Onze katten hebben van tijd tot tijd wormen. Aangezien die wormen gevaarlijk zijn voor de katten, kopen we medicijnen voor ze. In het begin kochten we pillen, die in een brokje eten van de katten verstopt moesten worden. Dat werkte niet, ze roken de viezigheid. Dus toen probeerden we poeder. Toen we dat door het eten mengden, aten ze er helemaal niks van. Zelfs wij vonden het zuur stinken.

Nu hebben we een soort pasta, die je de katten in de bek moet smeren, en dat gaat redelijk, maar ook niet veel beter dan dat.

Wat is nu mijn punt? Nou, ‘de wetenschap’ kan tegenwoordig heel veel… ook smaakjes aan pillen en pasta’s geven. Hoe moeilijk zou het zijn om kattenmedicijnen zó te maken dat een kat ’t met alle plezier opeet?

Zouden snoepfabrikanten de dierenmedicijnfabrikanten misschien van advies kunnen dienen?